Wat is een inbreuk op een recht? Over eigendom, privacy en lichamelijke integriteit
Wat is een inbreuk op een recht?
Binnen art. 6:162 BW vormt de inbreuk op een recht een zelfstandige grond van onrechtmatigheid. Die formulering klinkt eenvoudig, maar vraagt om precisie. Het gaat niet om een algemeen gevoel van onrecht, maar om een aantasting van een subjectief recht van een ander.
Wat is een inbreuk op een recht?
Met een inbreuk op een recht wordt bedoeld een aantasting van een subjectief recht van een ander. Het gaat dan om rechten die het recht als eigen rechtspositie van een persoon erkent en die tegenover anderen kunnen worden ingeroepen. Denk aan eigendom, lichamelijke integriteit, eer en goede naam, privacy en andere persoonlijkheidsrechten. De gedachte daarachter is dat sommige gedragingen al door hun aard onrechtmatig zijn, omdat zij rechtstreeks treden in een exclusieve rechtspositie van een ander. Voor het bredere kader leest u ook ons artikel over de drie gronden van art. 6:162 BW.
Welke rechten vallen hieronder?
De literatuur noemt onder meer eigendomsrechten en persoonlijkheidsrechten als belangrijke voorbeelden. Bij persoonlijkheidsrechten gaat het om rechten als lichamelijke integriteit, eer en goede naam en bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Bij vermogensrechten gaat het in het bijzonder om absolute rechten, zoals eigendom en beperkte rechten. Die positie maakt dat een ongeoorloofde aantasting daarvan zelfstandig als onrechtmatig kan worden aangemerkt.
Wanneer is sprake van een echte rechtsinbreuk?
Van een echte rechtsinbreuk is vooral sprake wanneer de gedraging zelf rechtstreeks inbreuk maakt op de rechtspositie van een ander. Denk aan het ongeoorloofd gebruiken van een zaak van een ander, het in bezit nemen en houden van andermans goed, of een directe aantasting van iemands privacy of lichamelijke integriteit. Dan ligt het onrechtmatigheidsoordeel besloten in de aard van de aantasting zelf.
Waarom moet het begrip niet te ruim worden gebruikt?
Juist hier is nuance nodig. Niet ieder letsel of iedere zaakschade moet automatisch als “rechtsinbreuk” worden benoemd. In de literatuur wordt benadrukt dat het begrip inbreuk niet te ruim mag worden toegepast. Wanneer een gedraging niet zelf als aantasting van een subjectief recht kwalificeert, maar slechts schade tot gevolg heeft, ligt de beoordeling eerder op het terrein van wettelijke plicht of maatschappelijke zorgvuldigheid. Die begrenzing voorkomt dat aansprakelijkheid te snel en te ruim wordt aangenomen.
Dat onderscheid speelt ook sterk in hinderzaken. Meer daarover leest u in ons artikel over onrechtmatige hinder en de grenzen van wat buren van elkaar moeten dulden.
Wat betekent dit voor een schadevordering?
Voor de praktijk betekent dit dat de juridische kwalificatie van groot belang is. Een zaak wint aan kracht wanneer precies wordt benoemd welk recht is geschonden en hoe de gedraging daarin ingreep. Omgekeerd verliest een vordering scherpte wanneer zonder noodzaak wordt gewerkt met algemene termen als “onbehoorlijk” of “onzorgvuldig”, terwijl in werkelijkheid een echte rechtsinbreuk aan de orde is.
Voor de algemene aansprakelijkheidsstructuur leest u ook ons artikel over wat een onrechtmatige daad is.
Meer weten over of iets een inbreuk op een recht is? Neem contact op met Vittoria Law.










