Gevaarzetting: wat zijn de Kelderluik-factoren?
In het kort. De Kelderluik-factoren zijn vier gezichtspunten waarmee de rechter beoordeelt of het scheppen of laten voortbestaan van een gevaarlijke situatie onrechtmatig is: hoe waarschijnlijk het was dat anderen onoplettend of onvoorzichtig zouden zijn, hoe groot de kans op een ongeval daardoor was, hoe ernstig de gevolgen konden zijn, en hoe bezwaarlijk het was om veiligheidsmaatregelen te treffen. Zij komen uit het arrest van de Hoge Raad van 5 november 1965 (ECLI:NL:HR:1965:AB7079) en worden altijd in samenhang gewogen; geen van de vier is op zichzelf beslissend. Wordt aansprakelijkheid erkend, dan komen de kosten van juridische bijstand voor rekening van de aansprakelijke partij.
Gewond geraakt door een gevaarlijke situatie, of juist aangesproken omdat u die zou hebben laten bestaan?
Stuur een korte beschrijving met foto’s. U hoort binnen één werkdag of de Kelderluik-factoren in uw zaak de goede of de verkeerde kant op wijzen. Het eerste gesprek is kosteloos. Bespreek uw zaak of bel 035 203 11 62.
Wat gevaarzetting is
Een open kelderluik in een café, een natte vloer zonder bord, een steiger zonder afzetting, een losliggende kabel over een looproute. Steeds is de vraag dezelfde: mocht dit gevaar er zijn, of had degene die het schiep of liet voortbestaan maatregelen moeten nemen? Het Nederlandse recht beantwoordt die vraag sinds 1965 met de Kelderluik-factoren. Hieronder leest u wat die factoren zijn, hoe de rechter ze toepast en, minstens zo belangrijk, hoe zij in een concrete zaak uitpakken voor het slachtoffer en voor degene die wordt aangesproken.
Gevaarzetting houdt in dat iemand door zijn handelen of nalaten een risico voor anderen in het leven roept of laat voortbestaan, zonder daarbij voldoende rekening te houden met de kans dat schade ontstaat. De juridische grondslag is de open zorgvuldigheidsnorm van artikel 6:162 BW: een doen of nalaten is onrechtmatig als het in strijd is met wat volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt.
Niet ieder risico is onrechtmatig. In het dagelijks verkeer worden voortdurend risico’s genomen die juridisch aanvaardbaar zijn, en dat ergens gevaar bestaat betekent nog niet dat iemand onrechtmatig heeft gehandeld. Beslissend is of het risico zo groot of zo onnodig was dat degene die het schiep onvoldoende rekening hield met de belangen van anderen. Waar het gevaar lichamelijk letsel betreft, leidt de zorgvuldigheidsnorm eerder tot aansprakelijkheid dan bij een beperkt of theoretisch risico. Daarom keert gevaarzetting terug in zaken over onveilige werkplekken, winkels en horeca, evenementen, sport, de openbare ruimte en gebrekkig toezicht. Hoe de algemene onrechtmatigheidstoets werkt, leest u in Wat is een onrechtmatige daad? en Wanneer is iets onrechtmatig?
Het Kelderluik-arrest
In de zaak die tot het arrest leidde, had een werknemer van Coca-Cola bij een levering aan een Amsterdams café het kelderluik open laten staan. De doorgang was slechts beperkt gemarkeerd. Een bezoeker die naar het toilet liep, viel in het luik en brak een been. De Hoge Raad oordeelde dat de vraag of dit onrechtmatig was alleen kan worden beantwoord in het licht van de omstandigheden van het geval, en formuleerde de gezichtspunten die sindsdien zijn naam dragen.
De kern van het arrest is dat wie een gevaarlijke situatie schept, rekening moet houden met de mogelijkheid dat anderen niet de vereiste oplettendheid en voorzichtigheid betrachten. Het recht gaat niet uit van een ideaal oplettende mens. Dat uitgangspunt maakt het arrest ruim zestig jaar later nog steeds het ijkpunt bij gevaarzetting.
De eerste factor: hoe waarschijnlijk is onoplettendheid
De eerste factor is de mate van waarschijnlijkheid waarmee kan worden verwacht dat anderen niet de vereiste oplettendheid en voorzichtigheid in acht nemen. Mensen zijn gehaast, afgeleid, onervaren of minder voorzichtig dan achteraf wenselijk lijkt. Van wie een gevaarlijke situatie creëert, mag worden verlangd dat hij met die menselijke werkelijkheid rekening houdt.
