Hoeveel vergoeding krijgt u voor huishoudelijke hulp na een ongeval?
In het kort. Kunt u door letsel het huishouden niet meer doen en nemen uw partner, uw kinderen of uw familie dat over, dan is dat schade, ook al wordt er niemand voor betaald. De Letselschade Richtlijn Huishoudelijke Hulp zet daar vaste weekbedragen tegenover: sinds 1 januari 2026 loopt dat van € 93 voor een alleenstaande met een lichte beperking tot € 462 voor een gezin met een kind jonger dan vijf jaar bij zware beperking. Die normbedragen gelden voor de eerste drie maanden; daarna geldt drie maanden lang een uurtarief van € 13,00 en na een half jaar betaalt de verzekeraar een redelijke vergoeding. De richtlijn is een aanbeveling en geen wet: wie aantoonbaar meer hulp nodig heeft, is er niet aan gebonden. Het eerste gesprek waarin wij uw situatie doornemen is kosteloos, en staat de aansprakelijkheid van de tegenpartij vast, dan komen onze kosten voor rekening van die partij.
Biedt de verzekeraar u het normbedrag aan terwijl u veel meer hulp nodig heeft?
Leg uw zaak kosteloos voor. U spreekt een advocaat, geen intakeformulier. Bel 035 – 203 11 62 of mail info@vittorialaw.nl.
Bespreek uw zaakHulp van uw eigen gezin is ook schade
De gedachte dat er alleen schade is wanneer u een factuur kunt overleggen, is onjuist en kost benadeelden veel geld. Wanneer uw partner na uw ongeval het koken, de boodschappen, het schoonmaken en de verzorging van de kinderen overneemt, is dat werk dat u vóór het ongeval zelf deed en dat nu door een ander wordt verricht. De Hoge Raad heeft aanvaard dat de kosten daarvan voor vergoeding in aanmerking komen, ook als die hulp binnen het gezin wordt verleend en niemand er iets voor in rekening brengt. De maatstaf is of het inschakelen van professionele hulp voor die werkzaamheden normaal en gebruikelijk zou zijn geweest.
Daar staat een grens tegenover die in de praktijk vaak wordt aangevoerd. Van gezinsleden mag een zeker aandeel worden verwacht — hulp bij het koken of de zwaardere weekendboodschappen — en dat aandeel telt niet mee. Juist omdat die grens moeilijk te trekken is, bestaat de richtlijn: zij vervangt een discussie over ieder uur door een bedrag per week.
Wat de richtlijn u per week oplevert
De richtlijn onderscheidt vier huishoudens en twee gradaties van beperking. Voor een alleenstaande geldt € 93 per week bij een lichte tot matige beperking en € 185 bij een zware beperking. Voor een tweepersoonshuishouden is dat € 123 en € 245. Voor een gezin met een inwonend kind jonger dan vijf jaar geldt € 231 en € 462, en voor een gezin met kinderen van vijf jaar of ouder € 200 en € 399. Zijn er kinderen van verschillende leeftijden, dan is de leeftijd van het jongste kind bepalend, en een eenoudergezin valt onder de categorie gezin.
Dat weekbedrag is niet wat u krijgt. Het wordt vermenigvuldigd met het aandeel dat u vóór het ongeval in het huishouden had, uitgedrukt in nul, vijfentwintig, vijftig, vijfenzeventig of honderd procent. Wie het huishouden grotendeels deed en zwaar beperkt raakt, komt dus dicht bij het volle bedrag; wie er nauwelijks een aandeel in had, heeft op deze post geen schade. De mate van beperking wordt door u en de verzekeraar samen vastgesteld, zo nodig met het oordeel van een medisch adviseur erbij, en die mate kan tijdens de looptijd veranderen — kort na het ongeval is zij doorgaans het grootst, maar een operatie kan haar later opnieuw doen toenemen.
Drie maanden, zes maanden, en daarna
De normbedragen gelden gedurende drie maanden na het ongeval. Daarna volgt een beoordelingsmoment: is er nog steeds mantelzorg nodig, of is professionele hulp inmiddels wenselijk? Wordt de hulp door familie voortgezet, dan geldt voor de volgende drie maanden een uurtarief van € 13,00, waarbij het partijen vrijstaat in onderling overleg de weekbedragen ook in die periode aan te houden. Zes maanden na het ongeval houdt de richtlijn op en betaalt de verzekeraar een redelijke vergoeding, wat in de praktijk betekent dat de behoefte concreet wordt begroot, vaak met een arbeidsdeskundige erbij.
Die laatste zin is voor zwaarder letsel de belangrijkste van de hele pagina. De richtlijn is uitdrukkelijk bedoeld voor de eerste zes maanden en voor betrekkelijk licht letsel dat binnen die termijn is afgewikkeld. Wie blijvend hulp nodig heeft, moet niet in de richtlijn blijven hangen maar de schade laten berekenen.
