Arbeidsongeval als zzp'er, uitzendkracht of vrijwilliger: wie is aansprakelijk?
Letsel opgelopen zonder arbeidscontract?
Als uitzendkracht, stagiair, vrijwilliger of zzp’er bent u vaak beschermd zoals een werknemer. Stuur een korte beschrijving van het ongeval en uw werkrelatie; u hoort wie u kunt aanspreken. Het eerste gesprek is kosteloos. Bespreek uw zaak of bel 035 203 11 62.
Wie zonder arbeidscontract letsel oploopt op een werkplek, hoort van de opdrachtgever of het uitzendbureau vaak hetzelfde: „u bent geen werknemer van ons, dus wij zijn niet aansprakelijk.” Dat is in de meeste gevallen onjuist. De wet beschermt sinds 1999 ook uitzendkrachten, gedetacheerden, stagiairs, vrijwilligers en, onder voorwaarden, zzp'ers tegen onveilige werkomstandigheden bij degene voor wie zij werken. Dit stuk legt uit wie onder die bescherming valt, wie u kunt aanspreken en waar het in de praktijk op aankomt.
In het kort
Artikel 7:658 lid 4 BW bepaalt dat degene die in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf werk laat verrichten door iemand met wie hij geen arbeidsovereenkomst heeft, tegenover die persoon dezelfde zorgplicht heeft als een werkgever tegenover zijn werknemer. Uitzendkrachten kunnen daardoor zowel het uitzendbureau als de inlener aanspreken, stagiairs en vrijwilligers de organisatie waar zij werken, en zzp'ers de opdrachtgever wanneer het werk tot diens bedrijf behoort en zij voor hun veiligheid van hem afhankelijk waren.
Waarom de wet verder gaat dan het arbeidscontract
De gedachte achter lid 4 is eenvoudig: wie de werkplek beheerst, de machines levert, de instructies geeft en het toezicht organiseert, draagt de verantwoordelijkheid voor de veiligheid, ongeacht op welk papier de relatie staat. Een inlener die een uitzendkracht aan een onbeveiligde zaag zet, mag zich niet verschuilen achter het feit dat het loon door het uitzendbureau wordt betaald. Daarom geldt voor deze groep dezelfde zware zorgplicht en dezelfde bewijslastverdeling als voor werknemers: de gewonde hoeft alleen aan te tonen dat hij schade heeft geleden bij het werk, waarna de aangesprokene moet bewijzen dat hij alles heeft gedaan om het ongeval te voorkomen. Hoe die zorgplicht wordt ingevuld, leest u in wanneer is een werkgever aansprakelijk voor een arbeidsongeval.
Uitzendkrachten en gedetacheerden
De uitzendkracht heeft twee partijen die hij kan aanspreken. Het uitzendbureau is zijn formele werkgever en aansprakelijk op grond van lid 1 van artikel 7:658 BW; het kan zich niet onttrekken door te wijzen op de inlener, al kan het in de praktijk weinig invloed uitoefenen op de werkplek. De inlener is aansprakelijk op grond van lid 4, omdat hij de feitelijke zeggenschap over het werk heeft. Beide zijn hoofdelijk aansprakelijk, wat betekent dat u de volledige schade bij elk van beide kunt vorderen en zij onderling maar moeten uitmaken wie uiteindelijk betaalt. In de praktijk is het verstandig beide aansprakelijk te stellen; verzekeraars van uitzendbureaus en inleners wijzen graag naar elkaar, en wie maar één van beide heeft aangeschreven, verliest tijd. Hetzelfde geldt voor gedetacheerden en payrollwerknemers.
Stagiairs en vrijwilligers
Een stagiair heeft meestal geen arbeidsovereenkomst, maar verricht wel werkzaamheden in het bedrijf van het stagebedrijf en valt daarmee onder lid 4. Juist bij stagiairs weegt de zorgplicht zwaar, omdat zij onervaren zijn en de werkgever daarmee rekening moet houden in instructie en toezicht.
Voor vrijwilligers heeft de Hoge Raad in 2017 uitgemaakt dat lid 4 ook geldt (HR 15 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3142). In die zaak viel een vrijwilliger van een parochie van het dak van de kerk bij het plaatsen van verlichting. De Hoge Raad oordeelde dat het niet uitmaakt dat de vrijwilliger onbetaald werkte: beslissend is of het werk behoorde tot de bedrijfsuitoefening van de organisatie en of de vrijwilliger voor zijn veiligheid van die organisatie afhankelijk was. Sportverenigingen, kerken, scholen en zorginstellingen die met vrijwilligers werken, zijn daarmee even aansprakelijk als een commerciële werkgever.
Zzp'ers: de toets van Davelaar/Allspan
Voor zelfstandigen ligt het genuanceerder. De Hoge Raad heeft in het arrest Davelaar/Allspan (HR 23 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV0616) twee voorwaarden gesteld. De werkzaamheden moeten hebben plaatsgevonden in de uitoefening van het beroep of bedrijf van de opdrachtgever, wat ruim wordt uitgelegd: ook werk dat de opdrachtgever normaal door eigen personeel laat doen of dat in het verlengde van zijn bedrijf ligt, telt mee. En de zzp'er moet voor zijn veiligheid mede afhankelijk zijn geweest van de opdrachtgever, wat afhangt van de feitelijke verhouding: wie bepaalde hoe het werk werd gedaan, wie leverde het materieel, wie had zeggenschap over de werkplek.
