Werkgever aansprakelijk na val van trap? Over bewijslast bij arbeidsongevallen op de werkvloer

Tim Warnsinck • 12 maart 2026

Werkgever aansprakelijk na val op trap? De bewijslast bij een arbeidsongeval uitgelegd.


Een val op een trap op het werk lijkt soms een ongelukkige samenloop van omstandigheden, maar juridisch is dat lang niet altijd het einde van het verhaal. Integendeel: juist bij een arbeidsongeval rijst al snel de vraag of de werkgever aansprakelijk is voor de schade van de werknemer. Dat geldt in het bijzonder wanneer de werkomgeving mogelijk onveilig was, bijvoorbeeld doordat een trap glad was geworden door stof, gruis of werkzaamheden op locatie. In dat soort gevallen komt de zorgplicht van de werkgever, zoals vastgelegd in artikel 7:658 BW, centraal te staan.


Arrest gerechtshof Amsterdam ECLI:NL:GHAMS:2024:2463


In een recente zaak bij het gerechtshof Amsterdam speelde precies die problematiek. De kernvraag was of een trap ten tijde van het ongeval glad was door stof en/of gruis als gevolg van verbouwingswerkzaamheden. Daarmee raakt de zaak aan een klassiek thema binnen het aansprakelijkheidsrecht: hoe ver reikt de verantwoordelijkheid van de werkgever voor de veiligheid op de werkvloer, en wie moet bewijzen hoe de situatie op het moment van het ongeval precies was?


Bewijslast bij een arbeidsongeval


Wie schade lijdt tijdens de uitoefening van zijn werkzaamheden, kan de werkgever onder omstandigheden aanspreken op grond van artikel 7:658 BW. Die bepaling legt op de werkgever een vergaande zorgplicht. De werkgever moet de lokalen, werktuigen en gereedschappen waarin of waarmee wordt gewerkt zodanig inrichten en onderhouden, en voor het verrichten van de werkzaamheden zodanige maatregelen treffen en aanwijzingen geven, als redelijkerwijs nodig is om te voorkomen dat de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade lijdt.


Inhoud van de norm voor de werkgever en bewijslast


Dat is een zware norm. Een werkgever moet niet alleen in algemene zin aandacht hebben voor veiligheid, maar ook concreet anticiperen op voorzienbare risico’s. Denk aan gladde vloeren, onoverzichtelijke looproutes, slecht onderhouden trappen, tijdelijke obstakels of vervuiling door verbouwingen. Zeker als in een pand werkzaamheden plaatsvinden, neemt het risico op gevaarlijke situaties toe. Juist dan moet van een werkgever worden verwacht dat hij extra controle uitoefent, adequate schoonmaak organiseert, werknemers waarschuwt en zo nodig aanvullende veiligheidsmaatregelen neemt.

Bij een arbeidsongeval is de bewijslastverdeling van groot praktisch belang. De werknemer hoeft doorgaans niet het volledige aansprakelijkheidsverhaal rond te bewijzen zoals dat in gewone civiele zaken vaak wel wordt gedacht. In de kern geldt dat de werknemer moet stellen en, bij betwisting, aannemelijk moet maken dat hij schade heeft geleden in de uitoefening van zijn werkzaamheden. Wanneer dat vaststaat, komt het vervolgens in belangrijke mate aan op de werkgever. Die moet dan aantonen dat hij aan zijn zorgplicht heeft voldaan. Lukt dat niet, dan ligt aansprakelijkheid in beginsel voor de hand. Alleen in uitzonderlijke gevallen kan de werkgever nog aan aansprakelijkheid ontkomen door te bewijzen dat de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer. De rechtspraak is echter al jarenlang terughoudend met het aannemen van die uitzondering.


Bewijslast bij val van trap


Dat maakt een val op een trap juridisch vaak relevanter dan op het eerste gezicht wordt gedacht. Een trap is immers geen neutraal gegeven, maar een onderdeel van de werkplek dat onder verantwoordelijkheid van de werkgever valt. Als achteraf discussie ontstaat over de vraag of die trap vervuild, glad of onveilig was, ligt het bewijsrisico al snel bij degene die de feitelijke zeggenschap had over de locatie. Dat is in de regel de werkgever. Hij heeft immers het beste zicht op de inrichting van de werkplek, op schoonmaakroutines, op interne veiligheidsprocedures en op eventuele verbouwings- of onderhoudswerkzaamheden.


Voor werkgevers schuilt daarin een belangrijk risico. In procedures blijkt regelmatig dat wel wordt gesteld dat de werkplek veilig was, maar dat de concrete onderbouwing ontbreekt. Er zijn dan geen foto’s van de situatie, geen schoonmaakregistraties, geen inspectielijsten, geen heldere instructies aan personeel en geen stukken waaruit blijkt hoe met tijdelijke risico’s is omgegaan. Juist die documentatie kan achteraf het verschil maken tussen afwijzing en toewijzing van een vordering. Veiligheid moet niet alleen feitelijk bestaan, maar ook aantoonbaar zijn.


