Schade berekenen: welke schadeposten kunt u vergoed krijgen?
In het kort. Wie door de fout van een ander schade lijdt, heeft recht op volledige vergoeding: niet meer en niet minder dan nodig is om hem in de positie te brengen waarin hij zonder de fout zou hebben verkeerd. Artikel 6:95 BW onderscheidt vermogensschade, zoals medische kosten, inkomensverlies, huishoudelijke hulp en reiskosten, en ander nadeel, dat bij letsel als smartengeld wordt vergoed. Elke post moet redelijkerwijs aan de fout kunnen worden toegerekend. Toekomstige schade wordt geschat, meestal met hulp van een rekenkundige, en de redelijke kosten van bijstand komen daar bovenop.
Wilt u weten welke schade u kunt vorderen?
Bel 035 – 203 11 62 of mail info@vittorialaw.nl. Het eerste gesprek is kosteloos. U spreekt direct de advocaat die uw dossier ook voert, en u hoort binnen één werkdag van ons.
Bespreek uw zaakHet uitgangspunt: volledig vergoed, niet meer en niet minder Artikel 6:95 BW onderscheidt twee soorten schade: vermogensschade en ander nadeel. Vermogensschade is alles wat in geld is uit te drukken — artikel 6:96 lid 1 BW noemt het geleden verlies en de gederfde winst. Ander nadeel is het leed zelf, en dat wordt alleen vergoed in de gevallen die de wet noemt. Voor letselschade is dat artikel 6:106 BW: smartengeld. Beide soorten schade komen pas voor vergoeding in aanmerking voor zover zij op grond van artikel 6:98 BW aan de aansprakelijke kunnen worden toegerekend. Schadebegroting en causaliteit zijn dus geen gescheiden onderwerpen: elke post die u opvoert moet ook als gevolg van de fout kunnen gelden.
Abstract of concreet begroten
De hoofdregel is dat schade concreet wordt begroot: er wordt gekeken naar wat u werkelijk kwijt bent geweest en werkelijk bent misgelopen. Op die regel bestaan uitzonderingen waarin de rechter abstraheert van uw persoonlijke situatie. Bij zaakschade wordt bijvoorbeeld gerekend met de objectieve herstelkosten, ook als u het voorwerp niet laat herstellen of het zelf repareert. Dat onderscheid is geen technisch detail: het bepaalt of u bonnen moet overleggen of dat een deskundigenrapport over de waardevermindering volstaat.
Voor letselschade geldt vrijwel altijd de concrete benadering, met één belangrijke nuance. Waar het gaat om schade die nog moet ontstaan — inkomen dat u de komende twintig jaar misloopt, hulp die u de rest van uw leven nodig heeft — kan niemand bonnen overleggen. Daar begroot de rechter aan de hand van een redelijke verwachting, waarbij goede en kwade kansen tegen elkaar worden afgewogen en aan de benadeelde geen strenge eisen worden gesteld: het is immers de aansprakelijke partij die u de mogelijkheid heeft ontnomen daarover zekerheid te krijgen.
Welke posten er zijn
De opsomming verschilt per zaak, maar de terugkerende posten bij letsel zijn de medische kosten en het eigen risico, reiskosten, verlies van inkomen en van verdienvermogen, huishoudelijke hulp en mantelzorg, verlies van zelfwerkzaamheid, kosten die naasten voor u maken, en het smartengeld. Bij zaak- en bedrijfsschade gaat het om herstel of vervanging, gederfde winst, stilstandschade en de kosten die u redelijkerwijs heeft gemaakt om de schade te beperken of vast te stellen. Die laatste categorie wordt vaak vergeten, terwijl artikel 6:96 lid 2 BW haar uitdrukkelijk noemt. Welke posten in een letselzaak spelen en hoe zij worden berekend, staat uitgewerkt op de pagina over schadevergoeding bij letselschade; voor het leed zelf is er de pagina over smartengeld.
