Zegt de verzekeraar dat het uw eigen schuld was?

In het kort. Eigen schuld is het meest gevoerde en het meest overschatte verweer in schadezaken. Het staat in artikel 6:101 BW en het betekent niet dat u niets krijgt, maar dat de schade wordt verdeeld naar de mate waarin ieders gedrag daaraan heeft bijgedragen. Daarna volgt een tweede stap die verzekeraars zelden uit zichzelf noemen: de billijkheidscorrectie, die de uitkomst van die verdeling opzij kan zetten wegens de uiteenlopende ernst van de gemaakte fouten of de overige omstandigheden. In het verkeer leidt die correctie tot vaste ondergrenzen — een fietser of voetganger van veertien jaar of ouder krijgt ten minste de helft vergoed, een kind onder de veertien in beginsel alles — en bij een arbeidsongeval wordt de schade helemaal niet verdeeld. Een percentage in een brief is dus een standpunt, geen vaststelling.

Is uw schadevergoeding gekort omdat u zelf een aandeel zou hebben gehad?

Leg het percentage kosteloos voor. U spreekt een advocaat, geen intakeformulier. Bel 035 – 203 11 62 of mail info@vittorialaw.nl.

Bespreek uw zaak

Vrijwel elke schadezaak waarin de aansprakelijkheid eenmaal vaststaat, verplaatst zich naar dit ene punt. De tegenpartij erkent dat zij een fout heeft gemaakt en schrijft er in dezelfde brief bij dat u zelf niet had moeten oversteken waar u overstak, niet had moeten gaan staan waar u stond, of eerder naar de dokter had moeten gaan. Daar volgt een percentage op, meestal een rond getal, en zelden een onderbouwing. Wat dat percentage juridisch voorstelt en hoe het tot stand hoort te komen, staat hieronder.

Wat eigen schuld juridisch is

Artikel 6:101 BW bepaalt dat de vergoedingsplicht wordt verminderd wanneer de schade mede een gevolg is van een omstandigheid die aan de benadeelde kan worden toegerekend. De schade wordt dan verdeeld in evenredigheid met de mate waarin de aan ieder toe te rekenen omstandigheden tot de schade hebben bijgedragen. Let op het woord mede: het gaat niet om de vraag of u een fout hebt gemaakt, maar om de vraag of die fout heeft bijgedragen aan het ontstaan of de omvang van de schade. Een overtreding die met het ongeval niets van doen had — een verlopen keuring, een telefoon in de bekerhouder — draagt niets bij en hoort dus ook geen procentpunt te kosten.

Evenmin is vereist dat u schuld in morele zin treft. De wet spreekt van een omstandigheid die aan u kan worden toegerekend, en dat begrip is ruimer dan verwijtbaarheid: ook een gedraging waarvan u geen verwijt valt te maken kan in uw risicosfeer liggen. Het omgekeerde geldt ook. Dat uw gedrag onhandig, onverstandig of achteraf bezien onnodig was, maakt het nog niet tot een omstandigheid die de schade mede heeft veroorzaakt.

De verdeling verloopt in twee stappen

De eerste stap is de causale afweging. Daarbij wordt gekeken in welke mate het gedrag van de aansprakelijke partij en het gedrag van de benadeelde ieder aan de schade hebben bijgedragen, los van hoe ernstig de fouten over en weer zijn. Uit die weging komt een verhouding, bijvoorbeeld een kwart om drie kwart.

De tweede stap is de billijkheidscorrectie, en die staat in dezelfde volzin van de wet: een andere verdeling vindt plaats, of de vergoedingsplicht vervalt geheel of blijft geheel in stand, indien de billijkheid dat eist wegens de uiteenlopende ernst van de gemaakte fouten of andere omstandigheden van het geval. Die tweede stap is geen uitzondering voor bijzondere gevallen maar een vast onderdeel van de beoordeling, en zij wordt in brieven van verzekeraars vrijwel nooit genoemd. Meegewogen worden onder meer de ernst van het letsel, de aard van de over en weer gemaakte fouten, de vraag of de aansprakelijke partij een verkeers- of veiligheidsnorm heeft geschonden die juist strekt tot bescherming tegen dit soort ongevallen, en of tegenover de schade een verzekering staat. Dat laatste is geen bijkomstigheid: dat de ene partij verzekerd is en de andere de schade zelf draagt, is een omstandigheid die de rechter in de correctie mag betrekken.

Wie een percentage voorgelegd krijgt, doet er daarom goed aan te vragen welke van die twee stappen is gezet. Vrijwel altijd is dat alleen de eerste, en vrijwel altijd verschuift de uitkomst zodra de tweede erbij komt.

