Causaal verband: staat vast dat uw schade door de fout is veroorzaakt?

In vrijwel elke aansprakelijkheidszaak wordt uiteindelijk op één punt beslist: het causaal verband. Dat de wederpartij een fout heeft gemaakt, staat vaak niet eens ter discussie. Dat u schade lijdt evenmin. De strijd gaat over de vraag of het één het gevolg is van het ander. Het Nederlandse recht beoordeelt die vraag in twee stappen. Eerst de feitelijke: zou de schade er ook zijn geweest zonder de fout? Daarna de juridische: kan deze schade redelijkerwijs aan de aansprakelijke worden toegerekend? Dat is artikel 6:98 BW, en dat tweede oordeel is geen rekensom maar een weging.

Stap 1: het condicio sine qua non-verband

De eerste stap is feitelijk. Er is causaal verband als de schade zonder de fout niet zou zijn ingetreden. Juristen noemen dat het condicio sine qua non-verband, vaak afgekort tot csqn. U vergelijkt twee werkelijkheden: de situatie zoals die is, en de hypothetische situatie waarin de fout niet was gemaakt. Het verschil tussen die twee is de schade.

Die vergelijking klinkt eenvoudiger dan zij is. De hypothetische situatie moet worden gereconstrueerd, en juist daar ontstaat het geschil. Een verzekeraar zal betogen dat de knieklachten er ook zonder het ongeval waren gekomen, dat het bedrijf ook zonder de wanprestatie omzet had verloren, of dat de patiënt ook bij een juiste diagnose dezelfde afloop had gekend.

Wie moet het bewijzen?

De hoofdregel van artikel 150 Rv geldt: wie zich op de rechtsgevolgen van een feit beroept, draagt daarvan de bewijslast. In beginsel is het dus aan de benadeelde om het causaal verband aannemelijk te maken. Absolute zekerheid is niet vereist — het gaat om een redelijke mate van waarschijnlijkheid — maar de bewijslast ligt bij u, en dat maakt de opbouw van het dossier bepalend.

Op die hoofdregel bestaan uitzonderingen die de positie van de benadeelde aanzienlijk kunnen verbeteren. De belangrijkste is de omkeringsregel.

De omkeringsregel

Is een norm geschonden die er juist toe strekt een bepaald gevaar te voorkomen, en heeft dat gevaar zich vervolgens verwezenlijkt, dan wordt het causaal verband vermoed aanwezig te zijn. De aansprakelijke partij mag dat vermoeden weerleggen, maar moet daarvoor zelf aannemelijk maken dat de schade ook zonder de normschending was ontstaan. Daarmee verschuift het bewijsrisico.

De regel is niet grenzeloos. Er moet een specifieke norm zijn geschonden die strekt tot bescherming tegen precies dit gevaar; een algemene zorgvuldigheidsnorm volstaat niet. En het gevaar dat zich verwezenlijkte moet het gevaar zijn waartegen de norm beschermt. Juist over die afbakening wordt in de praktijk het meest geprocedeerd.

Stap 2: toerekening op grond van artikel 6:98 BW

Is het csqn-verband er, dan is de zaak nog niet klaar. Artikel 6:98 BW bepaalt dat alleen die schade voor vergoeding in aanmerking komt die in zodanig verband staat met de gebeurtenis dat zij, mede gezien de aard van de aansprakelijkheid en van de schade, als gevolg daarvan kan worden toegerekend. Feitelijk verband is dus een noodzakelijke, maar geen voldoende voorwaarde.

Deze stap is een weging, en de uitkomst hangt af van een aantal factoren die in de rechtspraak zijn uitgekristalliseerd. De aard van de aansprakelijkheid weegt zwaar: bij schending van een verkeers- of veiligheidsnorm, en zeker bij letsel of overlijden, wordt ruim toegerekend. Bij zuivere vermogensschade uit een contractuele of beroepsfout is de toerekening beduidend terughoudender. Ook de aard van de schade telt mee — letselschade wordt eerder toegerekend dan een indirect winstverlies — evenals de voorzienbaarheid van het gevolg en de mate van verwijtbaarheid.

