Voegen als benadeelde partij: schade claimen in de strafzaak
Slachtoffer van een misdrijf? Lees hoe u zich als benadeelde partij kunt voegen in de strafzaak en welke schade u kunt vorderen.
In het kort
In het kort. Wordt de dader vervolgd, dan kunt u uw schade laten beoordelen door de strafrechter die over hem oordeelt. U vult het schadeformulier van het Openbaar Ministerie in, onderbouwt elke post met stukken, en de rechter beslist in dezelfde uitspraak over de straf en over uw vordering. Wijst hij toe, dan int de Staat het bedrag voor u en betaalt de Staat na acht maanden uit wat de dader nog niet heeft betaald. De grens: alleen schade die rechtstreeks uit het bewezen feit volgt en die zich zonder uitgebreid onderzoek laat vaststellen. Wat daarbuiten valt, hoort bij de civiele rechter. U kunt beide routes combineren.
Voor uw positie in het strafproces in bredere zin leest u slachtofferrecht en schadevergoeding na een misdrijf en wat zijn mijn rechten als slachtoffer.
Wat voegen inhoudt
Voegen is het indienen van uw civiele schadevordering in de strafzaak tegen de verdachte (artikel 51f Sv). Het is bedoeld als een eenvoudige en laagdrempelige procedure, zonder griffierecht en zonder aparte dagvaarding. De keerzijde is dat de strafzaak om de verdenking draait en maar beperkt ruimte biedt voor bewijslevering; een vordering die te veel onderzoek vraagt, wordt niet inhoudelijk behandeld maar doorverwezen naar de civiele rechter (HR 28 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:793).
Wie zich kan voegen
Wie rechtstreeks schade heeft geleden door het feit dat de verdachte wordt verweten. Is het slachtoffer overleden, dan de erfgenamen voor de geërfde vordering en de nabestaanden die op grond van artikel 6:108 BW een eigen aanspraak hebben: gederfd levensonderhoud, begrafeniskosten en affectieschade. Bij ernstig en blijvend letsel ook de naasten van artikel 6:107 BW, voor de kosten die zij voor het slachtoffer maakten en voor affectieschade (artikel 51f lid 2 Sv). Voegen voor een deel van de vordering mag (lid 3). Hoe de positie van nabestaanden precies ligt, staat bij rechten van nabestaanden in een strafzaak.
Rechtstreekse schade
De strafrechter behandelt alleen schade die u rechtstreeks door het bewezen feit heeft geleden (artikel 361 lid 2 Sv). Volgens de Hoge Raad is daarvoor voldoende dat tussen het bewezen handelen en de schade voldoende verband bestaat, beoordeeld naar de concrete omstandigheden. De lat ligt niet hoog: de schade hoeft niet te zien op voorwerpen uit de bewezenverklaring, bij vermogensdelicten is de vergoeding niet beperkt tot wat de dader buitmaakte, en u hoeft niet getroffen te zijn in het belang dat de strafbepaling beschermt. Rechtstreeks zijn in de regel medische kosten, beschadigde kleding of apparatuur, gemist loon, kosten van psychologische behandeling en smartengeld. Lastiger ligt schade die pas door een latere gebeurtenis ontstaat, en schade van anderen dan het slachtoffer zelf. Lees daarom precies wat de verdachte wordt verweten: wat buiten de tenlastelegging blijft, blijft ook buiten de strafzaak.
Indienen en onderbouwen
Zodra de zaak bij het Openbaar Ministerie ligt, ontvangt u een wensenformulier en een schadevergoedingsformulier; wie ze niet binnen de termijn terugstuurt, wordt geacht niet betrokken te willen zijn. Het formulier is het begin. Bij letsel, psychische klachten of inkomensverlies bouwt u de vordering op als een civiel processtuk: per post het bedrag, per post het bewijs, en een afzonderlijke toelichting op het smartengeld waarin de gevolgen concreet worden beschreven. Wat u vandaag eenvoudig vastlegt, is over een half jaar vaak weg: bewaar nota's, medische stukken, foto's van letsel en loonstroken vanaf de eerste dag. U kunt de officier van justitie om inzage in de processtukken vragen en zelf stukken aan het dossier laten toevoegen (artikel 51b Sv); hoe dat werkt, staat bij processtukken inzien als slachtoffer.
