Letselschade na een verkeersongeval
In het kort. Bij een verkeersongeval staat de aansprakelijkheid vaak sneller vast dan u denkt. Wordt u als voetganger of fietser door een motorrijtuig aangereden, dan is de eigenaar of houder daarvan op grond van artikel 185 WVW in beginsel aansprakelijk: bij kinderen onder de veertien in de regel voor de volledige schade, bij anderen voor ten minste de helft. Ook een gebrekkige weg kan de wegbeheerder aansprakelijk maken. Wat daarna overblijft, en een dossier jaren kan beheersen, is de omvang van de schade: inkomensverlies, medische kosten, hulp in het huishouden en smartengeld.
Gewond geraakt in het verkeer?
Leg uw zaak kosteloos voor. U spreekt een advocaat, geen intakeformulier. Bel 035 – 203 11 62 of mail info@vittorialaw.nl. Bespreek uw zaak
De aansprakelijkheid is vaak sneller rond dan u denkt
Wie letsel oploopt in het verkeer, verkeert doorgaans in de veronderstelling dat eerst maar eens moet worden uitgezocht wie er schuld had. In veel gevallen is dat niet zo. Het verkeersaansprakelijkheidsrecht kent een reeks regels die de bewijslast bij voorbaat verlegt, en die regels werken vrijwel altijd in het voordeel van de zwakkere verkeersdeelnemer.
De belangrijkste is artikel 185 van de Wegenverkeerswet. Wordt een voetganger of fietser aangereden door een motorrijtuig, dan is de eigenaar of houder van dat motorrijtuig in beginsel aansprakelijk — ongeacht of hem een verwijt treft. Hij komt daar alleen onderuit met een geslaagd beroep op overmacht, en die lat ligt hoog: er moet sprake zijn van rijgedrag dat rechtens onberispelijk was, terwijl de fout van de ander zo onwaarschijnlijk was dat de bestuurder daarmee redelijkerwijs geen rekening hoefde te houden. Dat verweer slaagt zelden.
Daar komt de zogenoemde honderdprocentsregel bovenop. Is het slachtoffer jonger dan veertien jaar, dan is eigen schuld behoudens opzet of aan opzet grenzende roekeloosheid volledig irrelevant. Is het slachtoffer ouder, dan geldt een ondergrens van vijftig procent: hoe onvoorzichtig ook gehandeld, de bestuurderszijde draagt ten minste de helft. Wij zetten die systematiek uiteen in verkeersongevallen tussen gemotoriseerde en ongemotoriseerde verkeersdeelnemers.
Botsen twee motorrijtuigen, dan geldt die bijzondere bescherming niet. De aansprakelijkheid volgt dan de gewone regel van artikel 6:162 BW: wie een verkeersfout maakt, is aansprakelijk voor de schade die daaruit voortvloeit, en hebben beide bestuurders een fout gemaakt, dan wordt de schade op grond van artikel 6:101 BW naar ieders aandeel verdeeld. Ook dan ligt de uitkomst minder open dan zij lijkt, omdat de verkeersregels zelf de maatstaf leveren: wie voorrang had moeten verlenen of achterop is gereden, heeft doorgaans weinig te verweren. Wie als passagier gewond raakt, heeft aan de botsing geen aandeel; hij kan zich rechtstreeks tot de WAM-verzekeraar van de aansprakelijke bestuurder wenden, ook als dat zijn eigen chauffeur was.
Het praktische gevolg is dat de discussie over schuld in veel dossiers binnen enkele weken van tafel is. Wat overblijft — en wat het dossier jarenlang kan beheersen — is de omvang van de schade.
Niet elk ongeval heeft een tegenpartij achter het stuur
Ook zonder botsende auto kan er een aansprakelijke partij zijn. Struikelt u over een verzakte stoeptegel, rijdt u door een gat in het fietspad of glijdt u uit over achtergebleven olie, dan komt de wegbeheerder in beeld. De gemeente of provincie is op grond van artikel 6:174 BW aansprakelijk voor een weg die niet voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen.
Dat is geen garantieaansprakelijkheid. De rechter weegt de Kelderluik-factoren: hoe groot was de kans op een ongeval, hoe ernstig de te verwachten gevolgen, en welke maatregelen had de beheerder redelijkerwijs kunnen nemen. Ook uw eigen oplettendheid telt mee. Wij behandelen die afweging op onze pagina over de aansprakelijkheid van de wegbeheerder. Over de rol van bebording en CROW-richtlijnen schreven wij een afzonderlijke bijdrage.
Gebeurt het ongeval op weg van of naar het werk, dan verandert het speelveld opnieuw. De werkgever kan dan aansprakelijk zijn of een verzekeringsplicht hebben geschonden — zie ongeval in het woon-werkverkeer en onze pagina over werkgeversaansprakelijkheid.
Waar het dossier werkelijk wordt gewonnen of verloren
Zodra de aansprakelijkheid is erkend, verschuift het geschil naar de schade. Verzekeraars erkennen vaak snel — juist omdat zij weten dat de winst daarna wordt behaald.
Het uitgangspunt van de wet is volledige vergoeding: u moet zoveel mogelijk worden gebracht in de toestand waarin u zonder het ongeval zou hebben verkeerd. Dat vergt een vergelijking met een leven dat niet heeft plaatsgevonden, en precies daarover wordt onderhandeld. De zwaarste post is doorgaans het verlies van arbeidsvermogen. Daarnaast spelen huishoudelijke hulp, verlies van zelfwerkzaamheid en smartengeld. De volledige systematiek staat op schadevergoeding bij letselschade; een eerste indicatie geeft schade berekenen. Welk smartengeld bij uw letsel past, kunt u indicatief berekenen met de rekenhulp smartengeld.
