Is KLM aansprakelijk voor ongeval purser tijdens wachttijd?

Tim Warnsinck • 21 mei 2022

Wie voor zijn werk naar het buitenland reist, brengt daar al snel meer uren door buiten diensttijd dan erin. De werkgever boekt het hotel, bepaalt hoe lang het verblijf duurt en betaalt de rekening, maar wat de werknemer in die uren doet, bepaalt hij zelf. Gaat er dan iets mis, dan rijst de vraag waar het werk ophoudt en de privétijd begint.

De kantonrechter van de Rechtbank Amsterdam boog zich op 16 mei 2022 over precies die vraag. Een purser van KLM raakte gewond in de sportzaal van een crewhotel in Buenos Aires. De uitspraak laat scherp zien welke maatstaf beslissend is, en die maatstaf is niet waar het ongeval plaatsvond, maar wie er zeggenschap had.

De feiten

Een purser van KLM verbleef in een periode tussen twee vluchten in een crewhotel van KLM in Buenos Aires, Argentinië. De purser besloot op enig moment om in de sporthal van het Argentijnse hotel te gaan sporten, toen hij al rennend op een loopband geconfronteerd werd met een grote stroomstoring. De door de stroomstoring uitgevallen loopband stond op een verhoging met twee treden. De purser is bij het verlaten van de – inmiddels door de stroomstoring helemaal verduisterde – sportzaal van deze treden afgevallen. Hij liep hierdoor ernstig letsel op aan zijn enkel. Een collega die ook in de sportzaal aanwezig was, onderschrijft die lezing van de toedracht.

Wat de purser vorderde

KLM heeft voor de medewerkers die letsel oplopen een ongevallenverzekering afgesloten, die voor vliegend personeel óók geldt gedurende de wachttijd tussen twee vluchten in het buitenland. De kosten van de verzekering worden door KLM gedragen. Op het moment van de zitting is de aanspraak op de verzekering vastgesteld, maar de omvang van de schade nog niet.

Buiten de afwikkeling van de schade op de ongevallenverzekering heeft de purser KLM ook aansprakelijk gesteld op grond van de artikelen 7:658 BW en 7:611 BW. Volgens de purser is er sprake van een schending van een zorgplicht door KLM, waardoor hij in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade heeft opgelopen. Verder stelt de purser dat KLM zich niet heeft gedragen als goed werkgever in de zin van artikel 7:611 BW. KLM heeft echter aansprakelijkheid voor beide voornoemde grondslagen afgewezen.

Het toetsingskader van artikel 7:658 BW

In de daaropvolgende procedure stelt de kantonrechter voorop dat artikel 7:658 lid 2 BW bepaalt dat de werkgever tegenover zijn werknemer aansprakelijk is voor de schade die de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden lijdt. Dit is alleen anders als de werkgever aantoont dat hij zijn in artikel 7:658 lid 1 BW beschreven zorgplicht is nagekomen. Dit artikel beoogt, zo merkt de kantonrechter op, een werknemer te beschermen tegen de aan zijn werk en werkomgeving verbonden veiligheidsrisico’s. Over wat de werknemer daarvoor precies moet stellen, leest u meer in onze blog over wat een werknemer moet bewijzen na een arbeidsongeval.

Daarbij geldt dat het tussen partijen niet ter discussie staat dat de purser in het crewhotel in Buenos Aires schade heeft opgelopen, in die zin dat hij in de sportzaal van het hotel tijdens een massieve stroomstoring van een afstapje is gevallen en daardoor letsel heeft opgelopen. De vraag die vervolgens aan de kantonrechter voorligt is of het ongeval wel heeft plaatsgevonden tijdens de uitoefening van de werkzaamheden zoals bedoeld in artikel 7:658 BW.

Wanneer is schade geleden in de uitoefening van de werkzaamheden?

In de onderhavige situatie heeft het ongeval plaatsgevonden in de tussen de heen- en terugvlucht gelegen verplichte wachttijd van de purser. De kantonrechter verwijst in zijn overwegingen naar het bekende arrest KLM/De Kuijer van de Hoge Raad, waarbij het om een piloot van KLM ging die in de wachttijd tussen twee vluchten een verkeersongeval overkwam. Dat ongeval vond plaats toen de piloot in een door hemzelf geboekte taxi onderweg was van het hotel naar een restaurant, om daar een hapje te eten. In het aan KLM/De Kuijer voorafgaande arrest bepaalde het hof dat de verplichte wachttijd tussen twee vluchten aangemerkt dient te worden als een periode die een zodanige samenhang heeft met de door werknemer voor KLM verrichte werkzaamheden, dat óók gedurende deze tijd de uit artikel 7:611 BW voortvloeiende verplichting voor KLM bestond zich jegens werknemer als een goed werkgever te gedragen. Dit oordeel werd door de Hoge Raad in stand gelaten. Of KLM als werkgever op grond van artikel 7:658 BW aansprakelijk was, is in het arrest door de Hoge Raad – net als door het hof – in het midden gelaten.