De context is hierbij doorslaggevend. In een druk café, een winkel, een schoolplein of een ziekenhuis is onoplettend gedrag veel beter voorstelbaar dan op een afgesloten terrein waar alleen ervaren vakmensen komen. Plaats, doelgroep en gebruiksomstandigheden bepalen dus hoeveel onoplettendheid moest worden ingecalculeerd.
De tweede factor: hoe groot is de kans op een ongeval
Niet iedere onoplettendheid leidt tot schade. De rechter kijkt daarom ook naar de kans dat uit die onoplettendheid werkelijk een ongeval ontstaat. Een kleine vergissing in een betrekkelijk onschuldige situatie hoeft geen juridisch relevante gevaarzetting op te leveren. Kan een kleine vergissing echter direct tot een ernstig incident leiden, dan wordt veel aannemelijker dat aanvullende maatregelen hadden moeten worden genomen.
De derde factor: hoe ernstig kunnen de gevolgen zijn
De derde factor is de ernst van de mogelijke gevolgen. Ook als de kans op een ongeval niet groot is, kan de ernst van het mogelijke letsel zodanig zijn dat extra voorzorg wordt verlangd. Denk aan valgevaar van hoogte, machines, verkeer, elektriciteit, gevaarlijke stoffen of situaties met kwetsbare personen. Het aansprakelijkheidsrecht is geen kansrekening: naarmate de mogelijke schade zwaarder is, stijgt de verwachting dat preventieve maatregelen worden genomen.
De vierde factor: hoe bezwaarlijk waren veiligheidsmaatregelen
De vierde factor is de bezwaarlijkheid van de te nemen veiligheidsmaatregelen: hoe eenvoudig, praktisch en redelijk was het om het gevaar te beperken of weg te nemen? Had een afzetting, een instructie, een fysieke beveiliging of een tijdelijke afsluiting het risico aanzienlijk verkleind tegen geringe kosten, dan wordt snel aangenomen dat het achterwege laten daarvan onzorgvuldig was. Het recht verlangt niet dat ieder risico wordt uitgesloten, maar wel dat reële en eenvoudig te beperken gevaren niet achteloos blijven bestaan.
Waarschuwen is niet altijd genoeg
Een waarschuwing is geen automatisch voldoende veiligheidsmaatregel. Beslissend is of redelijkerwijs mocht worden verwacht dat de waarschuwing ook werkelijk zou leiden tot gedrag waarmee het gevaar wordt vermeden. Een bord dat onvoldoende opvalt, een lint dat gemakkelijk wordt genegeerd of een mondelinge instructie die in de drukte verloren gaat, kan tekortschieten. Het gaat niet om de vraag óf is gewaarschuwd, maar of de waarschuwing het gevaar daadwerkelijk kon keren. In sommige situaties zijn daarom zwaardere maatregelen nodig: fysieke afscherming, toezicht of het tijdelijk sluiten van een ruimte.
De factoren wegen alleen in samenhang
De Kelderluik-factoren zijn geen checklist met vier vakjes. Een lage kans op een ongeval kan worden gecompenseerd door zeer ernstige mogelijke gevolgen of door de beschikbaarheid van eenvoudige maatregelen. Omgekeerd kan een risico aanvaardbaar blijven als het gevaar beperkt is, de kans op schade klein en de maatregelen onevenredig bezwaarlijk. Het gaat steeds om het totaalbeeld van voorzienbaarheid, risico, ernst en preventiemogelijkheden. Daarbij weegt sinds het Wilnis-arrest ook mee welke middelen en tijd degene die het gevaar beheerste redelijkerwijs beschikbaar had; bij gebrekkige gebouwen en wegen worden dezelfde gezichtspunten gebruikt onder artikel 6:174 BW, zoals u leest op onze pagina over aansprakelijkheid voor opstallen.
Hoe de factoren in de praktijk uitpakken
De theorie wordt pas bruikbaar bij toepassing op een concreet geval. Een natte vloer in een supermarkt vlak na het dweilen, zonder bord en op een looproute naar de kassa’s, scoort op alle vier de factoren tegen de exploitant: klanten kijken naar schappen en niet naar de vloer, een uitglijder is waarschijnlijk, een heupfractuur bij een oudere klant is ernstig, en een geel bord kost niets. Dezelfde natte vloer in een magazijn waar alleen ingewerkt personeel komt en dat weet dat er net is gedweild, ligt heel anders.
