Wanneer bent u aansprakelijk voor schade door een dier?

In het kort. Wie een dier houdt, is op grond van artikel 6:179 BW in beginsel aansprakelijk voor de schade die dat dier aanricht, ook zonder dat hem iets te verwijten valt. Beslissend is of de schade voortkomt uit de eigen, onberekenbare energie van het dier: de hond die uitvalt, het paard dat schrikt, het vee dat op hol slaat. Wordt het dier in een bedrijf gebruikt — een manege, een pensionstal, een fokkerij — dan is de ondernemer aansprakelijk in plaats van de bezitter, en anders dan bij gebouwen kent de wet daar geen ontsnapping. Daarnaast geldt een uitzondering voor het geval u ook zonder die risicoaansprakelijkheid niet onrechtmatig zou hebben gehandeld. Bent u aansprakelijk gesteld voor schade door uw hond, paard of vee, dan is het eerste gesprek bij ons kosteloos.

Heeft uw hond, paard of vee schade aangericht?

Leg uw zaak kosteloos voor. U spreekt een advocaat, geen intakeformulier. Bel 035 – 203 11 62 of mail info@vittorialaw.nl.

Bespreek uw zaak

Waarom de wet dieren apart behandelt

Dieren vallen in het aansprakelijkheidsrecht niet onder dezelfde regeling als gewone zaken. De wet erkent dat dieren levende wezens zijn met eigen energie en onberekenbare reacties, en juist daarom kent artikel 6:179 BW een eigen kwalitatieve aansprakelijkheid voor schade die een dier toebrengt. Voor de benadeelde is dat een krachtige regeling: hij hoeft in beginsel niet aan te tonen dat de bezitter een concrete fout heeft gemaakt. Hoe deze regeling zich verhoudt tot die voor gebrekkige zaken en opstallen, staat op wanneer u aansprakelijk bent voor een gebrekkige zaak, opstal of dier.

Wanneer geldt de risicoaansprakelijkheid van artikel 6:179 BW?

De bezitter van een dier is aansprakelijk voor de schade die dat dier aanricht. Dat is een risicoaansprakelijkheid: onzorgvuldig handelen is niet vereist, en ook de bezitter die zijn dier goed heeft gehuisvest en getraind kan worden aangesproken. Aansprakelijk is de bezitter, en bij medebezit zijn dat er meer dan één; wie het dier op dat moment onder zich had, is voor deze grondslag niet beslissend.

De schade moet wel zijn aangericht door de eigen energie van het dier. Het gaat om het onberekenbare element dat in het gedrag van een dier besloten ligt. Ontbreekt dat element, dan ontbreekt ook de aansprakelijkheid. Illustratief is de zaak van de boer wiens varkens ontsnapten en een besmettelijke ziekte overbrachten op het vee van een naburig bedrijf. Het overslaan van die besmetting werd niet aangemerkt als een gedraging die voortkomt uit de eigen onberekenbare energie van het dier, zodat de bezitter voor die schade niet aansprakelijk was.

De uitzondering: zou u ook zonder het dier onrechtmatig hebben gehandeld?

Artikel 6:179 BW kent een tenzij-formule. De aansprakelijkheid ontbreekt wanneer de aangesproken bezitter ook op grond van artikel 6:162 BW niet aansprakelijk zou zijn geweest als hij het gedrag van het dier in zijn macht had gehad. De maatstaf is dus hypothetisch: zou datzelfde gedrag, als u het zelf had aangestuurd, onrechtmatig zijn geweest?

Een voorbeeld maakt dat concreet. Betrapt u een inbreker in uw woning, ontstaat een worsteling en grijpt uw hond de indringer, dan bent u voor diens letsel niet aansprakelijk. Had u de hond opdracht gegeven aan te vallen, dan zou dat handelen door noodweer zijn gerechtvaardigd en dus niet onrechtmatig zijn geweest; die schade draagt u dan ook niet op grond van artikel 6:179 BW.

