Kansschade na een beroepsfout: recente uitspraak over ARAG, verjaring en gemiste proceskansen
Kansschade na beroepsfout advocaat of rechtsbijstandverlener
Wie zoekt op termen als kansschade, beroepsfout advocaat of gemiste proceskans, zoekt meestal geen theorie, maar een antwoord op een concrete vraag. Krijg ik nog schadevergoeding als mijn advocaat of rechtsbijstandverlener een fout heeft gemaakt, maar niet zeker is of ik de oorspronkelijke zaak zou hebben gewonnen? Een recente uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 10 maart 2026 laat goed zien hoe de rechter met die vraag omgaat. In deze zaak had ARAG een vordering van een verzekerde op een derde laten verjaren. Vervolgens moest het hof beoordelen of, en zo ja in welke omvang, ARAG daardoor schadeplichtig was. Het hof kwam niet tot volledige vergoeding van de oorspronkelijke schade, maar paste de leer van de kansschade toe. Dat maakt deze uitspraak bijzonder relevant voor iedereen die te maken heeft met een beroepsfout van een advocaat, jurist of rechtsbijstandverlener.
Kern van de zaak
De zaak draaide oorspronkelijk om een geschil over een gebrekkig aangelegde vloerverwarming. Volgens de verzekerde was de aannemer tekortgeschoten, maar die vordering was verjaard geraakt. Daarop richtte de verzekerde zich tot ARAG, met het verwijt dat deze als juridisch belangenbehartiger een beroepsfout had gemaakt door de claim te laten verjaren. Daarmee ontstond een klassiek probleem dat in veel aansprakelijkheidszaken terugkomt. Er is wel een fout gemaakt, maar de vraag wat zonder die fout zou zijn gebeurd, laat zich achteraf niet meer met zekerheid beantwoorden. Juist in dat spanningsveld komt kansschade in beeld.
Kansschade is aan de orde wanneer niet met zekerheid kan worden vastgesteld dat een benadeelde zonder de fout een bepaald voordeel zou hebben behaald of een bepaald nadeel zou hebben vermeden, maar wel aannemelijk is dat hij een reële kans op een betere uitkomst heeft verloren. De schade bestaat dan niet uit het volledige gemiste voordeel, maar uit de waarde van die verloren kans. Dat betekent dat de rechter de hypothetische uitkomst niet zwart-wit benadert. De rechter vraagt niet alleen of de zaak zeker gewonnen zou zijn, maar ook hoe groot de kans daarop was.
Dat is een wezenlijk onderscheid. In zaken over beroepsaansprakelijkheid wordt door aangesproken partijen vaak aangevoerd dat niet vaststaat dat de cliënt de oorspronkelijke procedure zou hebben gewonnen. Dat verweer is op zichzelf begrijpelijk, maar het betekent niet dat er dan dus geen schade is. Als een fout ertoe heeft geleid dat een serieuze kans op succes verloren is gegaan, dan kan juist die kans voor vergoeding in aanmerking komen. De recente uitspraak bevestigt dat nog eens op duidelijke wijze.
Wat besliste het hof precies?
Het hof had al in eerdere tussenarresten geoordeeld dat de schade van de verzekerde moest worden berekend via de leer van de kansschade, omdat niet concreet kon worden vastgesteld hoe het hoger beroep in de oorspronkelijke procedure tegen de aannemer zou zijn afgelopen als ARAG de vordering niet had laten verjaren. Daarna heeft het hof een deskundige benoemd om te onderzoeken of sprake was van een gebrek in de vloerverwarmingsinstallatie en wat herstel daarvan zou kosten. De deskundige concludeerde dat de installatie inderdaad niet aan de overeenkomst voldeed, dat sprake was van een ontwerpfout en dat de herstelkosten in 2011 ongeveer € 13.255,48 inclusief btw bedroegen. Het hof nam die conclusie over.
Daarmee stond echter nog niet vast dat de verzekerde zonder de fout van ARAG de volledige schade op de aannemer had kunnen verhalen. Er waren immers nog verschillende verweren denkbaar in de oorspronkelijke procedure, waaronder een beroep op finale kwijting en discussie over de precieze proceskansen in hoger beroep. Juist omdat die hypothetische uitkomst niet meer met zekerheid kon worden gereconstrueerd, heeft het hof de goede en kwade kansen gewogen. Uiteindelijk schatte het hof de kans dat het hoger beroep van de verzekerde gunstiger zou zijn afgelopen op 40%. Dat leidde tot een schadevergoeding van 40% van de vastgestelde schade, dus € 5.302,19, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 1 januari 2011.
Waarom is deze kansschade-uitspraak belangrijk?
De betekenis van deze uitspraak reikt verder dan deze ene zaak. Het hof laat hier zien dat een benadeelde niet met lege handen hoeft te staan wanneer door een beroepsfout onzeker is geworden wat de uitkomst van een eerdere procedure zou zijn geweest. Dat is een belangrijk punt. Juist door de fout van de juridische dienstverlener is immers vaak niet meer exact vast te stellen hoe de zaak zonder die fout zou zijn geëindigd. Het zou onbillijk zijn als die onzekerheid vervolgens volledig ten nadele van de benadeelde werkt.
Dat neemt niet weg dat kansschade ook grenzen kent. De rechter kent niet automatisch de volledige onderliggende vordering toe. De benadeelde moet wel aannemelijk maken dat sprake was van een reële, niet verwaarloosbare kans op een beter resultaat. In deze zaak kwam het hof uit op 40%. Daarmee laat de uitspraak goed zien dat kansschade een tussenweg vormt tussen volledige afwijzing en volledige toewijzing.