Waarom het normbedrag vaak te laag uitvalt
De richtlijn is een particulier initiatief van De Letselschade Raad en bindt u niet. Bij het bepalen van het aantal uren is aangesloten bij het GITHA-systeem, dat de taken in een huishouden inventariseert, maar vervolgens is voor alle huishoudens behalve de alleenstaande bewust met tweederde van die uren gerekend, omdat een deel van de hulp binnen het gezin als gebruikelijk wordt gezien. Wie meer schade heeft dan het normbedrag weerspiegelt, mag die schade concreet aantonen. Ook wanneer de woning, de gezinssamenstelling of uw positie in het huishouden bijzonder is — een gehandicapte partner, een kind dat zelf zorg nodig heeft — schrijft de richtlijn zelf voor dat de schade concreet moet worden vastgesteld.
Twee dingen vallen bovendien buiten de richtlijn en worden daarom vergeten. Verzorgende en verplegende taken vallen er niet onder; die horen bij zelfredzaamheid en worden afzonderlijk begroot. En de kosten van professionele kinderopvang vallen er evenmin onder, ook al gaat het om de opvang van uw eigen kinderen.
Hoe u deze post hard maakt
De discussie met een verzekeraar gaat zelden over het normbedrag zelf en bijna altijd over de twee factoren waarmee het wordt vermenigvuldigd: uw aandeel vóór het ongeval en de mate van beperking. Het loont om beide vroeg vast te leggen. Een korte beschrijving van wie welke taken deed, opgesteld in de eerste weken en zo nodig bevestigd door uw partner of huisgenoot, weegt zwaarder dan een reconstructie twee jaar later. Voor de beperking geldt hetzelfde: laat de huisarts of de behandelaar vastleggen wat u niet kunt, niet alleen wat u mankeert.
Hoe deze post zich verhoudt tot de andere kosten na een ongeval en hoe de schade als geheel wordt begroot, staat op schadevergoeding bij letselschade en op schade berekenen. Blijft het causaal verband tussen ongeval en beperking omstreden, dan is dat een eigen discussie; die beschrijven wij op causaal verband en bewijs.
Naast deze post spelen er doorgaans meer. Voor het onderhoud aan huis en tuin geldt een eigen richtlijn met eigen bedragen; die staat op verlies van zelfwerkzaamheid. Valt ook uw inkomen weg, dan is dat verlies van arbeidsvermogen, de grootste post van de meeste dossiers. En de kleine bedragen die u meteen al maakt — ziekenhuisdagen en ritten naar de behandelaar — staan op vaste vergoedingen na een ongeval.
Wat wij voor u doen
Wij stellen vast welk aandeel u in het huishouden had en welke beperking daartegenover staat, leggen dat tijdig vast, en bewaken de overgang van het normbedrag naar een concrete begroting zodra duidelijk is dat de hulp langer nodig blijft dan een half jaar. U spreekt daarbij de advocaat die uw dossier ook zelf voert.
Wat het u kost
Het eerste gesprek is kosteloos en vrijblijvend. Staat de aansprakelijkheid van de tegenpartij vast of is zij voldoende aannemelijk, dan komen de redelijke kosten van rechtsbijstand op grond van artikel 6:96 lid 2 BW voor rekening van die partij, inclusief het inschakelen van een deskundige. Is de aansprakelijkheid nog in geschil, dan maken wij vooraf een heldere afspraak; de tarieven staan op kosten.
Neem contact op
Krijgt u een weekbedrag aangeboden terwijl uw huishouden stilligt, of loopt de termijn van zes maanden af zonder dat er iets is geregeld? Bel 035 – 203 11 62 of mail info@vittorialaw.nl; u hoort binnen één werkdag van ons.
Veelgestelde vragen
Mijn partner doet het huishouden en vraagt daar niets voor. Heb ik dan wel schade?
Ja. Bepalend is niet of er is betaald, maar of het normaal en gebruikelijk zou zijn geweest om voor die werkzaamheden hulp in te schakelen. De vergoeding komt aan u toe, ook al verleent uw partner de hulp om niet.
Ben ik gebonden aan het normbedrag?
Nee. De richtlijn is een aanbeveling van De Letselschade Raad zonder bindende kracht. Zij rekent bewust met tweederde van de geïnventariseerde uren; wie aantoonbaar meer hulp nodig heeft, mag de schade concreet begroten.
Wat gebeurt er na zes maanden?
Dan houdt de richtlijn op en betaalt de verzekeraar een redelijke vergoeding. In de praktijk wordt de behoefte dan concreet vastgesteld, vaak met een arbeidsdeskundige. Juist op dat moment lopen aanbod en werkelijke behoefte het verst uiteen.
Valt de verzorging van mijzelf er ook onder?
Nee. Persoonlijke verzorging en algemene dagelijkse levensverrichtingen vallen onder zelfredzaamheid en niet onder deze richtlijn. Ook verplegende taken en professionele kinderopvang vallen erbuiten.
Ik woon alleen. Geldt de richtlijn dan ook?
Ja, met een eigen weekbedrag van € 93 of € 185. Bij een alleenstaande wordt niet met tweederde van de uren gerekend, omdat er geen huisgenoten zijn van wie een aandeel wordt verwacht.
Telt het uitvallen van mijn eigen huishoudelijke werk mee als ik geen inkomen verlies?
Ja. Deze post staat los van uw inkomen en van het verlies aan arbeidsvermogen. Zij kan dus ook spelen wanneer u niet werkt of al met pensioen bent.