Op een bouwplaats geldt een eigen regime. Voor werknemers is de werkgever op grond van artikel 7:658 BW gebonden aan een strenge zorgplicht, waarbij de Kelderluik-gedachte dat met onoplettendheid van werknemers rekening moet worden gehouden extra zwaar weegt; lees daarover onze pagina over werkgeversaansprakelijkheid. Voor bezoekers, buren en voorbijgangers geldt artikel 6:162 BW met de Kelderluik-toets.
Bij sport en spel ligt de drempel juist hoger. Wie deelneemt aan een voetbalwedstrijd of een klimwand beklimt, aanvaardt de risico’s die bij die activiteit horen; een gedraging die buiten het spel onrechtmatig zou zijn, is dat binnen het spel niet zonder meer. De Kelderluik-factoren spelen dan vooral bij de organisator: was het materiaal in orde, was er toezicht, was de ondergrond veilig.
Bij evenementen en horeca ten slotte gaat het vaak om de combinatie van drukte, alcohol en tijdelijke constructies. Juist daar is onoplettendheid het meest voorzienbaar en zijn maatregelen doorgaans eenvoudig, zodat organisatoren en exploitanten in de praktijk snel aansprakelijk zijn als iets misgaat wat met een hek, een steward of betere verlichting te voorkomen was.
Eigen schuld van het slachtoffer
Wie zelf onoplettend was, verliest daarmee niet zijn vordering. De Kelderluik-factoren gaan er immers van uit dat met onoplettendheid rekening moest worden gehouden. Wel kan eigen onvoorzichtigheid via artikel 6:101 BW leiden tot een verdeling van de schade, waarbij de rechter afweegt in welke mate de gedragingen van beide partijen aan het ongeval hebben bijgedragen en of de billijkheid een andere verdeling vraagt. Bij ernstig letsel valt die billijkheidscorrectie regelmatig in het voordeel van het slachtoffer uit. Voor de aangesproken partij is eigen schuld omgekeerd vaak het verweer dat de schade halveert, ook als aansprakelijkheid zelf niet te betwisten valt.
Gevaarzetting, causaal verband en schade
Ook als aan de hand van de Kelderluik-factoren onrechtmatige gevaarzetting wordt aangenomen, is de zaak niet klaar. Daarna moet vaststaan dat juist die gevaarlijke situatie de schade heeft veroorzaakt en welke schade juridisch kan worden toegerekend. Daarover leest u meer op de pagina over causaal verband en bewijs en in Hoe berekent u uw schade? Pas als normschending, causaal verband en schade op elkaar aansluiten, ontstaat een houdbare vordering; en pas als een van de drie ontbreekt, een houdbaar verweer.
Wat u nu moet doen als u letsel heeft opgelopen
Leg de situatie vast zoals zij was op het moment van het ongeval: foto’s van de plek, het ontbrekende bord, de losse kabel, de verlichting, en de namen van getuigen. Gevaarlijke situaties worden na een ongeval snel hersteld en dan is het bewijs weg. Meld het ongeval bij de exploitant, werkgever of organisator en vraag om een schriftelijke bevestiging. Ga naar de huisarts of de spoedeisende hulp, ook bij letsel dat mee lijkt te vallen, zodat het medisch is gedocumenteerd.
Stel de verantwoordelijke partij daarna schriftelijk aansprakelijk. Wordt aansprakelijkheid erkend, dan komen de redelijke kosten van juridische bijstand op grond van artikel 6:96 BW voor rekening van de aansprakelijke partij en kost onze bijstand u niets. Wordt aansprakelijkheid betwist, dan is de Kelderluik-afweging precies het terrein waarop de zaak wordt beslist, en loont het om die afweging vroeg en scherp op papier te hebben. Meer over onze werkwijze leest u op de pagina letselschade.
Wat u nu moet doen als u wordt aangesproken
Erken niets voordat u de feiten kent. Bevestig de ontvangst van de aansprakelijkstelling en vraag om onderbouwing: waar precies, wanneer, welke omstandigheden, welk letsel. Meld de aanspraak direct bij uw bedrijfsaansprakelijkheidsverzekeraar of, als particulier, bij uw AVP; te laat melden kan dekking kosten. Heeft u een rechtsbijstandverzekering, dan heeft u bij een procedure recht op een advocaat van uw keuze; lees hoe u dat inroept op onze pagina over vrije advocaatkeuze.
