Verkeersaansprakelijkheid; wie is er aansprakelijk bij een verkeersongeval?
In het kort. Wie in het verkeer een fout maakt, is op grond van artikel 6:162 BW aansprakelijk voor de schade die daaruit voortvloeit. Komt een motorrijtuig in aanrijding met een fietser of voetganger, dan geldt bovendien het bijzondere regime van artikel 185 WVW: de eigenaar of houder is dan in beginsel aansprakelijk en komt daar alleen bij overmacht onderuit. Wat vervolgens overblijft, is de verdeling van de schade wegens eigen schuld, en daar wordt de zaak in de praktijk beslist. Bent u aangereden of aansprakelijk gesteld, dan is het eerste gesprek kosteloos.
De hoofdregel: wie een verkeersfout maakt, draagt de schade
Wie in het verkeer onzorgvuldig handelt en daarmee schade veroorzaakt, is op grond van artikel 6:162 BW aansprakelijk. Dat is de gewone maatstaf van de onrechtmatige daad: een gedraging in strijd met hetgeen in het maatschappelijk verkeer betaamt, toerekenbaar aan de veroorzaker, en schade die daarvan het gevolg is. Voor botsingen tussen motorrijtuigen onderling blijft dat het beoordelingskader.
Artikel 185 WVW: het bijzondere regime voor fietsers en voetgangers
Daarnaast kent de Wegenverkeerswet een eigen regeling voor het geval waarin een motorrijtuig in aanrijding komt met een niet-gemotoriseerde verkeersdeelnemer. De eigenaar of houder van het motorrijtuig is dan aansprakelijk, ongeacht of hij zelf achter het stuur zat. Vier elementen moeten daarvoor vaststaan: er is een niet-gemotoriseerde bij betrokken, er is schade, die schade is het gevolg van een verkeersongeval waarbij het motorrijtuig betrokken was, en het ongeval heeft plaatsgevonden op de openbare weg.
Op die aansprakelijkheid bestaat in beginsel maar één uitweg: overmacht. Bij een niet-gemotoriseerde van veertien jaar of ouder slaagt dat beroep alleen wanneer de bestuurder rechtens geen enkel verwijt treft, dus wanneer de fout van de fietser of voetganger zo onwaarschijnlijk was dat de bestuurder daarmee geen rekening hoefde te houden. Bij een kind jonger dan veertien jaar is een beroep op overmacht uitgesloten, behoudens opzet of aan opzet grenzende roekeloosheid.
Eigen schuld: aansprakelijkheid is nog geen schadeverdeling
Dat iemand aansprakelijk is, zegt nog niet wie welk deel van de schade draagt. Die verdeling loopt via artikel 6:101 BW. Eerst wordt naar causaliteit verdeeld: in welke mate hebben het weggedrag van de aangesproken partij en dat van de benadeelde aan de schade bijgedragen. Daarna kan de billijkheid die verdeling corrigeren, wanneer de ernst van de gemaakte fouten of de overige omstandigheden van het geval daarom vragen.
Voor niet-gemotoriseerde verkeersdeelnemers is die correctie in vaste percentages gegoten. Aan een benadeelde jonger dan veertien jaar wordt, behoudens opzet of bewuste roekeloosheid, in het geheel geen eigen schuld tegengeworpen: de schade wordt volledig vergoed. Is de benadeelde veertien jaar of ouder, dan geldt eveneens behoudens opzet of bewuste roekeloosheid een ondergrens van vijftig procent.
Waar het in uw zaak op aankomt
De discussie gaat in de praktijk zelden over de regel en bijna altijd over de toedracht: wie reed waar, met welke snelheid, en wat had de ander moeten zien. Die feiten bepalen zowel de overmachtsvraag als de verdeling naar eigen schuld, en zij zijn na verloop van tijd moeilijk alsnog vast te leggen. Wat er bij letsel na een aanrijding verder komt kijken, leest u bij letselschade na een verkeersongeval; hoe het verband tussen ongeval en klachten wordt bewezen, staat bij causaal verband en bewijs.
Bent u aangereden of wordt u na een verkeersongeval aansprakelijk gesteld? Leg uw zaak kosteloos voor; bel 035 – 203 11 62.
Uw zaak laten beoordelen?
Heeft u schade geleden of bent u verwikkeld in een geschil over aansprakelijkheid, schade of bewijs?
Vittoria Law beoordeelt uw juridische positie, brengt de belangrijkste risico’s in kaart en denkt mee over de meest effectieve vervolgstap.




