Schadevergoeding voor nabestaanden
In het kort. Wie een dierbare verliest door een ongeval, een medische fout of een misdrijf, heeft een eigen vordering op de aansprakelijke partij. Die staat los van de nalatenschap: u vordert niet namens de overledene, maar voor uzelf. De wet kent drie posten — de kosten van de uitvaart, het gederfde levensonderhoud en een vast bedrag aan affectieschade — en daarnaast bestaat de zelfstandige vordering wegens schokschade. Wie mag vorderen is limitatief geregeld in artikel 6:108 BW, en dat is een beperkte kring.
Verloor u een dierbare door toedoen van een ander?
Leg uw zaak kosteloos voor. U spreekt een advocaat, geen intakeformulier. Bel 035 – 203 11 62 of mail info@vittorialaw.nl. Bespreek uw zaak
Wie kan vorderen
De overledene kan zelf niets meer vorderen; wat overblijft is een zelfstandig recht van een beperkt aantal nabestaanden. Voor het gederfde levensonderhoud noemt artikel 6:108 lid 1 BW vier groepen: de niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot, de geregistreerde partner en de minderjarige kinderen; andere bloed- en aanverwanten voor wie de overledene daadwerkelijk in het levensonderhoud voorzag of daartoe krachtens rechterlijke uitspraak verplicht was; degenen die met de overledene in gezinsverband samenwoonden en grotendeels van hem afhankelijk waren; en degene die met de overledene samenwoonde en voor wie na het overlijden op andere wijze in de huishouding moet worden voorzien.
Die kring is niet ruim. Broers en zussen vallen er niet onder, en volwassen kinderen die zelf in hun onderhoud voorzien evenmin. Wie er wel in valt maar geen financiële afhankelijkheid kan aantonen, houdt langs deze weg niets over — al kan hij vaak wél affectieschade vorderen, want daarvoor geldt een eigen, ruimere kring.
De kosten van de uitvaart
Artikel 6:108 lid 2 BW verplicht de aansprakelijke partij tot vergoeding van de kosten van lijkbezorging aan degene te wiens laste die zijn gekomen, voor zover zij in overeenstemming zijn met de omstandigheden van de overledene. Daaronder vallen de uitvaart zelf, het grafrecht of de crematie, de rouwkaarten, de bloemen en de condoleance. De maatstaf is wat bij de overledene paste, niet wat de goedkoopste variant zou hebben gekost. Bewaar de nota's; deze post wordt in de praktijk zelden betwist en is vaak de eerste die kan worden uitbetaald.
Gederfd levensonderhoud
Dit is in vrijwel elk overlijdensdossier de zwaarste post, en de bewerkelijkste. Uitgangspunt is het gezinsinkomen zoals dat zich zonder het overlijden zou hebben ontwikkeld, verminderd met het aandeel dat de overledene zelf zou hebben verbruikt, en afgezet tegen het inkomen dat de nabestaanden nu werkelijk hebben, inclusief nabestaandenpensioen en uitkeringen, die in beginsel in mindering strekken.
Het gaat verder dan gemist salaris. Een gezin zonder een van de ouders maakt andere kosten: kinderopvang, huishoudelijke hulp, klussen die voorheen zelf werden gedaan. Ook de zorg en de huishoudelijke taken die de overledene op zich nam, zijn een zelfstandige post. Bij een jong gezin loopt de berekening over decennia en daarmee al snel in de honderdduizenden euro's; het verschil tussen een zorgvuldige en een oppervlakkige begroting is navenant groot. De methodiek volgt in grote lijnen die van het verlies van arbeidsvermogen, en de rekensom vraagt vrijwel altijd om een rekenkundig rapport. Hoe zo'n begroting wordt opgebouwd, staat apart uitgewerkt.