Verzamel vervolgens alles wat laat zien welke maatregelen u wél had genomen: schoonmaakroosters, instructies, foto’s van borden en afzettingen, inspectierapporten, veiligheidsprotocollen, camerabeelden. De Kelderluik-toets is geen garantienorm; wie aantoont dat het risico beperkt was, de gevolgen niet voorzienbaar ernstig en de maatregelen redelijk, wint de zaak of beperkt haar aanzienlijk.
Wat wij voor u doen
Bij gevaarzetting wordt de zaak beslist door de vier factoren en door het bewijs van de situatie ter plaatse. Wij beoordelen dat, stellen aansprakelijk of voeren verweer, en nemen de discussie met de verzekeraar over.
Wat het u kost
Het eerste gesprek is kosteloos. Wanneer de aansprakelijke partij de kosten van bijstand draagt en welke afspraak wij maken zolang de aansprakelijkheid nog in geschil is, leest u op de pagina kosten.
Neem contact op
Stuur een korte beschrijving van wat er is gebeurd, met foto’s van de plek, naar info@vittorialaw.nl, of bel 035 – 203 11 62. U hoort binnen één werkdag of de Kelderluik-factoren in uw zaak de goede of de verkeerde kant op wijzen en wat de verstandige eerste stap is. Bespreek uw zaak
Veelgestelde vragen
Wat zijn de vier Kelderluik-factoren?
De waarschijnlijkheid dat anderen onoplettend of onvoorzichtig zijn, de kans dat daaruit een ongeval ontstaat, de ernst van de mogelijke gevolgen en de bezwaarlijkheid van veiligheidsmaatregelen. Zij worden altijd in samenhang gewogen.
Is een waarschuwingsbord voldoende om aansprakelijkheid te voorkomen?
Niet zonder meer. Een waarschuwing volstaat alleen als redelijkerwijs mocht worden verwacht dat zij het gevaarlijke gedrag ook werkelijk zou voorkomen. Een bord dat niet opvalt of in de praktijk wordt genegeerd, ontslaat de exploitant niet van zwaardere maatregelen.
Gelden de Kelderluik-factoren ook bij sport en spel?
Ja, maar met een hogere drempel. Deelnemers aanvaarden de risico’s die bij de sport horen, zodat gedrag binnen het spel minder snel onrechtmatig is. De factoren spelen dan vooral bij de vraag of de organisator voor veilig materiaal, een veilige ondergrond en toezicht heeft gezorgd.
Wat is het verschil met aansprakelijkheid voor een gebrekkige opstal?
Bij gevaarzetting (artikel 6:162 BW) gaat het om gedrag: iemand heeft een gevaar geschapen of laten bestaan. Bij een gebrekkige opstal (artikel 6:174 BW) gaat het om de toestand van een gebouw of werk, en is de bezitter aansprakelijk ook zonder dat hij van het gebrek wist. De gezichtspunten waarmee wordt beoordeeld of de opstal aan de eisen voldeed, zijn sinds het Wilnis-arrest wel dezelfde als de Kelderluik-factoren.
Ik was zelf onoplettend. Heb ik dan nog recht op schadevergoeding?
Meestal wel. De Kelderluik-factoren verlangen juist dat met onoplettendheid rekening wordt gehouden. Uw eigen onvoorzichtigheid kan via artikel 6:101 BW wel tot een verdeling van de schade leiden, maar bij ernstig letsel valt die verdeling vaak in uw voordeel uit.
Wie moet bewijzen dat de situatie gevaarlijk was?
In beginsel het slachtoffer. Hij moet de feiten stellen en zo nodig bewijzen waaruit volgt dat het gevaar voorzienbaar was en dat maatregelen redelijkerwijs mochten worden verlangd. Daarom is het vastleggen van de situatie direct na het ongeval zo belangrijk. Voor werknemers geldt op grond van artikel 7:658 BW een omgekeerde bewijslast: de werkgever moet aantonen dat hij aan zijn zorgplicht heeft voldaan.
Verwante onderwerpen
Uw zaak laten beoordelen?
Heeft u schade geleden of bent u verwikkeld in een geschil over aansprakelijkheid, schade of bewijs?
Vittoria Law beoordeelt uw juridische positie, brengt de belangrijkste risico’s in kaart en denkt mee over de meest effectieve vervolgstap.