De benadeelde nemen zoals hij is

Een belangrijk uitvloeisel van die ruime toerekening bij letsel is dat een bijzondere lichamelijke of psychische gesteldheid van het slachtoffer voor risico van de aansprakelijke komt. Dat iemand door een aanleg of eerdere klachten kwetsbaarder was dan een gemiddeld persoon, ontslaat de dader niet van aansprakelijkheid voor de volle omvang van het letsel. Verzekeraars voeren dit predispositie-verweer standaard; het slaagt aanzienlijk minder vaak dan zij suggereren.

Feitelijk verband en juridische toerekening zijn niet hetzelfde

Het onderscheid tussen beide stappen wordt in de praktijk voortdurend door elkaar gehaald, ook door professionele wederpartijen. Een verweer dat op de eerste stap wordt gevoerd hoort soms thuis in de tweede, en omgekeerd. Wie dat onderscheid scherp houdt, ontneemt de wederpartij de mogelijkheid om een zwak feitelijk verweer te verhullen als een juridisch argument.

Als het verband niet volledig te bewijzen is

Soms is niet vast te stellen óf de fout de schade heeft veroorzaakt, maar staat wel vast dat de fout de kans op die schade aanmerkelijk heeft vergroot. Het recht laat de benadeelde in die situatie niet met lege handen staan. Er zijn drie leerstukken die uitkomst bieden, en de keuze daartussen is bepalend voor de uitkomst van de zaak.

Proportionele aansprakelijkheid

Wanneer de schade door twee mogelijke oorzaken kan zijn veroorzaakt — één die voor risico van de aansprakelijke komt en één die in de risicosfeer van de benadeelde ligt — en niet is vast te stellen welke het is geweest, kan de rechter de aansprakelijkheid verdelen naar de kans dat elk van beide de schade heeft veroorzaakt. De aansprakelijke betaalt dan een percentage van de schade. De Hoge Raad aanvaardde dit in het arrest Nefalit/Karamus, over een werknemer die zowel aan asbest was blootgesteld als had gerookt. Latere rechtspraak maant tot terughoudendheid: het leerstuk is bedoeld voor situaties waarin de onzekerheid werkelijk onoplosbaar is, niet als comfortabele middenweg.

Kansschade

Kansschade is iets anders, al worden de twee vaak verward. Hier staat de fout vast en is duidelijk dat daardoor een kans op een beter resultaat verloren is gegaan — de kans op een geslaagd hoger beroep dat door een verzuimde termijn niet meer kon worden ingesteld, de kans op genezing bij een tijdige diagnose. Niet de schade zelf, maar de verloren kans is dan het object van de vordering. De rechter begroot die kans en kent een evenredig deel van de schade toe. Dit speelt vooral bij beroepsfouten van advocaten, notarissen, accountants en artsen.

Meerdere mogelijke veroorzakers: artikel 6:99 BW

Staat vast dat de schade door één van meerdere gebeurtenissen is veroorzaakt, waarvoor telkens een ander aansprakelijk is, en is niet te achterhalen welke, dan zijn zij op grond van artikel 6:99 BW ieder hoofdelijk aansprakelijk voor het geheel. Wie zich daaraan wil onttrekken, moet zélf bewijzen dat de schade niet uit zijn gebeurtenis is voortgekomen. Dit artikel keert de bewijslast dus volledig om, en het is bij meerdere aansprakelijke partijen vaak de snelste route naar volledige vergoeding.

Waarom causaal verband zo vaak het echte geschilpunt is

Een verzekeraar die de aansprakelijkheid niet meer kan betwisten, verlegt de discussie naar de causaliteit. Dat is geen kwade wil maar een voorspelbare strategie, en zij is effectief zolang het dossier daar niet op is gebouwd. De klassieke opening is dat de klachten ook zonder het ongeval waren ontstaan, dat er sprake is van een pre-existente aandoening, of dat het inkomensverlies andere oorzaken kent.

Tegen dat verweer helpt geen stelligheid, maar een dossier. Een medische tijdlijn die begint vóór het ongeval en doorloopt tot heden. Een medisch adviseur die de vraagstelling voor een deskundigenbericht scherp formuleert in plaats van hem aan de wederpartij te laten. Arbeidskundige en fiscale gegevens die de hypothetische situatie zonder ongeval onderbouwen. En waar nodig een deelgeschilprocedure, waarin de rechter zich uitsluitend over het causaal verband uitspreekt zodat de onderhandelingen daarna op een vaste basis verder kunnen.