Bij de vraag hoe het inkomen zich zou hebben ontwikkeld, stelt de Hoge Raad aan de nabestaande geen strenge eisen: het is immers de aansprakelijke partij die de mogelijkheid heeft ontnomen daarover zekerheid te krijgen. Goede en kwade kansen moeten worden afgewogen en redelijke verwachtingen tellen mee.
Affectieschade: vaste bedragen, vaste kring
Sinds 1 januari 2019 kent het Nederlandse recht een vergoeding voor het verdriet zelf. Artikel 6:108 lid 3 BW geeft nabestaanden recht op een vast bedrag; lid 4 somt op wie dat zijn: de echtgenoot of geregistreerde partner, de levensgezel met wie duurzaam een gemeenschappelijke huishouding werd gevoerd, ouders en kinderen, degene die duurzaam in gezinsverband voor de overledene zorgde of door hem werd verzorgd, en tot slot degene die in een zodanig nauwe persoonlijke relatie tot de overledene stond dat redelijkheid en billijkheid meebrengen dat hij als naaste geldt. Voor naasten van iemand die ernstig en blijvend gewond raakt maar in leven blijft, geldt dezelfde regeling via artikel 6:107 lid 1 onder b en lid 2 BW.
De bedragen staan in het Besluit vergoeding affectieschade, liggen tussen 12.500 en 20.000 euro en zijn sinds 2019 niet geïndexeerd. Welk bedrag voor u geldt, hangt af van uw relatie tot de overledene en van de vraag of een misdrijf de oorzaak was.
Drie beperkingen verdienen vermelding. De gebeurtenis moet op of na 1 januari 2019 hebben plaatsgevonden. Eigen schuld van het slachtoffer werkt door: is hij zelf deels verantwoordelijk, dan wordt de vergoeding naar evenredigheid verminderd. En broers en zussen staan niet in de opsomming; zij zijn aangewezen op de restcategorie, en dat is een hoge drempel die concrete onderbouwing vraagt. Een wetsvoorstel dat broers en zussen aan de vaste kring toevoegt en de bedragen met ongeveer 12,5 procent verhoogt, tot minimaal 14.000 en maximaal 22.500 euro, ging op 24 november 2025 in consultatie; de Raad van State bracht er op 26 augustus 2026 een kritisch advies over uit. Wet is het nog niet; tot die tijd gelden de bedragen hierboven. Wat affectieschade precies is en hoe zij wordt gevorderd, leest u in het stuk over affectieschade.
Schokschade (shockschade) is iets anders
Naast affectieschade bestaat de vordering wegens schokschade, in oudere stukken ook shockschade genoemd. Die staat op eigen benen: zij vergoedt niet het verdriet om het verlies, maar het geestelijk letsel dat u zelf oploopt doordat u met het gebeurde of met de gevolgen ervan werd geconfronteerd. Zij is niet genormeerd en kan aanzienlijk hoger uitvallen dan het forfait.
De Hoge Raad heeft die vordering in het Hoogeveen-arrest van 28 juni 2022 gepreciseerd. Van harde voorwaarden is geen sprake meer; de rechter beoordeelt aan de hand van gezichtspunten in onderling verband of jegens u onrechtmatig is gehandeld. Daarbij tellen de aard, de toedracht en de gevolgen van het feit, de wijze waarop u ermee werd geconfronteerd — en dat mag ook een latere confrontatie zijn — en de relatie tot het slachtoffer, waarbij geldt dat bij het ontbreken van een nauwe relatie niet snel onrechtmatigheid wordt aangenomen. Geen van die gezichtspunten is op voorhand doorslaggevend. Wat wel voorwaarde blijft, is dat het geestelijk letsel naar objectieve maatstaven wordt vastgesteld; in de regel betekent dat een in de psychiatrie erkend ziektebeeld, onderbouwd met een verklaring van een behandelaar.
