Wanneer is een zaak gebrekkig?

In het kort. Wie bezitter is van een roerende zaak die een bijzonder gevaar oplevert doordat zij niet voldoet aan de eisen die men daaraan mag stellen, is op grond van artikel 6:173 BW aansprakelijk voor de schade die daaruit voortvloeit, ook zonder dat hem iets te verwijten valt. Dat is geen garantie: er moet een gebrek zijn, dat gebrek moet een gevaar hebben opgeleverd waarvan algemeen bekend is dat het zich bij zo’n gebrek voordoet, en juist dat gevaar moet zich hebben verwezenlijkt. Gaat het om een fabricagefout, dan verwijst de wet u door naar de producent, tenzij aannemelijk is dat het gebrek pas later is ontstaan. Wordt de zaak in een bedrijf gebruikt, dan is niet de bezitter maar de ondernemer aansprakelijk. Staat de aansprakelijkheid vast of is zij voldoende aannemelijk, dan komen de redelijke kosten van rechtsbijstand op grond van artikel 6:96 lid 2 BW voor rekening van de aansprakelijke partij; het eerste gesprek is kosteloos.

Ligt er een aansprakelijkstelling over een apparaat, een machine of een ladder?

Leg uw zaak kosteloos voor. U spreekt een advocaat, geen intakeformulier. Bel 035 – 203 11 62 of mail info@vittorialaw.nl.

Bespreek uw zaak

Uw wasdroger vliegt in brand en de buren hebben rookschade. De accu van een e-bike die u aan een vriend had uitgeleend, ontploft in zijn schuur. Een ladder van uw bedrijf bezwijkt onder een ingehuurde kracht. Een klant snijdt zich aan een kapotte winkelwagen. Enkele weken later ligt er een brief van een verzekeraar of advocaat op de mat die artikel 6:173 BW noemt en u aansprakelijk stelt. Of u staat aan de andere kant en heeft zelf letsel of schade opgelopen door een voorwerp van een ander dat niet in orde bleek.

In beide gevallen draait alles om één vraag: was de zaak gebrekkig in de zin van de wet? Die vraag wordt in de praktijk vaak te snel met ja beantwoord, want dat er iets is misgegaan staat immers vast. Hieronder leest u hoe de beoordeling werkelijk loopt, wie kan worden aangesproken en wat u nu moet doen.

Welke zaken onder artikel 6:173 BW vallen

Artikel 6:173 BW gaat over roerende zaken: alles wat tastbaar is en niet duurzaam met de grond is verbonden. Huishoudelijke apparaten, gereedschap, machines, ladders en steigers, fietsen en e-bikes, meubels, speeltoestellen die verplaatsbaar zijn, aanhangwagens en ook motorrijtuigen vallen eronder. Voor gebouwen, wegen en andere werken die vast met de grond zijn verbonden geldt een eigen regeling in artikel 6:174 BW; lees daarover aansprakelijkheid voor opstallen. Dieren hebben hun eigen artikel, 6:179 BW, en schepen en luchtvaartuigen zijn van artikel 6:173 BW uitgezonderd omdat daarvoor bijzondere regels gelden.

De afbakening lijkt een formaliteit, maar bepaalt de bewijspositie. Wie schade lijdt door een omgevallen boom of een gladde vloer kan geen beroep doen op een risicoaansprakelijkheid en moet onzorgvuldig handelen bewijzen. Wie schade lijdt door een gebrekkige zaak, hoeft niet te bewijzen dat de bezitter iets fout heeft gedaan. Hoe die drie regelingen zich tot elkaar verhouden, staat op wanneer u aansprakelijk bent voor een gebrekkige zaak, opstal of dier.

Wanneer een zaak gebrekkig is

Een zaak is gebrekkig wanneer zij niet voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen, daardoor een bijzonder gevaar voor personen of zaken oplevert en dat gevaar zich verwezenlijkt. Van een wasdroger mag men verwachten dat hij niet spontaan in brand vliegt, van een ladder dat de sporten het gewicht van een volwassene dragen, van een auto dat de remmen werken. Blijft de zaak op zo’n punt achter, dan is zij gebrekkig, ongeacht of de bezitter dat wist of had kunnen weten.

Twee begrenzingen worden in de praktijk vaak over het hoofd gezien. De eerste is dat het moet gaan om een bijzonder gevaar. Een kettingzaag, een slagersmes en een gasfles zijn gevaarlijk, maar niet gebrekkig; het gevaar hoort bij de zaak zoals zij is bedoeld. Pas wanneer de zaak een afwijking vertoont die een gevaar oplevert dat men niet hoefde te verwachten, komt artikel 6:173 BW in beeld. De tweede is dat algemeen bekend moet zijn dat een zaak met zo’n gebrek dat bijzondere gevaar oplevert. Het gaat daarbij niet om wat de bezitter zelf wist, maar om wat in het maatschappelijk verkeer bekend is. Dat een oververhitte accu kan ontbranden en dat een defecte rem tot een aanrijding leidt, is algemeen bekend; bij een zeldzaam of onverwacht schadeverloop kan dat anders liggen.