De officier van justitie is daarbij niet uw advocaat. Hij is onpartijdig, hoeft geen inhoudelijk oordeel over uw vordering te geven en kan zelf de niet-ontvankelijkheid vorderen als hij de behandeling te belastend vindt. Wel vordert hij volgens de Aanwijzing slachtoffers in het strafproces (2024) voor een toewijsbare vordering altijd de schadevergoedingsmaatregel, ook als u zich niet heeft gevoegd, mits duidelijk is dat u vergoeding wenst. Wat een eigen advocaat toevoegt, staat op de pagina over de slachtofferadvocaat.
Wat de rechter beslist
De rechter wijst toe, wijst af of verklaart de vordering niet-ontvankelijk, geheel of voor een deel. Afwijzen is een inhoudelijk oordeel: het verband is niet aangetoond, de post is al vergoed, de schade is niet toe te rekenen. Niet-ontvankelijk zegt niets over uw recht, alleen dat de strafzaak niet de plaats is om het vast te stellen. Dat gebeurt verplicht bij vrijspraak of wanneer geen straf of maatregel wordt opgelegd, en wanneer behandeling een onevenredige belasting van het strafproces zou opleveren (artikel 361 lid 3 Sv): ingewikkelde causaliteit, lopend medisch onderzoek, een schadeomvang die deskundigen vergt. De Hoge Raad verplicht de rechter daartoe zelfs zodra hij niet zeker weet dat beide partijen hun standpunt voldoende hebben kunnen onderbouwen.
Daarom is het verstandig de vordering vooraf te beperken tot wat de strafrechter goed kan beoordelen, zoals smartengeld, medische kosten en kortdurend inkomensverlies, en de zwaardere posten voor de civiele rechter te bewaren. Die keuze maakt u voordat de zitting wordt gepland. Gaat de strafzaak in hoger beroep, dan loopt het toegewezen deel vanzelf mee en kunt u zich voor de rest opnieuw voegen; stelt niemand beroep in, dan kunt u een afwijzing zelf voorleggen aan het gerechtshof, zonder griffierecht (artikel 421 Sv). Wat u na een niet-ontvankelijkverklaring of een vrijspraak nog kunt, staat bij de gang naar de civiele rechter en schadevergoeding bij vrijspraak.
Van toewijzing naar betaling
Bij toewijzing legt de rechter in de regel de schadevergoedingsmaatregel op (artikel 36f Sr): de veroordeelde moet het bedrag aan de Staat betalen ten behoeve van u, en het CJIB int het met de dwangmiddelen van de Staat. Heeft de veroordeelde acht maanden na het onherroepelijk worden van de uitspraak nog niet volledig betaald, dan keert de Staat het openstaande bedrag aan u uit en verhaalt het zelf op de dader (artikel 6:4:2 lid 7 Sv); bij gewelds- en zedenmisdrijven zonder maximum, bij andere misdrijven tot 5.000 euro. Hoe dat in de praktijk werkt en wat u doet als de dader niet kan betalen, leest u bij de schadevergoedingsmaatregel.
Strafzaak en civiele procedure naast elkaar
De twee routes sluiten elkaar niet uit; bij ernstig letsel is de vraag in welke volgorde u ze inzet. De strafzaak komt eerst, gaat snel en kost niets, maar behandelt alleen wat zich eenvoudig laat vaststellen. De civiele rechter heeft ruimte voor langdurig inkomensverlies, toekomstige zorgkosten en deskundigenonderzoek, maar de procedure duurt langer, kost griffierecht en vraagt een partij op wie verhaal mogelijk is. Wat de strafrechter al toewees, wordt civiel verrekend. Is de schade op de zitting nog niet te overzien, vorder dan een deel en behoud de rest voor; hoe u dat doet en wat er kan als de schade na de uitspraak toeneemt, staat bij schade die nog niet vaststaat en schade die later toeneemt. Is de dader overleden of onvindbaar, dan zijn er andere wegen: als de dader overlijdt en als de dader onbekend of gevlucht is.
Bespreek uw schadevordering
Wij beoordelen welke posten in de strafzaak thuishoren en welke civiel, stellen de onderbouwing op, dienen de vordering tijdig in en bewaken de inning tot en met de voorschotregeling. Vittoria Law is lid van LANGZS, de vereniging van gespecialiseerde slachtofferadvocaten. Stuur ons de stukken; u hoort binnen één werkdag waar u staat. Het eerste gesprek is kosteloos en verplicht u tot niets: bel 035 - 203 11 62, mail naar info@vittorialaw.nl of laat uw gegevens achter via contact.
Bespreek uw zaak
Vul uw gegevens in en wij nemen contact met u op