Wat dat betekent, laat de rechtspraak sindsdien zien. Bij partners, ouders, kinderen, broers en zussen wordt een voldoende hechte relatie doorgaans zonder veel discussie aangenomen, en bij pleeg-, stief- en halfverwanten geregeld ook; bij grootouders, ooms of schoonfamilie wisselt het beeld. Het ontbreken van een nauwe relatie is bovendien niet altijd fataal. In een reeks zaken is schokschade toegewezen aan iemand zonder zo’n band, telkens na een directe confrontatie met een zeer ernstig geweldsdelict of verkeersongeval, soms waar de betrokkene zelf werd geraakt of eerste hulp verleende. Niet iedere rechter past het nieuwe kader overigens even consequent toe: sommigen behandelen de confrontatie nog altijd als harde voorwaarde. Hoe de zaak wordt ingestoken, bepaalt daarom mede de uitkomst.
Overlijden door een misdrijf
Is de dood het gevolg van een strafbaar feit, dan loopt uw vordering langs twee sporen. Artikel 51f lid 2 Sv laat de erfgenamen toe voor de vordering die zij onder algemene titel verkrijgen, en de nabestaanden van artikel 6:108 lid 1 tot en met 4 BW voor hun eigen vorderingen. U kunt zich dus voegen als benadeelde partij voor de uitvaartkosten, het gederfde levensonderhoud en de affectieschade tegelijk.
Wie in het strafproces als nabestaande geldt, is ruimer omschreven dan wie civielrechtelijk kan vorderen. Artikel 51a Sv merkt de familieleden aan van iemand wiens overlijden rechtstreeks door een strafbaar feit is veroorzaakt, en verstaat daaronder de echtgenoot, de geregistreerde partner of andere levensgezel, de bloedverwanten in rechte lijn, de bloedverwanten in de zijlijn tot en met de vierde graad en degenen die van het slachtoffer afhankelijk waren. Een broer of zus heeft dus wel degelijk rechten in de strafzaak — op informatie over het verloop, op inzage in het dossier, op bijstand en op spreekrecht — ook al kent artikel 6:108 BW hem geen eigen schadevordering toe. Die twee kringen lopen niet gelijk, en dat wordt in de praktijk geregeld door elkaar gehaald.
Dat heeft een aanzienlijk voordeel. Wijst de strafrechter toe en legt hij daarbij de schadevergoedingsmaatregel op, dan int het Centraal Justitieel Incassobureau, en betaalt de veroordeelde acht maanden na het onherroepelijke vonnis niet, dan keert de Staat het openstaande bedrag uit. Bij doodslag en moord geldt daarbij geen maximum. Daar staat tegenover dat de vordering geen onevenredige belasting van het strafgeding mag opleveren; een omvangrijke berekening van gederfd levensonderhoud loopt dat risico. Vaak is een gesplitste aanpak dan verstandiger: het forfaitaire deel in de strafzaak, het rekenkundige deel civiel of rechtstreeks tegen de verzekeraar.
Blijft de dader onbekend of biedt hij geen verhaal, dan is het Schadefonds Geweldsmisdrijven een zelfstandige route: nabestaanden ontvangen daar een vast bedrag van 5.000 euro, dat kan worden aangevuld met uitvaartkosten en met de schade door het wegvallen van het inkomen van de overledene. Uw overige positie in de strafzaak — spreekrecht, inzage in het dossier, informatie over de verdachte — staat beschreven bij uw rechten als nabestaande in een strafzaak.
Overlijden door een verkeersongeval
Bij een dodelijk verkeersongeval richt u de vordering tot de WAM-verzekeraar van het motorrijtuig van de aansprakelijke bestuurder; tegenover die verzekeraar heeft u een eigen, rechtstreeks vorderingsrecht. Was de overledene voetganger of fietser, dan is de eigenaar of houder van het motorrijtuig op grond van artikel 185 WVW in beginsel aansprakelijk; zie verkeersongevallen tussen gemotoriseerde en ongemotoriseerde verkeersdeelnemers. Is de bestuurder onbekend, doorgereden of onverzekerd, dan neemt het Waarborgfonds Motorverkeer die rol over. Wat er verder bij een aanrijding komt kijken, leest u bij letselschade na een verkeersongeval.