In het verkeer gelden vaste ondergrenzen

Wordt een fietser of voetganger aangereden door een motorrijtuig, dan is de eigenaar of houder daarvan op grond van artikel 185 van de Wegenverkeerswet 1994 in beginsel aansprakelijk; hij komt daar alleen onderuit met overmacht, en dat verweer slaagt zelden. Wat dan resteert is de vraag naar eigen schuld, en juist daar heeft de Hoge Raad de billijkheidscorrectie in vaste percentages gegoten.

Is de aangereden fietser of voetganger veertien jaar of ouder, dan draagt de gemotoriseerde zijde ten minste de helft van de schade, hoe onvoorzichtig er ook is gehandeld. Alleen opzet of aan opzet grenzende roekeloosheid van de benadeelde doorbreekt die ondergrens. Over de andere helft wordt vervolgens gewoon causaal afgewogen, en ook op die helft kan de billijkheidscorrectie nogmaals worden toegepast, zodat de uitkomst in de praktijk regelmatig boven de vijftig procent uitkomt. Is de benadeelde jonger dan veertien jaar, dan wordt hem behoudens diezelfde opzet of aan opzet grenzende roekeloosheid in het geheel geen eigen schuld tegengeworpen en wordt de schade volledig vergoed.

Twee dingen worden hierbij stelselmatig verward. Het eerste is de maatstaf: in het verkeer luidt de uitzondering opzet of aan opzet grenzende roekeloosheid , en niet bewuste roekeloosheid — dat laatste is de maatstaf bij een arbeidsongeval en die is een andere. Het tweede is dat deze ondergrenzen alleen gelden ten opzichte van de benadeelde zelf. Vordert een verzekeraar die uw schade al heeft vergoed het bedrag op de aansprakelijke partij, dan berust zijn recht op subrogatie en niet op de billijkheid jegens een kwetsbare verkeersdeelnemer; de vijftigprocentregel werkt in die verhouding dus niet door. Rijdt u zelf in een auto en spreekt u een fietser aan, dan gelden deze regels evenmin: artikel 185 beschermt de ongemotoriseerde, niet omgekeerd, en uw schade wordt langs de gewone maatstaf van artikel 6:101 BW verdeeld. Wat er verder bij een aanrijding komt kijken, staat op verkeersaansprakelijkheid en, voor letsel, op letselschade na een verkeersongeval.

Bij een arbeidsongeval wordt niet verdeeld

Op het werk geldt een ander stelsel. Artikel 7:658 BW legt op de werkgever een zorgplicht en maakt hem aansprakelijk voor schade die de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden lijdt, tenzij hij aantoont dat hij die zorgplicht is nagekomen of dat de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer. Een verdeling naar eigen schuld kent dat artikel niet: de werkgever is aansprakelijk of hij is het niet.

Bewuste roekeloosheid is bovendien een zware maatstaf. De Hoge Raad eist dat de werknemer zich onmiddellijk voorafgaand aan het ongeval van het roekeloze karakter van zijn gedraging daadwerkelijk bewust is geweest. Dat hij herhaaldelijk was gewaarschuwd, is daarvoor niet genoeg. Gewone onoplettendheid, haast, routine of een inschattingsfout zijn het al helemaal niet — de zorgplicht bestaat juist om werknemers tegen zulke menselijke fouten te beschermen. Een brief waarin staat dat het uw eigen schuld was omdat u niet had opgelet, rekent erop dat u het daarbij laat. Meer daarover staat op werkgeversaansprakelijkheid.

Schadebeperking is ook eigen schuld

Eigen schuld ziet niet alleen op het ontstaan van de schade maar ook op de omvang ervan. Van u wordt verwacht dat u binnen redelijke grenzen meewerkt aan het beperken van uw schade: dat u een behandeling ondergaat die aangewezen is, dat u meewerkt aan re-integratie, dat u passend werk aanvaardt wanneer dat in redelijkheid van u kan worden gevergd — een eis die vooral speelt bij het verlies van arbeidsvermogen, de grootste post van de meeste dossiers. Laat u dat na, dan blijft het deel van de schade dat daardoor is ontstaan voor uw rekening, en de grondslag daarvoor is hetzelfde artikel 6:101 BW.

Het woord redelijk doet daarbij het werk. Wat van u gevergd kan worden hangt af van uw letsel, uw leeftijd, uw opleiding en uw persoonlijke omstandigheden, en een maatregel die een gezond mens eenvoudig zou nemen, kan voor iemand met pijn, vermoeidheid of angst onredelijk zwaar zijn. Wie een korting wegens onvoldoende schadebeperking krijgt tegengeworpen, mag bovendien vragen welke concrete maatregel wordt bedoeld, waarom die in zijn geval redelijk was, en waarop de aanname rust dat die maatregel de schade werkelijk zou hebben verminderd. Ontbreekt een van die drie, dan houdt het verweer geen stand. Hoe die posten verder worden begroot, staat op schade berekenen.

