Wanneer is een opstal gebrekkig?

Tim Warnsinck • 20 juli 2022

Het kan dat je aansprakelijk wordt gesteld voor een gebrekkige opstal. Wat is een gebrekkige opstal precies? Wanneer ben je aansprakelijk voor een gebrekkige opstal (6:174 BW)?


Wie schade lijdt door een gebouw, werk, weg, leiding of andere constructie, kan te maken krijgen met aansprakelijkheid voor een gebrekkige opstal. De juridische basis daarvoor ligt in artikel 6:174 BW. Die bepaling regelt wanneer de bezitter van een opstal aansprakelijk is voor schade die wordt veroorzaakt doordat de opstal niet voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen.


Het gaat bij deze aansprakelijkheid niet alleen om instortende gebouwen. Het huidige recht is ruimer. Ook andere gebouwen en werken die duurzaam met de grond zijn verenigd kunnen onder het begrip opstal vallen. Daarbij kan worden gedacht aan gebouwen, muren, bruggen, damwanden, dijken, verharde wegen, leidingen, riolen, liften, dakpannen of waterleidingbuizen, voor zover zij als gebouw, werk of bestanddeel daarvan in de zin van artikel

6:174 BW kunnen worden aangemerkt.


Een opstal is dus meer dan alleen een huis of bedrijfspand. Beslissend is of sprake is van een gebouw of werk dat rechtstreeks of indirect duurzaam met de grond is verenigd. Zaken die slechts tijdelijk of eenvoudig verplaatsbaar zijn, vallen daar niet zonder meer onder. Een natuurlijke berghelling, rots of boom is op zichzelf evenmin een opstal, omdat artikel 6:174 BW ziet op wat kunstmatig door bouwing is gevormd.


Waarom bestaat aansprakelijkheid voor gebrekkige opstallen?


De gedachte achter artikel 6:174 BW is dat de benadeelde vaak moeilijk kan achterhalen waardoor een gebrek precies is ontstaan. Een gebrek aan een gebouw of werk kan voortkomen uit een foutieve berekening, ondeugdelijke bouwstoffen, fouten bij uitvoering, gebrekkig onderhoud, chemische processen, verzakking van de grond of andere oorzaken.


Voor de benadeelde is het vaak lastig om te bewijzen wie van al die mogelijke partijen een fout heeft gemaakt. De wet legt het risico daarom in beginsel bij de bezitter van de opstal. Die kan zich vervolgens, als daarvoor grond bestaat, verhalen op degene die het gebrek heeft veroorzaakt, zoals een aannemer, architect, installateur of andere betrokken partij.


Wanneer is een opstal gebrekkig?


Een opstal is gebrekkig wanneer deze niet voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen en daardoor gevaar voor personen of zaken oplevert, welk gevaar zich vervolgens verwezenlijkt.

Het gaat dus niet om ieder gebrek in algemene zin. De vraag is of de opstal uit het oogpunt van veiligheid niet aan de daaraan te stellen eisen voldoet. Daarbij kunnen verschillende omstandigheden een rol spelen, zoals de aard van de opstal, de functie ervan, de fysieke toestand op het moment waarop het gevaar zich verwezenlijkt en het te verwachten gebruik door derden.

Een publiek toegankelijk gebouw of werk wordt anders beoordeeld dan een gesloten gebouw op besloten terrein. Ook maakt het uit waarvoor de opstal dient en welke veiligheidsrisico’s redelijkerwijs aan het gebruik ervan verbonden zijn.


Geen absolute garantienorm


Belangrijk is dat artikel 6:174 BW geen absolute garantienorm bevat. Het enkele feit dat schade is ontstaan, betekent dus niet automatisch dat de opstal gebrekkig was. Het optreden van schade is onvoldoende om aansprakelijkheid aan te nemen.

