Verjaring van schadevergoeding

Een vordering tot schadevergoeding verjaart in beginsel vijf jaar nadat u zowel met de schade als met de daarvoor aansprakelijke persoon bekend bent geworden. Daarnaast geldt een absolute termijn van twintig jaar na de gebeurtenis. Bij schade door letsel of overlijden vervalt die tweede grens: daar bestaat uitsluitend de termijn van vijf jaar, en die gaat pas lopen zodra u werkelijk wist wie u kon aanspreken. De termijn afbreken kan met een enkele brief; daarvoor is geen procedure nodig. Die brief moet dan wel ondubbelzinnig zijn, en juist daar gaat het in de praktijk het vaakst mis.

De termijn begint pas te lopen als u weet wie u kunt aanspreken

Artikel 3:310 lid 1 BW verbindt de korte verjaringstermijn van vijf jaar aan twee voorwaarden die allebei vervuld moeten zijn: bekendheid met de schade én bekendheid met de daarvoor aansprakelijke persoon. Dat is een subjectieve maatstaf. Het gaat om wat u daadwerkelijk wist, niet om wat u had kunnen weten als u beter had opgelet. De Hoge Raad eist daadwerkelijke bekendheid, en daarvan is pas sprake zodra de benadeelde voldoende zekerheid heeft — geen absolute zekerheid — dat de schade is veroorzaakt door tekortschietend of foutief handelen.

Dat onderscheid is bepalend waar de oorzaak zich pas laat blootleggen. Wie na een operatie klachten houdt, weet dat hij schade heeft, maar nog niet dat daaraan een fout ten grondslag ligt; die wetenschap volgt vaak pas uit het medisch dossier. Zie daarover onze pagina over verjaring bij een medische fout. Bij beroepsziekten komt de diagnose jaren na de blootstelling, en is de vraag welke werkgever verantwoordelijk was daarna nog een tweede.

Bekendheid met de schade is niet hetzelfde als zicht op de omvang

Niet vereist is dat u weet hoe groot de schade uiteindelijk wordt. Dat het letsel nog niet is uitbehandeld of het verlies aan arbeidsvermogen nog niet is berekend, houdt de klok niet stil. Wachten op een compleet beeld is daarom riskant: de vordering kan verjaren terwijl de omvang ervan nog wordt berekend.

Bij een minderjarige loopt de termijn door tot het drieëntwintigste jaar

Was u minderjarig op de dag waarop schade en aansprakelijke bekend werden, dan verjaart de vordering op grond van de tweede zin van artikel 3:310 lid 5 BW pas vijf jaren na de dag volgend op die waarop u meerderjarig werd — praktisch: tot uw drieëntwintigste verjaardag. De bepaling geldt sinds 1 februari 2004 en heeft geen terugwerkende kracht.

Bij letsel en overlijden bestaat geen absolute termijn van twintig jaar

De eerste zin van artikel 3:310 lid 5 BW bepaalt dat bij schade door letsel of overlijden alleen de subjectieve termijn van vijf jaar geldt. De absolute termijn van twintig jaar uit het eerste lid blijft dan buiten toepassing. Dat is de uitzondering die in vrijwel elk letseldossier meespeelt en die buiten de praktijk nauwelijks bekend is: een letselvordering verjaart niet door enkel tijdsverloop, hoe lang de gebeurtenis ook geleden is, zolang de benadeelde niet bekend was met schade en aansprakelijke.

Ook hier is 1 februari 2004 het scharnierpunt. Voor oudere gebeurtenissen geldt de absolute termijn zoals die toen luidde: twintig jaar, of dertig jaar bij schade door verontreiniging van lucht, water of bodem of door gevaarlijke stoffen (artikel 3:310 lid 2 BW). Juist in asbestzaken, waar tussen blootstelling en diagnose veertig jaar kan liggen, is die termijn vaak al verstreken voordat het slachtoffer weet dat hij ziek is.

De dertigjaarstermijn kan sneuvelen: zeven gezichtspunten uit Van Hese/De Schelde

In Van Hese/De Schelde (HR 28 april 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5635, NJ 2000/430) aanvaardde de Hoge Raad dat een beroep op de dertigjaarstermijn naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar kan zijn wanneer de schade pas daarna aan het licht komt. De werknemer in die zaak was tussen 1959 en 1963 aan asbest blootgesteld en kreeg in 1996 de diagnose mesothelioom; zijn vordering was naar de letter van de wet al jaren verjaard voordat hij wist dat hij ziek was.