De wetgever heeft bewust niet vastgehouden aan een enge, technische gebreksdefinitie. Het gaat om gebrek in ruime zin, en dat geeft de rechter beoordelingsruimte. Bij de invulling spelen niet alleen formele veiligheidsvoorschriften een rol, maar ook algemene zorgvuldigheidsnormen: dat aan de voorschriften is voldaan sluit een gebrek niet uit, en omgekeerd wijst niet ieder ongeval met een zaak op een gebrek. Er wordt gekeken naar de aard en de functie van de zaak, naar de kans dat het gevaar zich verwezenlijkt en naar de mogelijkheden om veiligheidsmaatregelen te treffen. Daardoor schuift artikel 6:173 BW in de praktijk dichter tegen de systematiek van de onrechtmatige daad aan dan de wettekst doet vermoeden.

Schade alleen bewijst geen gebrek

Artikel 6:173 BW is een risicoaansprakelijkheid, geen garantie. Dat er schade is ontstaan bij het gebruik van een zaak, bewijst nog niet dat die zaak gebrekkig was. Wie een ander aanspreekt, moet stellen en zo nodig bewijzen dat de zaak niet aan de te stellen eisen voldeed, dat daardoor een bijzonder gevaar bestond en dat juist dit gevaar de schade heeft veroorzaakt.

Bij sommige gebeurtenissen helpt de feitelijke gang van zaken de benadeelde op weg. Een wasdroger die zonder aanwijsbare externe oorzaak in brand vliegt, wekt het vermoeden dat er iets aan het apparaat mankeerde, en de bezitter zal dan aannemelijk moeten maken dat de oorzaak elders lag. Maar een ladder die omvalt terwijl iemand er te ver overheen leunt, een fiets die breekt na een aanrijding of een machine die is gebruikt op een manier waarvoor zij niet is bedoeld, wijst niet op een gebrek. In de praktijk wordt een claim op grond van artikel 6:173 BW gewonnen of verloren op het technisch bewijs: het rapport van de brandonderzoeker, de expertise van het apparaat, de foto’s van kort na het voorval.

Welke schade deze bepaling dekt, en welke niet

Artikel 6:173 BW is geschreven voor letselschade en voor schade aan andere zaken. Zuivere vermogensschade — verlies dat niet uit letsel of uit beschadiging van een zaak voortvloeit, zoals een misgelopen order omdat een machine stilviel — valt er in beginsel buiten. Dat betekent niet dat zulke schade nooit voor vergoeding in aanmerking komt, maar wel dat zij een andere grondslag nodig heeft, doorgaans de gewone onrechtmatige daad of de overeenkomst met de leverancier.

Het loont daarom om de schadeposten vroeg te rubriceren. In dossiers waarin naast een gebrek ook zelfstandig onzorgvuldig handelen valt aan te wijzen — een bedrijf dat een bekend defect niet verhielp, een verhuurder die keuringen oversloeg — worden beide grondslagen naast elkaar ingezet. Welke van de twee de sterkste is, hangt af van het bewijs dat werkelijk beschikbaar is.

De tenzij-regel

De bezitter is niet aansprakelijk als hij, gesteld dat hij het gevaar op het moment van ontstaan had gekend, ook op grond van artikel 6:162 BW niet aansprakelijk zou zijn geweest. Deze tenzij-regel houdt de risicoaansprakelijkheid binnen redelijke grenzen: wie zelfs met kennis van het gevaar niets had kunnen of hoeven doen, gaat vrijuit.

Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer het gebrek zo kort voor het ongeval ontstond dat ingrijpen onmogelijk was, wanneer de benadeelde het gebrek zelf onrechtmatig heeft veroorzaakt, of wanneer de benadeelde de zaak tegen de uitdrukkelijke instructie van de bezitter heeft gebruikt. Voor wie wordt aangesproken is dit verweer vaak de belangrijkste verdedigingslinie, maar het slaagt alleen met een precieze feitelijke onderbouwing. Hoe die regel bij alle drie de risicoaansprakelijkheden uitwerkt, staat bij de tenzij-regel bij risicoaansprakelijkheid.

Productgebrek: bezitter of producent

Veel gebreken aan roerende zaken zijn fabricagefouten. Voor die situatie bevat artikel 6:173 BW een verwijzingsregel. Is de zaak gebrekkig in de zin van de productaansprakelijkheid van artikel 6:185 BW, dan is niet de bezitter maar de producent aansprakelijk. De benadeelde moet dan bij de fabrikant of de importeur aankloppen, en de bezitter kan de aanspraak in beginsel afwijzen.