Terug naar de onderhavige kwestie. De kantonrechter merkt in zijn beschikking op dat het begrip ‘in de uitoefening van zijn werkzaamheden’ van artikel 7:658 BW volgens vaste rechtspraak ruim uitgelegd dient te worden. Dat de purser op het moment van het ongeval niet ‘aan het werk’ maar in het crewhotel aan het sporten was, houdt volgens de kantonrechter niet zonder meer in dat de schade niet is opgetreden ‘in de uitoefening van zijn werkzaamheden’ als bedoeld in artikel 7:658 BW. Volgens de kantonrechter kan de werknemer óók schade lijden ‘in de uitoefening van zijn werkzaamheden’ op het moment dat het ongeval plaatsvindt op een andere plaats dan de ‘normale’ werkplek of na de feitelijke werkzaamheden. Daarbij geldt volgens de kantonrechter wel dat de oorzaak verband dient te houden met de werkzaamheden, en dat de werkgever, om aan zijn zorgplicht te kunnen voldoen, zeggenschap moet hebben over de locatie en de activiteiten van de werknemer.

Sporten in het crewhotel: binnen of buiten het bereik?

De vraag rijst vervolgens bij de kantonrechter of bij het gebruikmaken van sportfaciliteiten van het crewhotel tijdens de wachttijd tussen vluchten, nog sprake is van activiteiten die binnen het bereik van artikel 7:658 BW vallen. De kantonrechter overweegt enerzijds dat de wachttijd inherent is aan de werkzaamheden die de purser voor KLM verrichtte, nu uit veiligheidsoverwegingen het noodzakelijk wordt geacht dat het cabinepersoneel na een zeker aantal uren vliegtijd een bepaalde wachttijd in acht neemt – de werknemers zijn daarbij afhankelijk van KLM. Daarbij geldt dat het KLM is die het crewhotel uitkiest, boekt en ter beschikking stelt aan haar personeel om daar te verblijven. Tot slot stimuleert KLM het gebruikmaken van sportfaciliteiten tijdens de wachttijd actief en geldt dat als er geen sportzaal in het crewhotel is, het personeel een aparte vergoeding krijgt om er te sporten.

Anderzijds geldt ook, zo merkt de kantonrechter op, dat de wachttijd niet volledig als werktijd kan worden aangemerkt. KLM-medewerkers – en dus ook de purser – kunnen deze tijd naar eigen inzicht invullen. Zij zijn niet verplicht om gebruik te maken van de sport- en overige faciliteiten van het crewhotel. KLM heeft volgens de kantonrechter ook geen zeggenschap over de wijze waarop de medewerkers de wachttijd invullen; KLM heeft immers geen bevoegdheid de medewerkers hierin instructies of aanwijzingen te geven.

Zeggenschap gaf de doorslag

Dit laatste vindt de kantonrechter doorslaggevend. De zorgplicht van de werkgever hangt nauw samen met de zeggenschap van de werkgever over de werkplek en zijn bevoegdheid de werknemer aanwijzingen te geven ter zake van de wijze van uitoefening van zijn werkzaamheden. De aansprakelijkheid van de werkgever op grond van artikel 7:658 BW berust op die zeggenschap. Tussen de uitoefening van de werkzaamheden – het fungeren als purser aan boord van een vliegtuig – en het gebruikmaken van de sportzaal van het crewhotel bestaat een onvoldoende nauwe band. De purser werd niet verplicht tijdens de wachttijd van sportfaciliteiten gebruik te maken. Het enkele feit dat KLM het gebruik van de sportzaal actief stimuleerde, maakt dat volgens de kantonrechter niet anders.

De conclusie van de kantonrechter is derhalve dat KLM voor de gevolgen van het ongeval dat de purser in het crewhotel is overkomen, niet aansprakelijk is op grond van artikel 7:658 BW.

En artikel 7:611 BW: goed werkgeverschap?

De purser heeft ook een beroep gedaan op artikel 7:611 BW. Dit artikel bepaalt dat de werkgever en de werknemer verplicht zijn zich als een goed werkgever en goed werknemer jegens elkaar te gedragen. De vraag is dus of KLM zich niet als een goed werkgever heeft gedragen, waardoor zij de gevolgen van het letsel van de purser dient te vergoeden. Daarbij overweegt de kantonrechter het volgende.