De Hoge Raad noemt zeven gezichtspunten waarvan de rechter blijk moet geven ze te hebben betrokken. Het eerste is of het gaat om vermogensschade dan wel ander nadeel, en of de vergoeding toekomt aan het slachtoffer zelf, aan nabestaanden of aan een derde. Het tweede is of uit anderen hoofde al een uitkering bestaat. Het derde is de mate waarin de gebeurtenis de aangesproken partij kan worden verweten. Het vierde is of die partij vóór het verstrijken van de termijn al rekening hield of had behoren te houden met haar aansprakelijkheid. Het vijfde is of zij zich naar redelijkheid nog kan verweren, bijvoorbeeld omdat administratie en getuigen nog beschikbaar zijn. Het zesde is of de aansprakelijkheid nog door verzekering is gedekt. Het zevende, in de praktijk vaak beslissend, is of na het aan het licht komen van de schade binnen redelijke termijn aansprakelijk is gesteld.

Dat laatste punt verdient nadruk: wie ontdekt dat hij een vordering heeft en vervolgens jaren wacht, ondergraaft zijn eigen beroep op doorbreking. De ruimte die dit arrest biedt is bedoeld voor uitzonderlijke gevallen en wordt terughoudend toegepast.

Zolang het strafrecht loopt, verjaart uw vordering op de dader niet

Levert de gebeurtenis een strafbaar feit op waarop de Nederlandse strafwet van toepassing is, dan verjaart de vordering tegen degene die dat feit beging op grond van artikel 3:310 lid 4 BW niet zolang het recht tot strafvordering niet door verjaring of door zijn overlijden is vervallen. Voor slachtoffers van gewelds- en zedenmisdrijven is dat een aanzienlijke verruiming: de strafrechtelijke termijnen voor de ernstiger delicten zijn lang en ontbreken voor de zwaarste misdrijven geheel. De vordering blijft daarmee beschikbaar ook wanneer pas na jaren aangifte wordt gedaan, en kan dan worden ingesteld door voeging als benadeelde partij.

Een stuitingsbrief die niet ondubbelzinnig is, stuit niets

Verjaring wordt gestuit door een daad van rechtsvervolging (artikel 3:316 BW) of, veel eenvoudiger, door een schriftelijke aanmaning of mededeling waarin de schuldeiser zich ondubbelzinnig zijn recht op nakoming voorbehoudt (artikel 3:317 BW). Op grond van artikel 3:319 BW begint daarna een nieuwe termijn van gelijke duur als de oorspronkelijke, met een maximum van vijf jaar.

De maatstaf ‘ondubbelzinnig’ is strenger dan hij oogt. Vereist is een waarschuwing die de wederpartij duidelijk maakt dat zij er ook na langere tijd rekening mee moet houden dat de vordering wordt ingesteld, en dat zij haar bewijsmateriaal moet bewaren. Een brief waarin staat dat de zaak nog in behandeling is, of dat men zich alle rechten voorbehoudt zonder de vordering te benoemen, haalt die maatstaf niet. Correspondentie over een medisch traject of een schikkingsoverleg evenmin.

Een brief die wél werkt, benoemt de gebeurtenis, de schade en de grondslag van de aansprakelijkheid, stelt de wederpartij aansprakelijk en behoudt uitdrukkelijk het recht op vergoeding voor. Verstuur hem aantoonbaar en herhaal hem tijdig: de nieuwe termijn loopt vanaf de dag na de stuiting.

Op uw verzekeraar loopt een eigen, kortere klok

De vordering op een verzekeraar tot het doen van een uitkering kent een eigen regime. Artikel 7:942 BW stelt die termijn op drie jaar, te rekenen vanaf de dag na die waarop de gerechtigde met de opeisbaarheid bekend werd, en laat stuiting toe door een schriftelijke mededeling waarin op uitkering aanspraak wordt gemaakt. Erkent de verzekeraar de aanspraak, of wijst hij die ondubbelzinnig af, dan begint een nieuwe termijn van drie jaar. Sinds 1 juli 2010 hoeft die afwijzing niet meer aangetekend te geschieden, waardoor gewone correspondentie ongemerkt een termijn in gang kan zetten. Wie zowel de aansprakelijke partij als een verzekeraar aanspreekt, bewaakt dus twee klokken die verschillend lopen.