Wie moet wat bewijzen

Eigen schuld is een bevrijdend verweer. Dat betekent dat de aansprakelijke partij het moet stellen en bij betwisting moet bewijzen: zij moet aangeven welke omstandigheid aan u wordt toegerekend, en aannemelijk maken dat die omstandigheid aan de schade heeft bijgedragen. De rechter past artikel 6:101 BW niet uit zichzelf toe. In de buitengerechtelijke fase gebeurt precies het omgekeerde: de verzekeraar noemt een percentage, en de benadeelde krijgt het gevoel dat hij moet aantonen dat hij géén schuld had.

Daar komt bij dat de feiten die deze discussie beslissen — wie reed waar, met welke snelheid, wat had de ander kunnen zien, welke instructie was gegeven — na verloop van tijd nauwelijks nog zijn vast te leggen. Getuigen vervagen, camerabeelden worden overschreven, de plaats van het ongeval verandert. Hoe eerder de toedracht wordt veiliggesteld, hoe minder ruimte er is voor een percentage dat nergens op rust. Hoe het bewijs van het verband tussen ongeval en klachten verloopt, staat op causaal verband en bewijs.

Wat u met een percentage in een brief kunt doen

Een genoemd percentage is een onderhandelingspositie. Het is geen vaststelling, het bindt u niet, en het is zelden het resultaat van de twee stappen die de wet voorschrijft. Aanvaardt u het stilzwijgend door op die basis door te onderhandelen, dan is het in de praktijk moeilijk er later nog vanaf te komen, zeker wanneer er een vaststellingsovereenkomst met finale kwijting volgt.

Blijft het geschil beperkt tot dit ene punt en loopt de zaak er verder op vast, dan leent het zich bij uitstek voor een deelgeschil: de rechter beslist dan alleen over de verdeling, waarna partijen verder kunnen. Wanneer die route zinvol is, staat op de deelgeschilprocedure.

Wat wij voor u doen

Wij leggen het genoemde percentage terug langs de twee stappen die de wet voorschrijft, brengen de toedracht vast zolang dat nog kan, en voeren de billijkheidscorrectie waar die niet uit zichzelf ter sprake komt. Waar het geschil zich tot dit punt beperkt, bekijken wij of een deelgeschil de snelste weg is.

Wat het u kost

Het eerste gesprek is kosteloos en vrijblijvend. Staat de aansprakelijkheid van de tegenpartij vast of is zij voldoende aannemelijk, dan komen de redelijke kosten van rechtsbijstand op grond van artikel 6:96 lid 2 BW voor rekening van die partij. Is de aansprakelijkheid nog in geschil, dan maken wij vooraf een heldere afspraak; de tarieven staan op kosten.

Neem contact op

Ligt er een brief met een kortingspercentage, of wordt u gevraagd op die basis te tekenen? Bel 035 – 203 11 62 of mail info@vittorialaw.nl; u hoort binnen één werkdag van ons.

Veelgestelde vragen

Krijg ik niets meer als ik zelf ook een fout heb gemaakt?

Nee. Eigen schuld leidt tot een verdeling van de schade, niet tot het vervallen ervan. Alleen in uitzonderlijke gevallen kan de vergoedingsplicht op grond van de billijkheid geheel vervallen.

De verzekeraar noemt vijftig procent. Staat dat vast?

Nee. Dat is een standpunt en geen vaststelling. Vraag op welke twee stappen het berust: de causale afweging en de billijkheidscorrectie. Meestal is alleen de eerste gezet.

Ik droeg geen fietshelm. Kost dat mij schadevergoeding?

Er bestaat in Nederland geen helmplicht voor gewone fietsers, en het niet dragen van een helm wordt niet zonder meer als eigen schuld aangemerkt. Of het meeweegt, hangt af van de aard van het letsel en van de omstandigheden van het ongeval.

Mijn kind van tien is aangereden. Wat betekent dat voor de verdeling?

Bij een kind jonger dan veertien jaar wordt behoudens opzet of aan opzet grenzende roekeloosheid geen eigen schuld tegengeworpen, zodat de schade in beginsel volledig wordt vergoed.

Mag mijn werkgever zeggen dat ik zelf niet oplette?

Zeggen mag het, maar het helpt hem niet. Bij een arbeidsongeval wordt de schade niet naar eigen schuld verdeeld en bevrijdt alleen opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer de werkgever; onoplettendheid is dat niet.

Ik ben later naar de dokter gegaan dan had gekund. Telt dat tegen mij?

Mogelijk, maar alleen voor het deel van de schade dat daardoor werkelijk is ontstaan, en alleen wanneer eerder ingrijpen in uw situatie redelijk was en aantoonbaar verschil had gemaakt.