De vraag blijft of de opstal, gelet op de concrete omstandigheden, niet voldeed aan de veiligheidseisen die men daaraan mocht stellen. Ook wanneer een gevaar zich heeft verwezenlijkt, moet dus nog worden beoordeeld of dat gevaar voortkwam uit een gebrekkige toestand van de opstal in de zin van artikel 6:174 BW.


Dat maakt de beoordeling genuanceerd. Enerzijds hoeft de benadeelde niet altijd precies te bewijzen door wiens fout het gebrek is ontstaan. Anderzijds is niet iedere onveilige gebeurtenis of iedere schade aan een gebouw voldoende om aansprakelijkheid aan te nemen.

Voldoen aan voorschriften is niet altijd genoeg


Dat een opstal in algemene zin voldoet aan veiligheidsvoorschriften, sluit niet uit dat zij toch gebrekkig kan zijn. De beoordeling van gebrekkigheid hangt af van alle omstandigheden van het geval. Veiligheidsvoorschriften en zorgvuldigheidsnormen spelen daarbij een belangrijke rol, maar zijn niet altijd beslissend.


Een gebouw of werk kan formeel aan bepaalde voorschriften voldoen, terwijl de concrete toestand of het concrete gebruik toch maakt dat het uit veiligheidsoogpunt niet voldoet aan de eisen die men daaraan mag stellen. Omgekeerd betekent een incident niet vanzelf dat de opstal gebrekkig was.


Voorbeelden van opstallen


Onder opstallen kunnen onder meer gebouwen en werken vallen die duurzaam met de grond zijn verenigd. De rechtspraak en literatuur noemen onder meer gebouwen, schuttingen, muren, bruggen, strekdammen, damwanden, sluiswerken, verharde wegen, fietspaden, telefoonpalen, riolen, leidingen, dijken en ondergrondse werken.


Ook bestanddelen van een gebouw kunnen onder de aansprakelijkheid vallen, zoals liften, dakpannen of waterleidingbuizen. Van belang is steeds of de zaak als gebouw, werk of onderdeel daarvan binnen het bereik van artikel 6:174 BW valt.

Niet alles valt daaronder. Een tent die van dag tot dag verplaatsbaar is, een tijdelijke hulpconstructie op een bouwplaats, een directiekeet of een railbaan op een bouwterrein hoeft niet zonder meer als opstal te gelden. Het duurzame verband met de grond is een belangrijk onderscheidend criterium.


Losse voorwerpen en tijdelijke situaties


Niet ieder gevaar op of in een gebouw betekent dat het gebouw zelf gebrekkig is. Een los voorwerp dat zich op een bepaalde plaats bevindt, maakt de opstal niet automatisch gebrekkig. In de literatuur en rechtspraak wordt terughoudend omgegaan met situaties waarin het gevaar vooral wordt veroorzaakt door een object of omstandigheid die niet werkelijk tot de toestand van de opstal behoort.

Dat kan anders liggen wanneer de plaatsing of aanwezigheid van een object zozeer samenhangt met het gebruik of de inrichting van de opstal dat daardoor de opstal uit veiligheidsoogpunt niet meer voldoet aan de eisen die men daaraan mag stellen. De beoordeling blijft dus feitelijk en contextafhankelijk.


De tenzij-regel


Artikel 6:174 BW bevat een belangrijke beperking: de bezitter is niet aansprakelijk als hij, gesteld dat hij het gevaar op het moment van ontstaan daarvan zou hebben gekend, niet aansprakelijk zou zijn geweest op grond van artikel 6:162 BW.

Deze tenzij-regel brengt mee dat ook bij risicoaansprakelijkheid ruimte blijft voor omstandigheden die aansprakelijkheid uitsluiten. Daarbij kan worden gedacht aan situaties waarin de bezitter alle noodzakelijke maatregelen heeft genomen om het gevaar te beëindigen, maar het gevaar zich toch verwezenlijkt. Ook kan van belang zijn dat maatregelen in de gegeven omstandigheden nog niet konden worden verlangd of zelfs onder een publiekrechtelijk verbod vielen.