Op die verwijzing bestaan twee uitzonderingen die in de praktijk het verschil maken. De bezitter blijft aansprakelijk wanneer aannemelijk is dat het gebrek pas is ontstaan nadat het product in het verkeer is gebracht, dus door slijtage, gebrekkig onderhoud, een ondeskundige reparatie of een aanpassing die de bezitter zelf heeft laten uitvoeren. En hij blijft aansprakelijk voor zaakschade die onder de franchise van artikel 6:190 BW blijft, omdat de producent voor die kleine schades niet kan worden aangesproken. Een verhitte discussie over een vijf jaar oude droger gaat daarom zelden over de vraag óf hij gebrekkig was, maar over de vraag of het gebrek uit de fabriek kwam of later is ontstaan. Wie dat verkeerd inschat, richt zijn vordering tot de verkeerde partij en verliest tijd die hij niet heeft: de vordering tegen de producent vervalt tien jaar nadat het product in het verkeer is gebracht.

Wie kan worden aangesproken

De hoofdregel is dat de bezitter aansprakelijk is. Dat is degene die de zaak voor zichzelf houdt, doorgaans de eigenaar. Wie een zaak leent, huurt of in bewaring heeft, is geen bezitter maar houder en valt niet onder de hoofdregel; de eigenaar blijft dan aan zet. Zijn er meer bezitters, bijvoorbeeld echtgenoten of vennoten, dan zijn zij hoofdelijk aansprakelijk.

De belangrijkste uitzondering staat in artikel 6:181 BW en raakt vrijwel iedere ondernemer. Wordt de zaak gebruikt in de uitoefening van een bedrijf, dan is niet de bezitter maar de bedrijfsmatige gebruiker aansprakelijk. Wie een heftruck leaset, een steiger huurt of een koffiemachine op afbetaling in zijn zaak heeft staan, kan dus zelf worden aangesproken voor een gebrek aan die zaak, ook al is hij geen eigenaar. Omgekeerd kan een verhuurbedrijf zich tegenover de benadeelde in beginsel op deze regel beroepen zolang de zaak bij de huurder in gebruik was. Wie in welke hoedanigheid de zaak onder zich had op het moment van het ongeval, is daarom een van de eerste vragen die wij stellen. Meer daarover bij de bezitter en de bedrijfsmatig gebruiker.

Naast de bezitter of bedrijfsmatige gebruiker kan ook een ander aansprakelijk zijn: de producent voor een fabricagefout, de verkoper voor een zaak die niet aan de koopovereenkomst beantwoordt, het reparatiebedrijf dat slecht werk leverde. Artikel 6:173 BW geeft de benadeelde een rechtstreekse route naar de bezitter, maar sluit die andere routes niet af. Voor de aangesproken bezitter betekent dat omgekeerd dat hij vaak regres kan nemen op degene die het gebrek heeft veroorzaakt of had moeten opmerken.

Wat u nu moet doen als u bent aangesproken

Reageer niet inhoudelijk voordat u weet waar u staat. Een welgemeende eerste reactie („dat ding deed al langer raar”) wordt later als erkenning gelezen. Bevestig alleen de ontvangst en vraag om onderbouwing: wat is er precies gebeurd, welke schade is er, welk onderzoek is gedaan en wat blijkt daaruit.

Meld de aanspraak direct bij uw verzekeraar. Voor particulieren is dat de aansprakelijkheidsverzekering (AVP), voor ondernemers de bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering (AVB). Polissen eisen tijdige melding, en te laat melden kan dekking kosten. Heeft u een rechtsbijstandverzekering, dan heeft u bij een procedure het recht zelf een advocaat te kiezen op kosten van die verzekeraar; hoe u dat inroept leest u op onze pagina over vrije advocaatkeuze.

Bewaar vervolgens de zaak zelf. Gooi de verbrande droger, de gebroken ladder of de kapotte accu niet weg en laat er niets aan repareren voordat een deskundige ernaar heeft gekeken; wie het bewijs vernietigt, verliest het verweer dat het gebrek uit de fabriek kwam of dat er geen gebrek was. Verzamel de aankoopbon, de handleiding, onderhouds- en reparatiefacturen en eventuele eerdere meldingen bij de fabrikant. Dat bewijs is er nu nog; over een half jaar niet meer.

Wat u nu moet doen als u schade heeft geleden

Leg direct vast wat er is gebeurd: foto’s van de zaak en van de schade, namen van getuigen, een schriftelijke melding bij de bezitter of het bedrijf en, bij letsel, een bezoek aan huisarts of spoedeisende hulp zodat het letsel is gedocumenteerd. Stel de bezitter of bedrijfsmatige gebruiker schriftelijk aansprakelijk en bewaar het bewijs van verzending. Vraag hem de zaak te bewaren en niet te repareren.