Wie bezitter is, en wat er verandert zodra het dier in een bedrijf wordt gebruikt

Bezitter is degene die het dier voor zichzelf houdt; wie het dier alleen onder zich had — de uitlaatservice, de logé, de ruiter die het paard bereed — is dat niet, en de aansprakelijkheid blijft dan bij de eigenaar. Zijn er meer bezitters, dan zijn zij hoofdelijk aansprakelijk, zodat de benadeelde er één van kan aanspreken voor het geheel.

Dat beeld verandert zodra het dier in de uitoefening van een bedrijf wordt gebruikt. Artikel 6:181 BW legt de aansprakelijkheid dan bij degene die dat bedrijf uitoefent: de manege, de pensionstal, het trainingsbedrijf, de fokkerij. In de rechtspraak is die bepaling ruim uitgelegd — ook tijdelijk gebruik of gebruik tegen betaling kan volstaan — en de uitzondering die de wet bij opstallen kent, dat het ontstaan van de schade niets met de bedrijfsuitoefening te maken heeft, geldt bij dieren niet. Wordt het dier bovendien ter beschikking gesteld voor gebruik in het bedrijf van een ander, dan is die ander de aansprakelijke partij. In paardenzaken is dit doorgaans het eerste geschilpunt, en het bepaalt meteen welke verzekering in beeld komt.

Een medebezitter kan de andere niet aanspreken

Bij een gebrekkig gebouw kan een medebezitter de andere medebezitter wél aanspreken; bij een dier kan dat niet. De Hoge Raad heeft dat op 29 januari 2016 uitdrukkelijk beslist: artikel 6:179 BW vestigt geen risicoaansprakelijkheid jegens personen die zelf medebezitter van het dier zijn, en hetzelfde geldt voor wie het dier samen met de aangesproken partij bedrijfsmatig gebruikt.

De reden is dat het aan een dier eigen risico kenbaar is. Wie zelf een paard houdt, weet dat een paard kan schrikken; hij draagt dat risico mede en kan het daarom niet bij zijn medebezitter neerleggen. Wie samen met een ander een dier houdt of in een gezamenlijk bedrijf gebruikt, is voor zijn eigen letsel dus aangewezen op de gewone onrechtmatige daad, en moet aantonen dat de ander onzorgvuldig heeft gehandeld. Dat is een aanmerkelijk zwaardere route, en het is de reden om bij gedeeld paardenbezit naar een ongevallen- of arbeidsongeschiktheidsdekking te kijken in plaats van naar aansprakelijkheid.

Waar de zaak in de praktijk op wordt beslist

Over de wettekst wordt zelden gediscussieerd. De strijd gaat over de feiten: wat deed het dier precies, wie was op dat moment bezitter, en welk deel van de schade is werkelijk het gevolg van dat gedrag. Daar wordt de zaak beslist, en daarom loont het om de toedracht en het verband tussen gedrag en schade vroeg vast te leggen. Hoe dat bewijs wordt opgebouwd, staat bij causaal verband en bewijs; welke verweren een aangesproken bezitter kan voeren, waaronder eigen schuld, leest u op de pagina over risicoaansprakelijkheid.

Welke schade u kunt vorderen na letsel door een dier

Een hondenbeet of een val van een paard levert zelden alleen medische kosten op. Naast de behandeling en de reiskosten spelen het verlies aan inkomen tijdens het herstel, de kosten van huishoudelijke hulp en van werk dat u tijdelijk niet zelf kunt doen, en bij blijvend letsel het verlies aan verdienvermogen. Daarnaast bestaat aanspraak op smartengeld, waarvan de hoogte afhangt van de aard en de duur van het letsel en van de gevolgen voor uw dagelijks leven.

Bij bijtwonden zijn littekens en angstklachten de twee posten die het vaakst worden onderschat, zeker bij kinderen, omdat de gevolgen daarvan pas later goed te beoordelen zijn. Een vroege en consequente medische registratie is daarom belangrijker dan zij op dat moment lijkt.

Wat u nu moet doen

Heeft een dier u schade toegebracht, leg dan meteen vast wat er is gebeurd: foto’s van het letsel en van de plek, de gegevens van de houder en van getuigen, en bij een beet direct een gang naar de huisarts of de spoedeisende hulp. Stel de bezitter of het bedrijf schriftelijk aansprakelijk en bewaar het bewijs van verzending.