Daarnaast kan de positie van de benadeelde zelf een rol spelen. Als de benadeelde de gebrekkige toestand zelf onrechtmatig heeft veroorzaakt, kan dat meebrengen dat jegens hem geen rechtsplicht bestond om die toestand te beëindigen. Ook kan verschil bestaan tussen normale bezoekers van een gebouw en personen die zich daar zonder recht of titel bevinden.


Wie is aansprakelijk voor een gebrekkige opstal?


De hoofdregel is dat de bezitter van de opstal aansprakelijk is. Dat is meestal de eigenaar, maar juridisch gaat het om bezit. Degene die in de openbare registers als eigenaar van de opstal of grond staat ingeschreven, wordt vermoed bezitter van de opstal te zijn. Bij medebezit kunnen medebezitters hoofdelijk aansprakelijk zijn.


Er zijn uitzonderingen. Als op de opstal een recht van erfpacht rust, is in beginsel de bezitter van het erfpachtrecht aansprakelijk. Bij openbare wegen rust de aansprakelijkheid op het overheidslichaam dat moet zorgen dat de weg in goede staat verkeert. Bij leidingen rust de aansprakelijkheid in beginsel op de beheerder daarvan, met uitzondering van bepaalde leidingen binnen een gebouw of werk die dienen voor toevoer of afvoer ten behoeve van dat gebouw of werk.


Voor ondergrondse werken, zoals tunnels, ondergrondse metrostations of parkeergarages, bevat de wet eveneens een bijzondere regeling.


Opstal gebruikt in de uitoefening van een bedrijf


Een belangrijke uitzondering geldt wanneer de opstal wordt gebruikt in de uitoefening van een bedrijf. Dan rust de aansprakelijkheid in beginsel niet op de bezitter, maar op degene die het bedrijf uitoefent.


Deze uitzondering is voor ondernemers van praktisch belang. Denk aan een bedrijfshal, winkelruimte, praktijkruimte, fabriekshal, parkeergarage of andere opstal die in de bedrijfsuitoefening wordt gebruikt. De aansprakelijkheid van de bedrijfsmatige gebruiker ziet ook op gevaren die voortkomen uit bestaande eigenschappen van de opstal die deze, gezien het gebruik dat ervan wordt gemaakt, onveilig maken.

Wel is vereist dat het ontstaan van de schade voldoende verband houdt met de uitoefening van het bedrijf. Degene die het bedrijf uitoefent, zal moeten aantonen dat tussen het bestaan of ontstaan van het gebrek en de bedrijfsuitoefening geen verband bestaat als hij zich daaraan wil onttrekken.


Kan ook iemand anders aansprakelijk zijn?



De toepasselijkheid van artikel 6:174 BW sluit niet uit dat naast of in plaats van de bezitter of bedrijfsmatige gebruiker ook een ander aansprakelijk kan zijn. Denk aan iemand die onvoldoende toezicht heeft gehouden, een aannemer, architect, installateur, gemeente of een andere partij die op grond van onrechtmatige daad of aansprakelijkheid voor ondergeschikten kan worden aangesproken.

Dat is vooral relevant wanneer de oorzaak van het gebrek terug te voeren is op ontwerp, uitvoering, onderhoud, toezicht of andere concrete gedragingen. Artikel 6:174 BW biedt een route tegen de bezitter of daarmee gelijkgestelde partij, maar neemt andere mogelijke aansprakelijkheidsgronden niet weg.


Bewijs en beoordeling


Wie een beroep doet op artikel 6:174 BW moet in beginsel stellen en bewijzen dat sprake is van een opstal, dat de opstal niet voldeed aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mocht stellen, dat daardoor gevaar voor personen of zaken ontstond en dat dit gevaar zich heeft verwezenlijkt.


