Letsel door machines op het werk: wanneer is de werkgever aansprakelijk?
In het kort. Bij een ongeval met een machine is de werkgever op grond van artikel 7:658 BW aansprakelijk, tenzij hij bewijst dat de machine deugdelijk en beveiligd was, dat hij instructie heeft gegeven en toezicht heeft gehouden, en dat hij rekening heeft gehouden met de routine en onoplettendheid van zijn werknemers. Waarschuwen is niet genoeg waar een fysieke beveiliging mogelijk was. Eigen onoplettendheid van de werknemer telt niet mee; alleen bewuste roekeloosheid bevrijdt de werkgever, en dat wordt bij machines vrijwel nooit aangenomen.
Letsel door een machine of heftruck op het werk?
Stuur een korte beschrijving met foto’s van de machine. Het eerste gesprek is kosteloos. Bespreek uw zaak of bel 035 203 11 62.
Wat de wet van de werkgever verlangt bij machines
Een hand in een pers, een vinger in een zaag, bekneld tussen een heftruck en een stelling, een arm gegrepen door een rol. Ongevallen met machines zijn zelden klein en leiden vaak tot amputaties, breuken en blijvende beperkingen. De vraag die daarna komt, is of de werkgever aansprakelijk is. Het antwoord is in vrijwel alle gevallen ja, en dit stuk legt uit waarom, wat de werkgever moet bewijzen en welke verweren u kunt verwachten.
Het Arbobesluit werkt de zorgplicht voor arbeidsmiddelen in hoofdstuk 7 gedetailleerd uit. Een machine moet geschikt zijn voor het werk waarvoor zij wordt gebruikt, zo zijn ingericht dat bewegende delen zijn afgeschermd, voorzien zijn van een duidelijk herkenbare noodstop, regelmatig worden gekeurd en onderhouden, en alleen worden bediend door wie daarvoor is opgeleid en geïnstrueerd. Een machine die na 1995 op de markt is gebracht, moet CE-gemarkeerd zijn en voldoen aan de Machinerichtlijn (die vanaf 20 januari 2027 wordt vervangen door de Machineverordening (EU) 2023/1230), wat onder meer betekent dat de fabrikant de beveiligingen heeft aangebracht die de werkgever niet mag verwijderen of overbruggen.
In de praktijk gaat het bij machineongevallen bijna altijd om één van vier tekortkomingen: een beveiliging die is verwijderd of omzeild om sneller te kunnen werken, een instructie die niet of alleen op papier is gegeven, toezicht dat ontbrak zodat een onveilige werkwijze ingesleten kon raken, of onderhoud dat is uitgesteld. Elk daarvan is een schending van de zorgplicht.
Waarschuwen is niet genoeg
De Hoge Raad heeft in het arrest Bayar/Wijnen (HR 11 november 2005, ECLI:NL:HR:2005:AU3313) de norm scherp gesteld. Een werknemer raakte zijn vingers kwijt in een buigmachine waarvan de beweging met de handen kon worden bereikt. De werkgever voerde aan dat hij had gewaarschuwd en dat de werknemer ervaren was. De Hoge Raad oordeelde dat een werkgever bij een machine met een aanzienlijk gevaar niet mag volstaan met waarschuwen of instrueren als een fysieke beveiliging mogelijk was, en dat hij er rekening mee moet houden dat ook een ervaren werknemer door de dagelijkse routine onvoorzichtig wordt. Die twee regels keren sindsdien in vrijwel elke machinezaak terug: eerst afschermen, dan pas instrueren, en ervaring is geen excuus.
De verweren van werkgever en verzekeraar
Het eerste verweer is dat de werknemer de beveiliging zelf heeft weggehaald of de machine verkeerd heeft bediend. Dat verweer slaagt zelden. De werkgever moet dan bewijzen dat de beveiliging aanwezig en werkend was, dat hij erop toezag dat zij werd gebruikt en dat hij een cultuur van omzeilen niet heeft laten bestaan. Een beveiliging die al maanden was omzeild zonder dat een leidinggevende ingreep, is een tekortkoming van de werkgever, niet van de werknemer.
Het tweede verweer is dat de werknemer ervaren was en „wist hoe het moest”. Sinds Bayar/Wijnen is dat argument uitgeput: de zorgplicht bestaat juist om de ervaren werknemer tegen zijn routine te beschermen.
Het derde verweer is bewuste roekeloosheid. Daarvoor is nodig dat de werknemer zich vlak voor het ongeval daadwerkelijk bewust was van het roekeloze karakter van zijn handelen. Een werknemer die in de haast met de hand een blokkade uit een draaiende machine haalt, handelt onvoorzichtig maar niet bewust roekeloos. De rechter neemt dit verweer bij machineongevallen praktisch nooit aan. En anders dan bij een verkeersongeval wordt de schade bij een arbeidsongeval niet verdeeld: de werkgever is volledig aansprakelijk of niet.