In de zaak zelf ging het om een zzp'er die bij reparatiewerk aan een vezelverwerkingsmachine ernstig beenletsel opliep. De Hoge Raad achtte lid 4 in beginsel van toepassing, ook al werkte de man als zelfstandige. De praktijk sindsdien laat zien dat de zzp'er die op de bouwplaats van een aannemer meewerkt, in het magazijn van een opdrachtgever rijdt of in een fabriek onderhoud doet, meestal onder de bescherming valt, terwijl de zelfstandige adviseur of de zzp'er die het werk geheel naar eigen inzicht en met eigen materieel uitvoert, er vaker buiten valt. De grens wordt per geval getrokken en dat is precies waar de discussie met de verzekeraar over gaat.
Als lid 4 niet van toepassing is
Valt u er niet onder, dan bent u niet rechteloos. De opdrachtgever kan aansprakelijk zijn op grond van artikel 6:162 BW als hij een gevaarlijke situatie heeft laten bestaan, en voor gebrekkige machines of gebouwen op grond van de risicoaansprakelijkheid van de artikelen 6:173 en 6:174 BW. Het verschil is dat u dan zelf moet bewijzen wat er verkeerd was, en dat eigen schuld tot een verdeling van de schade kan leiden. Ook daarom loont het om eerst zorgvuldig te beoordelen of lid 4 toch van toepassing is.
Wat u nu moet doen
De stappen zijn dezelfde als voor een werknemer: laat het letsel dezelfde dag door een arts vastleggen, meld het ongeval schriftelijk bij de opdrachtgever of inlener én bij het uitzendbureau, leg de plek vast met foto's en noteer wie het heeft gezien. Bewaar de overeenkomst van opdracht, de uitzendovereenkomst of de vrijwilligersafspraken, want daaruit blijkt wie de zeggenschap had. Stel daarna beide mogelijke aansprakelijke partijen schriftelijk aansprakelijk, of laat ons dat doen. De volledige lijst staat in een arbeidsongeval overkomen: wat moet u nu doen.
Als zzp'er heeft u een extra aandachtspunt: uw inkomensschade. Anders dan een werknemer heeft u geen loondoorbetaling bij ziekte, zodat het verlies aan inkomen direct begint en vaak de grootste schadepost is. Daarvoor zijn uw jaarcijfers, facturen en agenda van de maanden voor het ongeval het bewijs; verzamel die meteen. Meer daarover leest u op de pagina letselschade voor zzp'ers en zelfstandigen.
Wat wij voor u doen
Wij beoordelen uw zaak op het punt waarop zij wordt beslist, voorzien waar nodig in een medisch oordeel, en u spreekt de advocaat die uw dossier ook voert.
Wat het u kost
Het eerste gesprek is kosteloos; wat bijstand daarna kost en wanneer de wederpartij die kosten draagt, leest u op de pagina over kosten.
Veelgestelde vragen
Ik ben uitzendkracht. Moet ik het uitzendbureau of de inlener aanspreken?
Beide. Het uitzendbureau is aansprakelijk als formele werkgever, de inlener op grond van lid 4. Zij zijn hoofdelijk aansprakelijk; u kunt de volledige schade bij elk van beide vorderen.
Ik werk als zzp'er met mijn eigen gereedschap. Val ik dan nog onder de bescherming?
Dat hangt af van de feitelijke verhouding. Werkte u mee in de organisatie van de opdrachtgever, op zijn werkplek en onder zijn regie, dan meestal wel, ook met eigen gereedschap. Bepaalde u zelf volledig hoe, waar en wanneer het werk werd gedaan, dan vaak niet, en geldt de gewone onrechtmatige daad.
Geldt de bescherming ook voor een vrijwilliger bij een vereniging?
Ja. Sinds het arrest van de Hoge Raad van 15 december 2017 vallen vrijwilligers onder lid 4 wanneer het werk tot de bedrijfsuitoefening van de organisatie behoort en zij voor hun veiligheid van die organisatie afhankelijk waren.
De opdrachtgever zegt dat ik zelf verantwoordelijk was voor mijn veiligheid. Klopt dat?
Als lid 4 van toepassing is, geldt dezelfde regel als voor werknemers: gewone onvoorzichtigheid telt niet mee en alleen opzet of bewuste roekeloosheid bevrijdt de opdrachtgever. Een contractuele bepaling dat u „op eigen risico” werkt, doet daar niet aan af; van artikel 7:658 BW kan niet ten nadele van de werkende worden afgeweken.
Bespreek uw arbeidsongeval
Wie u kunt aanspreken, hangt af van de feitelijke verhouding op de werkplek: wie gaf de instructies, wie leverde het materieel, wie hield toezicht. Wij beoordelen dat en stellen de juiste partijen aansprakelijk.
Stuur een korte beschrijving van het ongeval en van uw werkrelatie, met foto's als u die heeft. U hoort binnen één werkdag wie u kunt aanspreken en wat de eerste stap is. Het eerste gesprek is kosteloos en bij erkende aansprakelijkheid betaalt de verzekeraar onze kosten. Meer over uw rechten leest u op de pagina arbeidsongeval en werkgeversaansprakelijkheid. Bespreek uw zaak of bel 035 203 11 62.
U kunt ook mailen naar info@vittorialaw.nl.
mr. T.C. Warnsinck, advocaat
Uw zaak laten beoordelen?
Heeft u schade geleden of bent u verwikkeld in een geschil over aansprakelijkheid, schade of bewijs?
Vittoria Law beoordeelt uw juridische positie, brengt de belangrijkste risico’s in kaart en denkt mee over de meest effectieve vervolgstap.