Bij bepaalde gebeurtenissen kan het enkele feit dat een constructie is verschoven of bezweken wel een vermoeden opleveren dat de opstal niet voldeed aan de daaraan te stellen eisen. De aangesproken partij kan dan tegenbewijs leveren. De precieze bewijspositie hangt af van het soort opstal, de aard van de schade en de concrete omstandigheden.


Waarom deze beoordeling belangrijk is


Aansprakelijkheid voor opstallen is vaak feitelijk en juridisch complex. De vraag is niet alleen of er schade is ontstaan, maar ook of sprake is van een opstal, of die opstal gebrekkig was, welk gevaar zich heeft verwezenlijkt, wie juridisch als aansprakelijke persoon geldt en of de tenzij-regel of een andere beperking aan aansprakelijkheid in de weg staat.


Voor slachtoffers kan artikel 6:174 BW belangrijk zijn omdat zij niet altijd hoeven te bewijzen door wiens fout het gebrek precies is ontstaan. Voor eigenaren, ondernemers en andere aangesproken partijen is juist van belang dat artikel 6:174 BW geen onbeperkte garantienorm is. Niet ieder incident bij een gebouw of werk leidt automatisch tot aansprakelijkheid.


Bespreek uw zaak


Heeft u schade geleden door een gebouw, bedrijfsruimte, weg, leiding of ander werk? Of wordt u juist aangesproken wegens een vermeend gebrekkige opstal? Vittoria Law kan beoordelen of artikel 6:174 BW toepassing vindt, wie aansprakelijk kan zijn en welke verweren of vervolgstappen in uw situatie voor de hand liggen.

Uw zaak laten beoordelen?

Heeft u schade geleden of bent u verwikkeld in een geschil over aansprakelijkheid, schade of bewijs?


Vittoria Law beoordeelt uw juridische positie, brengt de belangrijkste risico’s in kaart en denkt mee over de meest effectieve vervolgstap.

door Tim Warnsinck 5 mei 2026
Mag een advocaat bij letselschade no cure no pay werken? Lees wanneer resultaatgerelateerde beloning bij letsel- en overlijdensschade onder voorwaarden mogelijk is.
door Tim Warnsinck 1 mei 2026
Slachtoffer van mishandeling? Lees welke schade u kunt vorderen, hoe smartengeld wordt beoordeeld en hoe u schadevergoeding kunt vragen in de strafzaak.
door Tim Warnsinck 29 april 2026
Welke bijkomende kosten vergoedbaar bij bedrijfsschade? Lees wanneer kosten van schadebeperking, vaststelling en buitengerechtelijke bijstand kunnen worden verhaald.
door Tim Warnsinck 29 april 2026
Hoe bewijst u gederfde winst en omzetverlies bij bedrijfsschade? Lees hoe de rechter hiermee omgaat en welke onderbouwing nodig is.
door Tim Warnsinck 29 april 2026
Welke schadeposten kunt u bij bedrijfsschade verhalen? Lees hoe geleden verlies, gederfde winst, extra kosten en gevolgschade juridisch worden beoordeeld.
door Tim Warnsinck 23 april 2026
Betekent een ouderdomsclausule of exoneratie dat u bij verborgen gebreken geen rechten meer heeft? Lees hoe dat juridisch ligt.
door Tim Warnsinck 23 april 2026
Wanneer kunt u ontbinding of prijsvermindering vorderen bij een verborgen gebrek aan een woning? Lees welke factoren daarbij een rol spelen.
door Tim Warnsinck 23 april 2026
Kunt u de verkoper aanspreken op herstelkosten van een dak na aankoop van een woning? Lees wanneer u die kosten kunt verhalen.
door Tim Warnsinck 23 april 2026
Wie draagt het risico bij een verborgen gebrek aan een woning? Lees hoe onderzoeksplicht en mededelingsplicht zich tot elkaar verhouden.
door Tim Warnsinck 23 april 2026
Wanneer is een woning juridisch non-conform? Lees wanneer een woning niet aan de overeenkomst beantwoordt en welke rechten u als koper heeft.