Zo werkt Vittoria Law

Wij nemen zaken aan waarin het juridisch en financieel om iets gaat, en wij bouwen die op vanaf de causaliteit. Dat betekent in de praktijk dat wij bij aanvang vaststellen welke feiten het verband moeten dragen en welke stukken daarvoor nodig zijn, voordat er een aansprakelijkstelling uitgaat.

Wij schakelen zelf een medisch adviseur in en laten de vraagstelling aan een deskundige niet over aan de wederpartij. Wij beoordelen per zaak of proportionele aansprakelijkheid, kansschade of artikel 6:99 BW de sterkste route is, in plaats van standaard de volledige schade te vorderen en te zien wat blijft hangen. En wij zetten het deelgeschil in wanneer een uitspraak over het causaal verband de zaak vlot trekt.

Veelgestelde vragen

Wat is causaal verband bij aansprakelijkheid?

Causaal verband is het vereiste verband tussen de fout en de schade. Het wordt in twee stappen beoordeeld: eerst of de schade zonder de fout zou zijn uitgebleven (het condicio sine qua non-verband), en daarna of de schade op grond van artikel 6:98 BW redelijkerwijs aan de aansprakelijke kan worden toegerekend.

Wie moet het causaal verband bewijzen?

In beginsel de benadeelde, op grond van artikel 150 Rv. Absolute zekerheid is niet vereist; een redelijke mate van waarschijnlijkheid volstaat. Bij schending van een norm die juist dit gevaar moest voorkomen, kan de omkeringsregel het bewijsrisico verschuiven naar de aansprakelijke partij.

Wat houdt de omkeringsregel in?

Is een specifieke norm geschonden die strekt tot voorkoming van een bepaald gevaar, en heeft dat gevaar zich verwezenlijkt, dan wordt het causaal verband vermoed. De aansprakelijke partij moet dan zelf aannemelijk maken dat de schade ook zonder de normschending zou zijn ontstaan.

Wat is het verschil tussen kansschade en proportionele aansprakelijkheid?

Bij kansschade staat vast dat door de fout een kans op een beter resultaat verloren is gegaan; die verloren kans wordt begroot en vergoed. Bij proportionele aansprakelijkheid is onzeker welke van meerdere mogelijke oorzaken de schade heeft veroorzaakt en wordt de aansprakelijkheid naar kansverhouding verdeeld.

Telt het mee als ik al klachten had vóór het ongeval?

Een bijzondere lichamelijke of psychische gesteldheid komt bij letselschade in beginsel voor risico van de aansprakelijke partij. Dat u kwetsbaarder was dan gemiddeld, beperkt de vergoeding dus niet zonder meer. Het predispositie-verweer wordt vaak gevoerd en slaagt aanzienlijk minder vaak dan verzekeraars suggereren.

Wat als meerdere partijen de schade veroorzaakt kunnen hebben?

Staat vast dat de schade door één van meerdere gebeurtenissen is veroorzaakt maar niet door welke, dan is op grond van artikel 6:99 BW ieder van de aansprakelijken hoofdelijk aansprakelijk voor het geheel. Wie daaraan wil ontkomen, moet zelf bewijzen dat de schade niet uit zijn gebeurtenis voortkomt.

Kan ik het causaal verband apart laten beoordelen?

Ja. In een deelgeschilprocedure legt u uitsluitend de vraag naar het causaal verband aan de rechter voor. Dat is sneller en goedkoper dan een volledige bodemprocedure en trekt vastgelopen onderhandelingen vaak vlot. Bij letselschade komen de kosten daarvan in beginsel voor rekening van de aansprakelijke partij.

Alles over causaal verband en bewijs

Laat uw aansprakelijkheidszaak beoordelen

Neem contact op met Vittoria Law voor een eerste beoordeling van uw zaak. Wij kijken naar de feiten, de juridische positie, de kansen en risico’s en de meest effectieve vervolgstap.

Email

info@vittorialaw.nl

Telefoon

Kantoor


Gevestigd in Hilversum
:

Elzenlaan 61 | 1214 KK | Hilversum


Bezoeklocaties:


Amsterdam:

Olympisch Stadion 24 - 28 | 1076 DE  Amsterdam


Utrecht

Maliebaan 80A  |  3581 CD  | Utrecht