Uw vordering verjaart vijf jaar nadat u bekend werd met de schade en de aansprakelijke persoon, maar wachten is onverstandig. De zaak wordt weggegooid of hersteld, getuigen vergeten details en de wederpartij krijgt de gelegenheid het verhaal te kleuren. Gaat het om een fabricagefout, dan loopt bovendien de vervaltermijn van de productaansprakelijkheid.

Wat wij voor u doen

Wij beginnen bij het technische bewijs, want daar wordt deze zaak beslist: is het apparaat bewaard, is er een onderzoeksrapport, en wijst dat naar een fabricagefout of naar iets wat later is ontstaan. Daarnaast stellen wij vast wie de zaak op het moment van het ongeval onder zich had en in welke hoedanigheid, omdat dat bepaalt wie wordt aangesproken en welke polis dekking biedt. Waar een technisch of medisch oordeel nodig is, wordt daarin voorzien en wordt over de vraagstelling aan de deskundige meegedacht. U spreekt de advocaat die uw dossier ook voert.

Wat het u kost

Staat de aansprakelijkheid vast of is zij voldoende aannemelijk, dan komen de redelijke kosten van rechtsbijstand op grond van artikel 6:96 lid 2 BW voor rekening van de aansprakelijke partij, inclusief de kosten van het deskundigenbericht. Is de aansprakelijkheid nog in geschil, dan maken wij vooraf een heldere afspraak. Met een rechtsbijstandverzekering bestaat vrije advocaatkeuze zodra er wordt geprocedeerd. Het eerste gesprek is kosteloos.

Neem contact op

Stuur de aansprakelijkstelling of een korte beschrijving van wat er is gebeurd, met foto’s. U hoort binnen één werkdag hoe uw positie is, of uw verzekering de kosten draagt en wat de verstandige eerste stap is. Bel 035 – 203 11 62 of mail info@vittorialaw.nl.

Bespreek uw zaak

Veelgestelde vragen

Mijn wasdroger is in brand gevlogen en de buren hebben schade. Ben ik aansprakelijk?

In beginsel wel, als de droger gebrekkig was en dat gebrek de brand heeft veroorzaakt. Was het een fabricagefout, dan verwijst de wet naar de producent en kunt u de aanspraak in beginsel afwijzen; is het gebrek later ontstaan, bijvoorbeeld door een verstopt filter of een verkeerde reparatie, dan blijft u aansprakelijk. Uw AVP dekt dit doorgaans. Meld de schade dus bij uw verzekeraar en bewaar het apparaat.

Ik had het apparaat uitgeleend. Wie is aansprakelijk?

U. Wie een zaak leent is houder, geen bezitter, en valt niet onder artikel 6:173 BW. Alleen wanneer de lener de zaak in zijn bedrijf gebruikte, verschuift de aansprakelijkheid naar hem op grond van artikel 6:181 BW.

Ik huur een machine en er is iemand gewond geraakt. Kan ik worden aangesproken?

Gebruikt u de machine in uw bedrijf, dan bent u op grond van artikel 6:181 BW aansprakelijk in plaats van de verhuurder. De uitzondering die de wet daarbij noemt — dat het ontstaan van de schade niet met de bedrijfsuitoefening in verband staat — geldt uitsluitend bij opstallen, dus bij een gehuurde machine kunt u zich daarop niet beroepen. U kunt wel regres nemen op de verhuurder wanneer die een gebrekkige machine heeft geleverd. Meld de aanspraak daarom bij uw AVB én bij de verhuurder.

De zaak is van mijzelf en alleen ik heb schade. Kan ik iets vorderen?

Niet op grond van artikel 6:173 BW; dat artikel regelt aansprakelijkheid tegenover anderen. Uw route loopt via de producent voor een fabricagefout of via de verkoper wanneer de zaak niet aan de koopovereenkomst beantwoordde. Lees daarover onze pagina over een auto met een verborgen gebrek.

Ik wist niet dat er iets mis was. Ben ik dan toch aansprakelijk?

In beginsel ja. Artikel 6:173 BW vereist geen schuld of wetenschap; de vraag is alleen of de zaak objectief aan de eisen voldeed. Onwetendheid helpt u pas via de tenzij-regel, wanneer u ook met kennis van het gevaar niets had kunnen of hoeven doen.

Dekt mijn verzekering dit?

Meestal wel. De AVP dekt aansprakelijkheid van particulieren voor schade door hun spullen, de AVB die van ondernemers. Een rechtsbijstandverzekering dekt de kosten van juridische bijstand en geeft u bij een procedure recht op een eigen advocaat. Meld daarom eerst en beoordeel daarna; welke polis voorgaat, kijken wij met u na.

Verwante onderwerpen