Gunstig voor werknemers


Voor werknemers is dat een wezenlijk punt. Wie tijdens het werk ten val komt op een trap of vloer, hoeft zich niet te snel neer te leggen bij de gedachte dat sprake was van eigen pech. Als de werkomgeving niet veilig was ingericht of als de werkgever niet kan aantonen dat voldoende veiligheidsmaatregelen zijn getroffen, kan een vordering tot schadevergoeding juridisch goed verdedigbaar zijn. Dat geldt te meer wanneer sprake was van een tijdelijke risicovolle situatie, zoals een verbouwing, renovatie of interne onderhoudswerkzaamheden.


De praktische betekenis van dit soort zaken is groot. Werkgeversaansprakelijkheid gaat namelijk niet alleen over grote industriële ongevallen of complexe machineveiligheid. Ook alledaagse situaties kunnen tot serieuze letselschade leiden: een val van een trap, uitglijden over stof of gruis, struikelen over materiaal of uitglijden op een vloer die onvoldoende schoon of droog is gehouden. Juist omdat zulke situaties in elk bedrijf kunnen voorkomen, is een goede juridische beoordeling essentieel.


Daarbij geldt dat het debat in procedures vaak niet alleen gaat over de vraag wat er precies is gebeurd, maar vooral over de vraag wie de verantwoordelijkheid droeg voor de veiligheid van de omgeving en wie daarover achteraf voldoende duidelijkheid kan geven. Dat is precies waarom artikel 7:658 BW in de praktijk zo’n krachtig beschermingsmechanisme is. De werknemer verkeert immers vaak in een zwakkere positie als het gaat om bewijs. De werkgever beheert de werkplek, stelt procedures op, laat schoonmaken, geeft instructies en kan in beginsel vastleggen welke maatregelen zijn genomen. Als dat allemaal ontbreekt, komt dat meestal niet voor rekening van de werknemer.


Dossieropbouw werkgever cruciaal


Voor de praktijk betekent dit dat werkgevers scherp moeten zijn op hun dossieropbouw. Niet alleen een RI&E of algemeen veiligheidsbeleid is van belang, maar ook concrete vastlegging van tijdelijke risico’s en feitelijke controles. Zeker wanneer in of rond een pand wordt verbouwd, moet zorgvuldig worden bijgehouden welke delen toegankelijk zijn, hoe vaak wordt schoongemaakt, welke waarschuwingen zijn gegeven en wie toezicht houdt. Zonder die onderbouwing kan een werkgever in een aansprakelijkheidsprocedure snel op achterstand komen.


Voor werknemers en belangenbehartigers laat deze lijn zien dat er bij een arbeidsongeval op de werkvloer vaak meer juridische ruimte bestaat dan aanvankelijk wordt gedacht. Een val op een trap op het werk is niet automatisch een ongelukkige privé-omstandigheid. Zodra de inrichting of toestand van de werkplek een rol kan hebben gespeeld, is de werkgever mogelijk aansprakelijk voor de geleden en nog te lijden schade.

Bij Vittoria Law adviseren en procederen wij over werkgeversaansprakelijkheid, arbeidsongevallen en letselschade.


Letsel opgelopen?


Heeft u als werknemer letsel opgelopen tijdens het werk, of wordt u als werkgever aangesproken na een ongeval op de werkvloer? Dan is het van belang om vroegtijdig te beoordelen hoe de bewijslast ligt, welke veiligheidsdocumentatie beschikbaar is en welke juridische positie partijen daadwerkelijk hebben.


Meer weten? Neem contact op!


door Tim Warnsinck 17 maart 2026
Schokschade; wanneer is vergoeding mogelijk?
door Tim Warnsinck 10 februari 2026
Je hebt rechten bij een medische expertise, waaronder inzage en soms blokkering van het rapport. Hoe werkt dat en wanneer is het verstandig?
door Tim Warnsinck 10 februari 2026
Wanneer wordt een onafhankelijke medische expertise ingezet, hoe werkt het onderzoek en wat mag wel/niet? Uitleg voor slachtoffers.
door Tim Warnsinck 10 februari 2026
Een medische machtiging is geen formaliteit. Lees waar je op moet letten, wat ‘te breed’ is en hoe je regie houdt over je gegevens.
door Tim Warnsinck 10 februari 2026
Moet je je hele medisch dossier geven? Wat is ‘relevant’ en hoe bescherm je je privacy? Praktische uitleg over spelregels en rechtspraak.
door Tim Warnsinck 10 februari 2026
Wat doet de medisch adviseur in jouw letselschadezaak, welke informatie beoordeelt hij, en welke grenzen gelden? Uitleg inclusief privacy en expertise.
door Tim Warnsinck 7 februari 2026
Strategische keuze tussen interne klacht, geschillenregeling (inhoud), Kifid en civiele rechter. Met aandacht voor bindendheid en dossieropbouw.
door Tim Warnsinck 7 februari 2026
Meldplicht (art. 7:941 BW), belangenschade, verjaring (art. 7:942 BW) en praktijkvoorbeelden. Wat je nu moet doen bij een afwijzing.
door Tim Warnsinck 7 februari 2026
Wanneer is sprake van belangenconflict bij multibrancheverzekeraars, welke waarborgen eist de Wft, en hoe je vrije advocaatkeuze en onafhankelijkheid afdwingt.
door Tim Warnsinck 7 februari 2026
Uitgebreide keuzehulp: regie, vrije advocaatkeuze, kostenverhaal, samenloop met SVI/first-party en valkuilen bij toestemming en kostenplafonds.