De kantonrechter merkt eerst op dat in de rechtspraak van de Hoge Raad, zie onder meer HR 11 november 2011, is bepaald dat artikel 7:611 BW in bijzondere gevallen kan meebrengen dat bij ongevallen die niet onder artikel 7:658 BW vallen, van de werkgever geëist kan worden dat hij zorgt voor een behoorlijke verzekering voor de werknemer. Deze verzekeringsplicht van de werkgever is in de rechtspraak echter gelimiteerd tot schade die de werknemer lijdt in de uitoefening van zijn werkzaamheden wanneer zij deelnemen aan het wegverkeer. Diezelfde lijn speelt een rol bij een ongeval in het woon-werkverkeer.

De kantonrechter merkt daartoe op dat – nog los van de reikwijdte van de in de rechtspraak aanvaarde verzekeringsplicht voor verkeersongevallen – KLM voor haar medewerkers wel degelijk een collectieve ongevallenverzekering afgesloten had, én dat de purser hier ook een beroep op heeft gedaan. Die verzekering biedt dekking voor het ongeval dat de purser overkomen is en de hoogte van de dekking acht de kantonrechter afdoende. KLM treft in dat opzicht dan ook geen verwijt.

De kantonrechter oordeelt tot slot dat er geen andere redenen zijn dat KLM de schade van de purser zou moeten vergoeden; het op verschillende plaatsen op de wereld verblijven in hotels kan zonder nadere motivering niet worden gezien als een bijzonder risico. Ook is volgens de kantonrechter onvoldoende gesteld en gebleken dat er in Argentinië of Zuid-Amerika een zodanige kans op stroomstoringen is dat dat moet worden gezien als een bijzonder risico. Het feit dat de purser tijdens een stroomstoring in de sportzaal van het hotel is gevallen, kan ondanks de ongelukkige afloop, in zijn algemeenheid niet worden gezien als een bijzonder risico op schade of een bij KLM bekend specifiek en ernstig gevaar.

Al met al kan volgens de kantonrechter onder deze omstandigheden niet worden aangenomen dat KLM tekort is geschoten in haar verplichtingen op grond van goed werkgeverschap. Dat de purser van het ongeval geen verwijt treft en hij zich niet onverantwoord heeft gedragen, maakt dit niet anders.

Wat deze uitspraak betekent voor werknemers op reis

De uitkomst laat zich gemakkelijk verkeerd lezen. Zij betekent niet dat een ongeval buiten de eigen werkplek nooit onder artikel 7:658 BW valt; de kantonrechter bevestigt juist uitdrukkelijk het tegendeel. Beslissend is of de werkgever over de betrokken activiteit zeggenschap had. Waar hij kan bepalen wat er gebeurt, waar dat gebeurt en hoe, reikt zijn zorgplicht mee. Waar de werknemer zijn tijd naar eigen inzicht invult, houdt die zorgplicht op, ook als de werkgever de omgeving heeft uitgekozen en betaald.

Dat onderscheid is fijnmaziger dan het lijkt. Een verplichte teambuildingactiviteit, een bedrijfsuitje met aanwezigheidsplicht of een door de werkgever voorgeschreven vervoermiddel liggen aan de andere kant van de streep dan een vrijwillig bezoek aan de hotelsportzaal. Ook de plaats van het ongeval kan verschil maken: een gebrek in de hotelkamer die de werkgever zelf heeft geboekt, staat in een ander licht dan een val in een algemene ruimte tijdens een activiteit die de werknemer zelf koos. De uitspraak is bovendien sterk verweven met de vastgestelde feiten, en dat betekent dat een op het oog vergelijkbaar geval anders kan aflopen wanneer de toedracht anders ligt.

Voor de werknemer die na zo’n ongeval nul op het rekest krijgt, is dat een aansporing om verder te kijken dan de eerste afwijzing. Dat een verzekeraar spreekt van een ongelukkige samenloop van omstandigheden, is geen juridisch eindoordeel maar een standpunt dat op de feiten moet worden getoetst. Dezelfde vraag speelt bij een val van een trap of ladder op het werk. Het bredere kader vindt u op onze pagina over werkgeversaansprakelijkheid.

Veelgestelde vragen


Geldt de zorgplicht van mijn werkgever ook buiten werktijd?

Soms. Het begrip ‘in de uitoefening van de werkzaamheden’ wordt ruim uitgelegd en is niet beperkt tot de eigen werkplek of tot kantooruren. De grens ligt bij de zeggenschap: kan uw werkgever bepalen wat u doet en hoe u het doet, dan reikt zijn zorgplicht daar in beginsel tot. Vult u de tijd naar eigen inzicht in, dan doorgaans niet.

Mijn werkgever stimuleerde de activiteit actief. Is dat genoeg?