Dat is precies de reden waarom deze zaak ook voor de letselschade- en aansprakelijkheidspraktijk relevant is. Denk aan situaties waarin een advocaat een verjaringstermijn laat verlopen, een procedure inhoudelijk verkeerd insteekt, een essentieel verweer nalaat of een kansrijke vordering onvoldoende onderbouwt. In al die gevallen kan de vraag rijzen of de cliënt een kans op een betere uitkomst heeft verloren. Dan is kansschade vaak het juridisch juiste beoordelingskader.
De juridische lijn achter kansschade
Interessant is ook dat het hof in deze uitspraak verwijst naar vaste rechtspraak van de Hoge Raad over schadebegroting en kansschade. Op het slotblad van het arrest verwijst het hof onder meer naar HR 28 maart 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF3067, HR 26 april 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9339, HR 26 september 2025, ECLI:NL:HR:2025:1388 en HR 16 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:53. Daarmee plaatst het hof deze beslissing nadrukkelijk binnen de bestaande lijn dat schade wegens een verloren kans onder omstandigheden voor vergoeding in aanmerking komt en dat aan de stelplicht van de benadeelde in de hypothetische situatie niet te zware eisen mogen worden gesteld, juist omdat de fout hem de mogelijkheid heeft ontnomen om daarover volledige zekerheid te verschaffen.
Dat is juridisch van gewicht. In procedures over beroepsaansprakelijkheid speelt vaak de neiging om de hypothetische situatie te streng te beoordelen. De aangesproken partij zegt dan: bewijs maar dat u de zaak zeker zou hebben gewonnen. Het leerstuk van de kansschade corrigeert die benadering. Het gaat niet om absolute zekerheid, maar om een redelijke waardering van de verloren kans.
Geen volledige schadevergoeding, maar ook geen nihil
Voor de praktijk is misschien wel het belangrijkste inzicht dat kansschade vaak uitkomt op een gedeeltelijke schadevergoeding. Dat voelt voor cliënten soms onbevredigend, omdat zij de fout van hun belangenbehartiger ervaren als de reden waarom zij hun volledige aanspraak niet meer kunnen realiseren. Toch sluit de leer van de kansschade juist aan bij de juridische werkelijkheid. Als de uitkomst van de oorspronkelijke zaak onzeker was, zou volledige vergoeding kunnen leiden tot overcompensatie. Omgekeerd zou afwijzing tot nihil vaak te hard zijn. De rechter zoekt daarom naar een redelijke middenpositie.
Dat is precies wat hier is gebeurd. Het hof stelde vast dat de oorspronkelijke zaak inhoudelijk zeker niet kansloos was. Integendeel, uit het deskundigenbericht volgde dat van een gebrek sprake was en dat schade bestond. Maar tegelijkertijd waren er voldoende onzekerheden om niet uit te gaan van een volledige winstkans. Daarom werd de kans geschat op 40%. Daarmee bevestigt het hof dat kansschade in wezen een vorm van schadebegroting is, toegespitst op een hypothetische procesuitkomst.
Wanneer is sprake van een vergoedbare gemiste proceskans?
De uitspraak laat zich ook lezen als een praktisch toetsingskader. Wie een advocaat, jurist of rechtsbijstandverlener aansprakelijk wil stellen wegens een beroepsfout, zal doorgaans moeten aantonen dat daadwerkelijk een fout is gemaakt, dat zonder die fout een reële kans bestond op een beter resultaat en dat die kans voldoende concreet kan worden gewaardeerd. Dat vergt meestal een reconstructie van de onderliggende zaak. Hoe sterk was die zaak inhoudelijk? Welke verweren lagen voor de hand? Hoe was de bewijslast verdeeld? Waren er stukken of deskundigen die de vordering ondersteunden? En bestonden er processuele of contractuele obstakels, zoals finale kwijting of een bewijsprobleem?
Juist daarom is dit soort zaken juridisch specialistisch werk. De discussie gaat zelden alleen over de fout zelf. Vaak moet als het ware een tweede procedure worden gevoerd over de vraag hoe de eerste procedure waarschijnlijk zou zijn afgelopen. De recente uitspraak van het hof laat dat treffend zien.
Conclusie
Deze recente kansschade-uitspraak maakt duidelijk dat een beroepsfout van een rechtsbijstandverlener of advocaat niet alleen tot aansprakelijkheid kan leiden wanneer de gemiste zaak zeker zou zijn gewonnen. Ook wanneer slechts sprake is van een reële kans op een beter resultaat, kan schadevergoeding volgen. De rechter zal die kans dan waarderen en de schade daarop afstemmen.
Voor slachtoffers van beroepsfouten is dat een belangrijke boodschap. Een gemiste termijn, een verjaarde vordering of een verkeerd gevoerde procedure betekent niet automatisch dat verhaal onmogelijk is. Tegelijkertijd laat de uitspraak zien dat de rechter kritisch blijft kijken naar de daadwerkelijke succeskans van de oorspronkelijke zaak. Kansschade is dus geen verkapte route naar volledige vergoeding, maar een juridisch verfijnde manier om schade te begroten in situaties waarin de fout juist de zekerheid over de uitkomst heeft weggenomen.
Heeft uw advocaat, jurist of rechtsbijstandverlener een fout gemaakt waardoor een claim is verjaard of een procedurekans verloren is gegaan? Dan is het verstandig om te laten beoordelen of sprake is van vergoedbare kansschade. Vittoria Law adviseert over beroepsaansprakelijkheid, gemiste proceskansen en schadebegroting bij verloren verhaalsmogelijkheden. Neem contact op!