Heftrucks en ander rijdend materieel
Voor heftrucks, reachtrucks en ander intern transport gelden aanvullende regels: alleen bediening door wie is opgeleid en aantoonbaar geïnstrueerd, gescheiden rijroutes en looproutes, snelheidsbeperking, en keuring van het voertuig. Ongevallen met heftrucks treffen vaak niet de bestuurder maar een collega die wordt aangereden of bekneld. Ook dan is de werkgever aansprakelijk, omdat hij de werkvloer zo moet inrichten dat voetgangers en voertuigen elkaar niet in de weg zitten. Bij ongevallen op de openbare weg met bedrijfsvoertuigen komt daar de verzekeringsplicht van de werkgever bij die de Hoge Raad in het Maatzorg-arrest heeft aangenomen.
Wat u nu moet doen
Bij een machineongeval is het bewijs kwetsbaar, omdat de machine direct wordt stilgezet, gerepareerd of van een nieuwe beveiliging voorzien. Laat daarom zo snel mogelijk foto's maken van de machine in de toestand van het ongeval, inclusief de plek waar een beveiliging had moeten zitten, en vraag het typeplaatje en het keuringsrapport op. Meld het ongeval schriftelijk en controleer of het bij de Nederlandse Arbeidsinspectie is gemeld; bij ziekenhuisopname of blijvend letsel is dat verplicht en de inspectie onderzoekt machineongevallen doorgaans ter plaatse. Laat het letsel dezelfde dag vastleggen door een arts. De verdere stappen staan in een arbeidsongeval overkomen: wat moet u nu doen; wat u wel en niet hoeft te bewijzen in de bewijslast bij een arbeidsongeval.
Welke schade u kunt verhalen
Machineongevallen leiden vaak tot blijvend letsel, en dan gaat het om meer dan medische kosten en smartengeld. Wie zijn vak niet meer kan uitoefenen, heeft recht op vergoeding van het verschil tussen wat hij zonder ongeval zou hebben verdiend en wat hij nu nog kan verdienen, tot aan zijn pensioen, plus de gemiste pensioenopbouw. Daar komen huishoudelijke hulp, verlies aan zelfwerkzaamheid, aanpassingen en de kosten van medische en juridische bijstand bij. Hoe die schade wordt berekend, leest u in hoe berekent u uw schade.
Wat wij voor u doen
Bij een machineongeval wordt de zaak beslist door de staat van de machine, de instructie en het toezicht. Wij beoordelen dat, stellen uw werkgever aansprakelijk en voeren de discussie met zijn verzekeraar.
Wat het u kost
Het eerste gesprek is kosteloos en bij erkende aansprakelijkheid betaalt de verzekeraar van uw werkgever onze kosten. Welke afspraak wij maken zolang de aansprakelijkheid nog in geschil is, leest u op de pagina kosten.
Neem contact op
Stuur een korte beschrijving van het ongeval, met foto's van de machine als u die heeft, naar info@vittorialaw.nl, of bel 035 – 203 11 62. U hoort binnen één werkdag of uw werkgever aansprakelijk is en wat de eerste stap is. Meer over uw rechten leest u op de pagina arbeidsongeval en werkgeversaansprakelijkheid. Bespreek uw zaak
Veelgestelde vragen
Ik heb de beveiliging zelf weggehaald om sneller te kunnen werken. Ben ik dan mijn recht kwijt?
Meestal niet. De werkgever moet bewijzen dat hij toezicht hield en dat de beveiliging niet structureel werd omzeild. Bovendien is het weghalen van een beveiliging in de dagelijkse haast geen bewuste roekeloosheid in de zin van de wet.
De machine was gekeurd en CE-gemarkeerd. Kan de werkgever dan nog aansprakelijk zijn?
Ja. Keuring en CE-markering zeggen iets over de machine, niet over de instructie, het toezicht en de manier waarop er in dit bedrijf mee werd gewerkt. Bovendien kan de zorgplicht verder gaan dan de wettelijke minimumnormen.
Kan ik ook de fabrikant van de machine aanspreken?
Als het ongeval door een ontwerp- of productiefout is veroorzaakt, is de fabrikant aansprakelijk op grond van de productaansprakelijkheid. In de praktijk is de werkgever de eerste en eenvoudigste partij, omdat hij de bewijslast draagt; hij kan zich vervolgens zelf op de fabrikant verhalen.
Ik werkte via een uitzendbureau. Wie is aansprakelijk?
Zowel het uitzendbureau als de inlener bij wie u aan de machine werkte. Zij zijn hoofdelijk aansprakelijk; spreek beide aan. Lees meer in geldt de bescherming ook voor zzp'ers, uitzendkrachten en vrijwilligers.
Verwante onderwerpen
Uw zaak laten beoordelen?
Heeft u schade geleden of bent u verwikkeld in een geschil over aansprakelijkheid, schade of bewijs?
Vittoria Law beoordeelt uw juridische positie, brengt de belangrijkste risico’s in kaart en denkt mee over de meest effectieve vervolgstap.