Zo werkt Vittoria Law

Wij beginnen elk dossier met de vraag wanneer de termijn is gaan lopen en wat er sindsdien is gestuit. Die vaststelling gaat vooraf aan al het overige, omdat een onbetwistbare vordering waardeloos wordt zodra het verjaringsverweer slaagt. Bestaat er onzekerheid over het aanvangsmoment, dan gaan wij uit van de voor u ongunstigste datum en stellen wij nog dezelfde week veilig wat kan. De uiterste stuitingsdatum noteren en bewaken wij actief. Lijkt de termijn verstreken, dan onderzoeken wij of de gezichtspunten uit Van Hese/De Schelde ruimte laten — een smalle weg, maar hij bestaat.

Veelgestelde vragen over verjaring

Mijn ongeval was zeven jaar geleden. Is mijn vordering verjaard?

Niet noodzakelijk. De termijn van vijf jaar loopt vanaf het moment waarop u zowel de schade als de aansprakelijke persoon kende, niet vanaf het ongeval zelf. Bij letsel geldt bovendien geen absolute termijn van twintig jaar. Laat de data beoordelen voordat u aanneemt dat u te laat bent.

Stuit een e-mail de verjaring?

Ja, mits de inhoud aan artikel 3:317 BW voldoet. De wet eist schriftelijkheid, geen papier. Het risico zit in het bewijs van ontvangst; wij versturen een stuiting daarom in de regel per e-mail én aangetekend. Na een geslaagde stuiting krijgt u op grond van artikel 3:319 BW opnieuw vijf jaar.

De verzekeraar heeft mijn claim afgewezen. Wat betekent dat voor de termijn?

Met een ondubbelzinnige afwijzing begint een nieuwe termijn van drie jaar (artikel 7:942 BW). Binnen die termijn moet u de afwijzing aanvechten of opnieuw stuiten. Wacht daar niet mee tot het einde: de discussie of een afwijzing werkelijk ondubbelzinnig was, wordt zelden in het voordeel van de benadeelde beslecht.

Kan een verjaarde vordering nog worden ingesteld?

Verjaring doet de vordering niet verdwijnen, maar ontneemt u de mogelijkheid nakoming af te dwingen zodra de wederpartij zich erop beroept. Doet zij dat niet, dan wordt de vordering gewoon toegewezen. Daarnaast kan dat beroep in uitzonderlijke gevallen onaanvaardbaar zijn; de zeven gezichtspunten vormen dan het toetsingskader.

Geldt dezelfde termijn voor smartengeld?

Ja. De vordering tot vergoeding van ander nadeel dan vermogensschade valt onder dezelfde termijnen van artikel 3:310 BW. Wel gelden aanvullende regels wanneer de benadeelde overlijdt voordat hij aanspraak heeft gemaakt; die staan op onze pagina over smartengeldbedragen.

Verder lezen

Verjaring hangt samen met de vraag wie aansprakelijk is en waaruit uw schade bestaat. Lees verder over iemand aansprakelijk stellen, over schade berekenen en over smartengeldbedragen. Speelt uw zaak in een specifieke context, dan zijn verjaring bij een medische fout, aansprakelijkheid voor beroepsziekten, schadevergoeding voor nabestaanden, affectieschade en voegen als benadeelde partij de aangewezen vervolgpagina's.

Wat het kost om dit te laten beoordelen

Een eerste gesprek bij Vittoria Law is kosteloos en vrijblijvend. De vraag of uw vordering nog binnen de termijn valt, laat zich meestal binnen een half uur beantwoorden aan de hand van drie data. Is een ander aansprakelijk, dan komen de redelijke kosten van rechtsbijstand op grond van artikel 6:96 lid 2 BW voor rekening van de aansprakelijke partij; u betaalt die dus niet zelf. Blijkt de termijn krap, bel dan dezelfde dag: een stuitingsbrief die vandaag de deur uitgaat is meer waard dan een sluitende analyse van volgende maand.

Laat uw aansprakelijkheidszaak beoordelen

Neem contact op met Vittoria Law voor een eerste beoordeling van uw zaak. Wij kijken naar de feiten, de juridische positie, de kansen en risico’s en de meest effectieve vervolgstap.

Email

info@vittorialaw.nl

Telefoon

Kantoor


Gevestigd in Hilversum
:

Elzenlaan 61 | 1214 KK | Hilversum


Bezoeklocaties:


Amsterdam:

Olympisch Stadion 24 - 28 | 1076 DE  Amsterdam


Utrecht

Maliebaan 80A  |  3581 CD  | Utrecht