Twee verweren komen standaard terug. Het eerste is eigen schuld — waarbij de billijkheidscorrectie het percentage in verkeerszaken vaak weer volledig terugbrengt. Het tweede is het causaal verband: de verzekeraar betwist niet de aanrijding, maar de vraag of uw klachten daarvan het gevolg zijn. Dat is de kern van vrijwel elk betwist letselschadedossier; zie causaal verband en bewijs en causaal verband bij letselschade.
Wat u zelf kunt doen, en wanneer
Meld het ongeval en laat de klachten vastleggen, ook als zij aanvankelijk meevallen. Nekklachten, hoofdpijn en concentratieproblemen openbaren zich vaak pas na dagen, en een medisch dossier dat pas weken later begint, geeft de verzekeraar het argument dat het verband ontbreekt. Houd bonnen, uren en gemiste opdrachten bij vanaf dag één.
Onderteken niets zonder tegenlezing. Een vaststellingsovereenkomst met finale kwijting sluit de zaak definitief af, ook voor schade die zich later openbaart — en juist bij letsel is de eindtoestand vaak nog niet bereikt. Wat dan verstandig is, leest u in wat gebeurt er als ik mijn schade nu niet goed kan berekenen. Voor de volgorde van handelen: het stappenplan voor uw schadeclaim.
Wat wij voor u doen
Wij bouwen uw zaak op vanaf het punt waarop zij wordt beslist: de aansprakelijkheid en het verband tussen het ongeval en uw klachten. Waar een medisch oordeel nodig is, wordt daarin voorzien en denken wij mee over de vraagstelling aan de deskundige, omdat de vraag vaak het antwoord bepaalt. Per zaak bekijken wij welke route het sterkst is, en u spreekt de advocaat die uw dossier ook voert.
Wat het u kost
Staat de aansprakelijkheid vast of is die aannemelijk, dan komen de redelijke kosten van rechtsbijstand op grond van artikel 6:96 lid 2 BW voor rekening van de verzekeraar van de tegenpartij. U betaalt dan niets. Dat is ook de reden om niet automatisch terug te vallen op de eigen polis: zie rechtsbijstandverzekering of een eigen advocaat op kosten van de tegenpartij en onze pagina rechtsbijstandverzekering. Meer over tarieven staat onder kosten.
Loopt het buitengerechtelijke traject vast op één geschilpunt, dan hoeft u geen volledige procedure te starten; het deelgeschil is daarvoor bedoeld.
Veelgestelde vragen
Ik ben als fietser of voetganger aangereden. Wat moet ik nu doen?
Leg de toedracht vast met foto's, namen van getuigen en zo mogelijk een proces-verbaal, laat uw letsel door een arts vastleggen en meld de schade bij de verzekeraar van de automobilist. Op grond van artikel 185 WVW is de automobilist tegenover u in beginsel aansprakelijk. Teken niets voordat duidelijk is wat uw schade werkelijk is.
Hoeveel schadevergoeding krijg ik na een aanrijding?
Dat hangt af van het letsel en de gevolgen daarvan, niet van de aanrijding zelf. Vergoed worden de werkelijke schade, zoals inkomensverlies, kosten en huishoudelijke hulp, en daarnaast smartengeld; wat daarbij gebruikelijk is, leest u bij smartengeld-bedragen.
Wie is aansprakelijk bij een kettingbotsing?
Iedere bestuurder moet voldoende afstand houden, en wie achterop een ander rijdt, is in de regel aansprakelijk voor de schade van zijn voorligger. Bij een kettingbotsing wordt per aanrijding bekeken welke schade welke bestuurder heeft veroorzaakt. Is dat niet te scheiden, dan biedt artikel 6:99 BW de benadeelde uitkomst.
De veroorzaker is doorgereden of onverzekerd. Krijg ik dan niets?
Dan kunt u zich wenden tot het Waarborgfonds Motorverkeer, dat zowel letselschade als materiële schade vergoedt. Is de veroorzaker onbekend, dan moet u binnen veertien dagen aangifte hebben gedaan of getuigen hebben gezocht, en geldt bij alleen materiële schade een eigen risico van € 250. Is hij bekend maar onverzekerd, dan spreekt u hem eerst zelf aan.
Ik zat zelf in de auto. Wie betaalt dan mijn schade?
Als passagier spreekt u de verzekeraar van de bestuurder aan, ook als die bestuurder een familielid is. Was u zelf de bestuurder en treft u schuld, dan kan een schadeverzekering voor inzittenden uitkomst bieden, mits die op uw polis staat.
Hoe lang duurt een letselschadezaak na een verkeersongeval?
De aansprakelijkheid is vaak binnen enkele maanden rond. De schade zelf kan pas definitief worden vastgesteld als uw medische situatie stabiel is, wat bij ernstig letsel een tot drie jaar kan duren. In de tussentijd kunnen voorschotten worden gevraagd.
Leg uw zaak voor
Wij beoordelen kosteloos of er een aansprakelijke partij is, welke schadeposten in uw geval spelen en wie de rekening draagt. Neem contact op — hoe eerder het dossier op orde is, hoe sterker uw positie tegenover de verzekeraar. Is het ongeval fataal afgelopen, lees dan waar u als nabestaande recht op heeft.
Bel 035 – 203 11 62 of mail info@vittorialaw.nl.