Wordt u zelf aangesproken, reageer dan niet inhoudelijk voordat u weet waar u staat, en meld de aanspraak bij uw aansprakelijkheidsverzekering — voor particulieren de AVP, voor een manege of fokkerij de bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering. Polissen eisen tijdige melding, en te laat melden kan dekking kosten. Een eerste reactie waarin u zegt dat het dier „al eerder onrustig was”, wordt later als erkenning gelezen.

Wat wij voor u doen

De uitkomst van een dierenzaak hangt zelden af van de wettekst en bijna altijd van de feiten: wat het dier precies deed, wie op dat moment bezitter was, en of het dier in een bedrijf werd gebruikt. Wij leggen die drie punten vroeg vast, beoordelen of de vordering op artikel 6:179 BW moet worden gebouwd of op de gewone onrechtmatige daad, en brengen bij letsel de volledige schade in kaart. Waar een medisch oordeel nodig is, wordt daarin voorzien en wordt over de vraagstelling aan de deskundige meegedacht. U spreekt de advocaat die uw dossier ook voert.

Wat het u kost

Staat de aansprakelijkheid vast of is zij voldoende aannemelijk, dan komen de redelijke kosten van rechtsbijstand op grond van artikel 6:96 lid 2 BW voor rekening van de aansprakelijke partij, inclusief de kosten van het deskundigenbericht. Is de aansprakelijkheid nog in geschil, dan maken wij vooraf een heldere afspraak. Met een rechtsbijstandverzekering bestaat vrije advocaatkeuze zodra er wordt geprocedeerd. Het eerste gesprek is kosteloos.

Neem contact op

Stuur een korte beschrijving van wat er is gebeurd, met foto’s. U hoort binnen één werkdag hoe uw positie is, of uw verzekering de kosten draagt en wat de verstandige eerste stap is. Bel 035 – 203 11 62 of mail info@vittorialaw.nl.

Bespreek uw zaak

Veelgestelde vragen

Mijn hond heeft iemand gebeten. Dekt mijn verzekering dat?

Doorgaans wel: de aansprakelijkheidsverzekering voor particulieren dekt schade die uw huisdier veroorzaakt. Meld de aanspraak dus eerst en beoordeel daarna; te laat melden kan dekking kosten. Houdt u het dier bedrijfsmatig, dan loopt het via de bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering.

Ik liet de hond uit voor een ander. Ben ik aansprakelijk?

Niet op grond van artikel 6:179 BW. Die bepaling richt zich op de bezitter, en wie het dier alleen onder zich heeft is dat niet. U kunt wel op de gewone onrechtmatige daad worden aangesproken wanneer u zelf onzorgvuldig bent geweest, bijvoorbeeld door een bekend agressieve hond los te laten lopen.

Ik viel van een paard in de manege. Wie spreek ik aan?

In beginsel de manege, want wie een dier in de uitoefening van zijn bedrijf gebruikt draagt de aansprakelijkheid in plaats van de bezitter. Het verweer richt zich dan meestal op eigen schuld en op de vraag of het paard zich gedroeg zoals een paard nu eenmaal kan.

Mijn paard staat bij een ander in de stal en heeft daar schade aangericht. En dan?

Dat hangt ervan af of de stal het dier in haar bedrijf gebruikte of het alleen huisvestte. Is het eerste het geval, dan verschuift de aansprakelijkheid naar de stal; is het tweede het geval, dan blijft zij bij u als bezitter. Dat onderscheid wordt vrijwel altijd betwist en verdient vroege aandacht.

Mijn partner en ik houden het paard samen en ik ben gewond geraakt. Kan ik hem aanspreken?

Niet op grond van artikel 6:179 BW. De Hoge Raad heeft in 2016 beslist dat die bepaling geen aansprakelijkheid vestigt tegenover medebezitters, en evenmin tegenover wie het dier samen bedrijfsmatig gebruikt. U bent dan aangewezen op de gewone onrechtmatige daad.

Verwante onderwerpen