Uw schade beperken: wat de wet van u verwacht
Van u wordt verwacht dat u binnen redelijke grenzen meewerkt aan het beperken van de schade. Doet u dat niet, dan blijft dat deel van de schade voor uw rekening. De grondslag daarvoor ligt in artikel 6:101 BW: schade die mede het gevolg is van een omstandigheid die aan u kan worden toegerekend, wordt naar evenredigheid verdeeld, en het nalaten van schadebeperking is zo'n omstandigheid.
Het woord redelijk doet hier al het werk. De verplichting reikt niet zo ver dat u zich alles moet laten welgevallen. Wat van u kan worden gevergd, hangt af van de aard van het letsel, uw leeftijd, opleiding en arbeidsverleden, en van wat de behandeling of de omscholing feitelijk van u vraagt. Een ingreep met een reëel risico hoeft u niet te ondergaan; een verwijzing naar de fysiotherapeut die uw herstel aantoonbaar bevordert, ligt anders. Ook de kosten die u máákt om de schade te beperken komen voor vergoeding in aanmerking, ook als de poging uiteindelijk niet slaagt.
Behandeling, omscholing en werkhervatting
In de praktijk gaat de discussie meestal over drie dingen. Of u zich moet laten behandelen, of u zich moet laten omscholen naar ander werk, en op welk moment van u mag worden verwacht dat u weer aan het werk gaat. Verzekeraars nemen daarover graag een stellig standpunt in en verbinden er een korting aan.
Dat standpunt is zelden zo hard als het klinkt. De verzekeraar die zich op schending van de schadebeperkingsplicht beroept, moet stellen en zo nodig bewijzen dat een concrete, voor u redelijke maatregel voorhanden was, dat u die zonder goede reden heeft nagelaten, en dat de schade daardoor groter is geworden. Ontbreekt een van die drie, dan houdt het verweer geen stand. Laat u dus niet zonder meer een korting aanpraten, maar vraag door naar welke maatregel precies wordt bedoeld en waarop de aanname rust dat die zou hebben geholpen.
Eigen schuld: als u zelf een aandeel had
Heeft uw eigen gedrag aan het ontstaan van de schade bijgedragen, dan verdeelt artikel 6:101 BW de schade naar de mate waarin ieders gedrag daaraan heeft bijgedragen. Daarna volgt een tweede stap, de billijkheidscorrectie: de rechter kan die verdeling bijstellen wanneer de uiteenlopende ernst van de gemaakte fouten of de omstandigheden van het geval daartoe aanleiding geven. Die correctie werkt in de praktijk vaak in het voordeel van de benadeelde, zeker bij ernstig letsel en zeker wanneer aan de andere kant een verzekering meebetaalt.
Op dat stelsel bestaan uitzonderingen die u niet over het hoofd moet zien. In het verkeer geldt voor voetgangers en fietsers een bijzondere bescherming tegenover gemotoriseerd verkeer, en kinderen onder de veertien nemen daarin een nog sterkere positie in. Ook in de verhouding werkgever–werknemer werkt eigen schuld maar zeer beperkt door: alleen opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer ontslaat de werkgever van aansprakelijkheid.
Meerdere aansprakelijken
Hebben twee of meer partijen dezelfde schade veroorzaakt, dan zijn zij op grond van artikel 6:102 BW hoofdelijk aansprakelijk. Dat is voor u gunstig: u kunt ieder van hen voor het geheel aanspreken en hoeft niet uit te zoeken wie welk deel heeft veroorzaakt. Wie betaalt, mag daarna onderling verrekenen; die interne verdeling is hun probleem, niet het uwe.
Is niet vast te stellen wie van hen de schade heeft veroorzaakt, maar staat wel vast dat het een van hen moet zijn geweest, dan biedt artikel 6:99 BW uitkomst: dan zijn zij ieder voor het geheel aansprakelijk, tenzij zij bewijzen dat de schade niet door hun handelen is ontstaan. In beide gevallen is de praktische les dezelfde: spreek iedereen aan die in beeld is, en laat u niet doorverwijzen naar de partij met de minste verhaalsmogelijkheden. Waar de vraag speelt of de schade überhaupt aan de fout kan worden toegerekend, gaat het over causaal verband.