Waarom tempo telt
Een vordering tot schadevergoeding verjaart in beginsel vijf jaar nadat u bekend bent geworden met de schade en met de aansprakelijke partij; bij een misdrijf kan een langere termijn gelden. Wacht niet tot de strafzaak is afgerond: stel de aansprakelijke partij schriftelijk aansprakelijk en stuit de verjaring tijdig. Daar komt een praktische reden bij. Het bewijs van inkomen, gezinssituatie en taakverdeling is naarmate de tijd verstrijkt moeilijker rond te krijgen, en juist die gegevens dragen de grootste post van uw vordering.
Wat het u kost
Staat de aansprakelijkheid vast of is zij aannemelijk, dan komen de redelijke kosten van rechtsbijstand op grond van artikel 6:96 lid 2 BW voor rekening van de aansprakelijke partij; u betaalt dan zelf niets. Is de dood het gevolg van een geweldsmisdrijf, dan verstrekt de Raad voor Rechtsbijstand daarnaast een toevoeging op grond van artikel 44, vierde lid, van de Wet op de rechtsbijstand: geen inkomenstoets, geen eigen bijdrage. De bijstand van een slachtofferadvocaat kost u in die zaken dus niets.
Wat wij voor u doen
Wij brengen in kaart wie in uw gezin wat kan vorderen, stellen de aansprakelijke partij aansprakelijk en stuiten de verjaring, laten waar nodig de berekening van het gederfde levensonderhoud opstellen en toetsen die aan de uitgangspunten van de verzekeraar. Bij een misdrijf voegen wij u tijdig in de strafzaak, splitsen wij de vordering waar dat de kans op toewijzing vergroot, en bewaken wij de termijn waarop de Staat moet voorschieten. Het kantoor komt voort uit de schadepraktijk van verzekeraars; wij kennen de rekenmodellen en de bezwaren van de andere kant van de tafel.
Neem contact op
U hoeft nog niet te weten wat u wilt. Een eerste gesprek is kosteloos en verplicht u tot niets; wij zeggen u eerlijk wat in uw geval te vorderen valt en langs welke weg. Telefoon 035 - 203 11 62 of e-mail info@vittorialaw.nl. U hoort binnen één werkdag van ons.
Veelgestelde vragen
Kan ik als broer of zus affectieschade vorderen?
Nu alleen via de restcategorie van de nauwe persoonlijke relatie, en dat vraagt concrete onderbouwing; een wetsvoorstel dat dit verruimt is in consultatie geweest. Lees verder.
Wat als de dader zelf ook overlijdt?
De verplichting tot schadevergoeding gaat in beginsel over op de nalatenschap; wat dat praktisch betekent staat apart uitgewerkt. Lees verder.
Welke rechten heb ik als nabestaande in de strafzaak?
Naast de schadevordering heeft u spreekrecht, recht op inzage in het dossier en recht op informatie over de voortgang. Lees verder.
Wat is het verschil tussen affectieschade en schokschade?
Affectieschade vergoedt het verdriet om het verlies met een vast bedrag; schokschade vergoedt uw eigen, medisch vastgestelde geestelijk letsel. Lees verder.
Krijg ik iets als de dader onbekend blijft?
Ja, het Schadefonds Geweldsmisdrijven keert uit zonder dat een dader hoeft te zijn gevonden of veroordeeld. Lees verder.
Hoe dien ik mijn vordering in de strafzaak in?
Met het voegingsformulier bij het Openbaar Ministerie, met bewijsstukken, ruim voor de zitting. Lees verder.
Hoe wordt het gederfde levensonderhoud berekend?
Aan de hand van het gezinsinkomen zonder het overlijden, minus het eigen verbruik van de overledene, afgezet tegen de huidige situatie. Lees verder.