Volgens deze uitspraak niet. KLM moedigde het sporten aan en vergoedde het zelfs wanneer het hotel geen sportzaal had, maar dat woog niet op tegen het ontbreken van een verplichting en van een instructiebevoegdheid. Aanmoedigen is iets anders dan voorschrijven.

Mijn werkgever heeft een ongevallenverzekering. Kan ik daarnaast nog iets vorderen?

Dat hangt af van de grondslag. Een uitkering onder een ongevallenverzekering staat los van aansprakelijkheid en dekt doorgaans niet de volledige schade. Is de werkgever daarnaast aansprakelijk op grond van artikel 7:658 BW, dan bestaat aanspraak op vergoeding van de werkelijke schade, waarbij de uitkering wel kan worden verrekend. Is hij dat niet, dan blijft het bij de polis.

Geldt dit ook voor uitzendkrachten en zzp’ers?

De bescherming van artikel 7:658 BW reikt verder dan het eigen personeel en kan ook gelden voor uitzendkrachten, gedetacheerden en zzp’ers die werkzaamheden voor een opdrachtgever verrichten. Ook daar is de zeggenschap over het werk het aanknopingspunt.

Letsel opgelopen tijdens een verblijf voor uw werk?

Heeft u letsel opgelopen tijdens een dienstreis, een verblijf in het buitenland of een activiteit die met uw werk samenhangt, en wijst uw werkgever of diens verzekeraar aansprakelijkheid af? De uitkomst hangt af van de precieze toedracht en van de vraag hoeveel zeggenschap uw werkgever over de situatie had. Vittoria Law beoordeelt of die afwijzing standhoudt.

Neem CONTACT op. De volledige uitspraak van de Rechtbank Amsterdam leest u hier.





Uw zaak laten beoordelen?

Heeft u schade geleden of bent u verwikkeld in een geschil over aansprakelijkheid, schade of bewijs?


Vittoria Law beoordeelt uw juridische positie, brengt de belangrijkste risico’s in kaart en denkt mee over de meest effectieve vervolgstap.

door Tim Warnsinck 4 september 2026
Letsel opgelopen tijdens een bedrijfsuitje of personeelsfeest? Lees wanneer uw werkgever aansprakelijk is, ook als deelname vrijwillig was.
door Tim Warnsinck 4 september 2026
Mishandeld of bedreigd door een klant, patiënt of cliënt tijdens uw werk? Lees wanneer uw werkgever aansprakelijk is en welke routes u nog meer heeft.
door Tim Warnsinck 4 september 2026
Rugklachten door tillen, duwen of trekken op het werk? Lees wanneer uw werkgever aansprakelijk is, welk bewijs telt en waar zulke zaken op stranden.
door Tim Warnsinck 4 september 2026
Aangereden of bekneld geraakt door een heftruck? Lees wanneer uw werkgever aansprakelijk is en wat u direct moet vastleggen.
Wetboek met rechtershamer
door Tim Warnsinck 3 september 2026
Wat moet u na een arbeidsongeval bewijzen en wat moet uw werkgever bewijzen? Lees welk bewijs het verschil maakt en wat u direct moet veiligstellen.
Bouwvakkers met helm aan het werk
door Tim Warnsinck 3 september 2026
Letsel door een machine op het werk? Lees wanneer uw werkgever aansprakelijk is en welke verweren bij de rechter zelden standhouden.
arbeidsongeval, werkgeversaansprakelijkheid, 7:658 BW, aansprakelijkheid, advocaat, schade
door Tim Warnsinck 3 september 2026
Net een arbeidsongeval gehad? Lees stap voor stap wat u de eerste dagen en weken moet doen, wat u beter kunt laten en hoe u uw schade veiligstelt.
Advocaat werkgeversaansprakelijkheid beoordeelt letselschade na val van trap of ladder op het werk
door Tim Warnsinck 3 september 2026
Gevallen van een ladder, steiger of trap op het werk? Lees wanneer uw werkgever aansprakelijk is, wat het Arbobesluit eist en wat u nu moet doen.
Gevaarzetting, onrechtmatige daad, Kelderluik-arrest, kelderluik factoren,
door Tim Warnsinck 3 september 2026
De vier Kelderluik-factoren uitgelegd. Lees wanneer een gevaarlijke situatie onrechtmatig is en wat u kunt doen bij letsel of een aansprakelijkstelling.
beroepsziekte, 7:658, 7:611, rugklachten, aansprakelijkheid, werkgeversaansprakelijkheid
door Tim Warnsinck 3 september 2026
Hof wijst claim over rugklachten af: geen causaal verband en geen proportionele aansprakelijkheid. Lees waar de omkeringsregel bij beroepsziekten ophoudt.