Wettelijke rente en het moment van begroten
Over schade die vaststaat loopt wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is geleden, en die rente loopt door zolang niet is betaald. Bij een langlopend dossier gaat dat om substantiële bedragen; het is dan ook een van de weinige drukmiddelen die met het verstrijken van de tijd sterker worden in plaats van zwakker. Reden te meer om de schade vroeg te specificeren en de aansprakelijke partij formeel in gebreke te stellen, ook als het dossier nog niet compleet is. Hoe de rente wordt berekend en vanaf welk moment zij loopt, leest u bij wettelijke rente over schadevergoeding.
Wat het u kost
Staat de aansprakelijkheid vast of is zij aannemelijk, dan komen de redelijke kosten van rechtsbijstand op grond van artikel 6:96 lid 2 BW voor rekening van de aansprakelijke partij, en datzelfde geldt voor de kosten van het vaststellen van de schade — een rekenkundig rapport, een arbeidsdeskundige, een medisch adviseur. U betaalt in die gevallen zelf niets. Is de aansprakelijkheid nog in geschil, dan maken wij vooraf een heldere afspraak; wat wij rekenen staat op de pagina over kosten.
Wat wij voor u doen
Wij stellen de schadestaat op, laten waar nodig een rekenkundige of arbeidsdeskundige de toekomstige posten doorrekenen, en toetsen de uitgangspunten van de verzekeraar op de plekken waar het geld zit: de looptijd, de aangenomen carrière, de resterende verdiencapaciteit en de verdeling bij eigen schuld. Waar een beroep op schending van de schadebeperkingsplicht wordt gedaan, vragen wij door tot duidelijk is welke maatregel precies wordt bedoeld. En waar meerdere partijen in beeld zijn, spreken wij ze alle aan. Het kantoor komt voort uit de schadepraktijk van verzekeraars; wij kennen de rekenmodellen en de standaardverweren van de andere kant van de tafel.
Neem contact op
Wilt u weten of het bedrag dat op tafel ligt klopt? Een eerste gesprek is kosteloos en verplicht u tot niets; wij zeggen u eerlijk of er ruimte zit. Telefoon 035 - 203 11 62 of e-mail info@vittorialaw.nl. U hoort binnen één werkdag van ons.
Veelgestelde vragen
Moet ik mij laten behandelen of omscholen?
Binnen redelijke grenzen wel, maar de verzekeraar moet aantonen welke concrete maatregel voorhanden was, dat u die zonder goede reden naliet en dat de schade daardoor groter werd.
Wat betekent eigen schuld voor mijn vergoeding?
De schade wordt verdeeld naar ieders aandeel, waarna de billijkheidscorrectie die verdeling kan bijstellen — bij ernstig letsel vaak in uw voordeel.
Geldt eigen schuld ook in het verkeer en op het werk?
Slechts beperkt. Fietsers en voetgangers zijn tegenover gemotoriseerd verkeer bijzonder beschermd, en een werknemer verliest zijn aanspraak pas bij opzet of bewuste roekeloosheid.
Wie spreek ik aan als meerdere partijen aansprakelijk zijn?
Ieder van hen, voor het geheel. Hun onderlinge verdeling is hun zaak; u hoeft die niet af te wachten.
Welke schadeposten kan ik bij letsel vorderen?
Van medische kosten en inkomensverlies tot huishoudelijke hulp, zelfwerkzaamheid en smartengeld. Lees verder.
Hoeveel smartengeld is gebruikelijk?
Dat hangt af van aard en ernst van het letsel en van wat rechters in vergelijkbare zaken toekennen. Lees verder.
Wat als de verzekeraar het verband met het ongeval betwist?
Dan gaat het niet meer over de begroting maar over causaliteit, en dat is een eigen toets in twee stappen. Lees verder.