Schadevergoeding voor nabestaanden
De wet bepaalt wie mag vorderen, en dat is een beperkte kring
Wanneer iemand overlijdt door een ongeval, een medische fout of een misdrijf, geldt een ander regime dan bij letsel. De overledene kan zelf niets meer vorderen; wat overblijft is een zelfstandig recht van een beperkt aantal nabestaanden, en dat recht is limitatief omschreven in artikel 6:108 BW.
Twee categorieën komen in aanmerking. De eerste is die van de kosten van lijkbezorging: uitvaart, grafrecht, rouwkaarten en aanverwante uitgaven, te vorderen door degene die ze daadwerkelijk heeft gedragen. De tweede — en in omvang veruit de belangrijkste — is het gederfde levensonderhoud. Wie financieel afhankelijk was van de overledene, kan vergoeding vorderen van wat hij daardoor mist.
Die kring is niet ruim. Het gaat om de echtgenoot of geregistreerd partner, minderjarige kinderen, andere bloed- en aanverwanten voor zover de overledene in hun levensonderhoud voorzag, en degenen die met de overledene in gezinsverband samenwoonden. Broers, zussen en volwassen kinderen die zelf in hun onderhoud voorzien, vallen er in beginsel buiten. Wij zetten de reikwijdte uiteen in welke schade kan worden vergoed als iemand overlijdt en kan ik als nabestaande ook schadevergoeding krijgen.
Gederfd levensonderhoud is een rekensom over decennia
De berekening van het gederfde levensonderhoud is de kern van vrijwel elk overlijdensdossier, en zij is bewerkelijk. Uitgangspunt is het gezinsinkomen zoals dat zich zonder het overlijden zou hebben ontwikkeld, verminderd met het aandeel dat de overledene zelf zou hebben verbruikt, en vervolgens afgezet tegen het inkomen dat de nabestaanden nu daadwerkelijk hebben — inclusief nabestaandenpensioen, uitkeringen en verzekeringspenningen, die in beginsel in mindering strekken.
Daarbij komt dat een gezin zonder één van de ouders andere kosten maakt: kinderopvang, huishoudelijke hulp, klussen die voorheen zelf werden gedaan. Ook die posten tellen mee. Voor het jonge gezin met een lange looptijd loopt de vordering al snel in de honderdduizenden euro's, en het verschil tussen een zorgvuldige en een oppervlakkige begroting is navenant groot.
De methodiek volgt in grote lijnen die van het verlies van arbeidsvermogen. Wat daarbij telkens terugkeert, is de vraag welke ontwikkeling het inkomen zou hebben doorgemaakt. De Hoge Raad stelt aan de benadeelde in dat verband geen strenge eisen: het is immers de aansprakelijke partij die de mogelijkheid heeft ontnomen daarover zekerheid te verkrijgen. Goede en kwade kansen moeten worden afgewogen, en redelijke verwachtingen tellen mee. Zie ook hoe bereken je schade.
Affectieschade en shockschade zijn twee verschillende dingen
Sinds 1 januari 2019 kent het Nederlandse recht een vergoeding voor affectieschade: een vast bedrag, tussen de 12.500 en 20.000 euro, voor het verdriet van naasten en nabestaanden. Het is een genormeerd bedrag, geen begroting van het werkelijke leed, en de kring van gerechtigden is opnieuw wettelijk afgebakend. Wij lichten dat toe in wat is affectieschade.
Shockschade is iets anders en gaat verder. Wie door de directe confrontatie met het ongeval of met de gevolgen daarvan zelf geestelijk letsel oploopt — een in de psychiatrie erkend ziektebeeld — heeft een eigen vordering, die niet is genormeerd en aanzienlijk hoger kan uitvallen. De Hoge Raad heeft de eisen daarvoor in het Hoogeveen-arrest van 2022 merkbaar versoepeld: de confrontatie hoeft niet meer rechtstreeks te zijn geweest, en het vereiste van een nauwe affectieve relatie is losgelaten als zelfstandige voorwaarde. Dat maakt de vordering voor veel nabestaanden reëler dan zij was. Zie shockschade en affectieschade, wanneer heeft u recht waarop en shockschade na het Hoogeveen-arrest.
Overlijden door een misdrijf: twee sporen tegelijk
Is de dood het gevolg van een strafbaar feit, dan loopt uw vordering langs twee wegen. U kunt zich als benadeelde partij voegen in het strafproces en daar schadevergoeding vorderen, en u heeft daarnaast eigen rechten in die procedure — spreekrecht, inzage in het dossier, informatie over de voortgang.
De voeging heeft een aanzienlijk voordeel. Wijst de strafrechter de vordering toe en legt hij daarbij de schadevergoedingsmaatregel op, dan int het CJIB en keert de Staat na acht maanden uit, ook als de dader niet betaalt. U bent dan niet afhankelijk van diens vermogen. Daar staat tegenover dat de vordering niet een onevenredige belasting van het strafgeding mag vormen; een complexe berekening van gederfd levensonderhoud kan om die reden niet-ontvankelijk worden verklaard, waarna de civiele weg openblijft. Welke route wanneer verstandig is, hangt af van de omvang en de bewijsbaarheid van uw schade. Zie slachtofferrecht en uw rechten als nabestaande in een strafzaak.
Blijft de dader onbekend of onvermogend, dan is het Schadefonds Geweldsmisdrijven een zelfstandige route. Overlijdt de dader zelf, dan gaat de verplichting in beginsel over op diens nalatenschap; zie wat gebeurt er met uw schadeclaim als de dader overlijdt.
Wat het u kost
Staat de aansprakelijkheid vast of is die aannemelijk, dan komen de redelijke kosten van rechtsbijstand op grond van artikel 6:96 lid 2 BW voor rekening van de aansprakelijke partij. In strafzaken geldt bovendien dat de bijstand van een slachtofferadvocaat bij ernstige misdrijven kosteloos is. Meer daarover onder kosten en rechtsbijstandverzekering.
Leg uw zaak voor
Een overlijdensdossier vraagt om zorgvuldigheid en om tempo tegelijk: de vordering verjaart, en het bewijs van inkomen en gezinssituatie is naarmate de tijd verstrijkt moeilijker rond te krijgen. Wij beoordelen kosteloos wat in uw geval kan worden gevorderd en langs welke weg. Neem contact op.
