Val van trap of ladder op het werk: heeft u recht op schadevergoeding?
In het kort. De werkgever is op grond van artikel 7:658 BW aansprakelijk voor een val op het werk, tenzij hij bewijst dat hij alle redelijkerwijs nodige maatregelen heeft getroffen. Bij werk op hoogte vult het Arbobesluit die norm in: vanaf 2,5 meter is er valgevaar en gaat collectieve beveiliging voor, en een ladder mag alleen als werkplek dienen als veiliger materieel niet in verhouding staat tot het geringe risico en de korte duur. Schending van die voorschriften is in beginsel een schending van de zorgplicht.
Zelden pech
Een val van een ladder, steiger of trap is het meest voorkomende ernstige arbeidsongeval in Nederland. Het lijkt vaak een ongelukkige samenloop: een tree die glad was door gruis, een ladder die wegschoof, een misstap in de haast. Juridisch is het zelden pech. Werken op hoogte is een erkend risico waarvoor de wet de werkgever gedetailleerde verplichtingen oplegt, en wie valt, staat sterker dan hij denkt.
Een trap is onderdeel van de werkplek
Een trap of vloer is geen neutraal gegeven, maar een onderdeel van de werkplek waarvoor de werkgever verantwoordelijk is. Was de trap glad door stof, gruis, water of olie, ontbrak een leuning, was de verlichting onvoldoende of lag er materiaal in de looproute, dan is de werkgever aansprakelijk, tenzij hij aantoont dat hij het risico had onderkend en beheerst. Tijdens verbouwingen, onderhoud en piekdrukte neemt dat risico toe, en wordt extra controle, schoonmaak en waarschuwing verlangd.
Het gerechtshof Amsterdam boog zich in 2024 over zo’n zaak (ECLI:NL:GHAMS:2024:2463): een werknemer viel van een trap die volgens hem glad was geworden door stof en gruis van verbouwingswerkzaamheden. De kernvraag was wie moest bewijzen hoe de trap er op dat moment bij lag. Dat is de werkgever: hij beheert de werkplek, kent de schoonmaakroutines en de bouwplanning, en moet kunnen laten zien dat de trap veilig was. Ontbreken foto’s, schoonmaakregistraties en instructies, dan verliest hij.
Ladders en steigers: de regels van het Arbobesluit
Voor werken op hoogte heeft de wetgever de zorgplicht concreet gemaakt. Artikel 3.16 van het Arbobesluit verplicht de werkgever bij valgevaar doeltreffende maatregelen te treffen, en vanaf 2,5 meter is er in beginsel altijd valgevaar. De artikelen 7.23 en 7.23a stellen eisen aan de keuze van arbeidsmiddelen voor tijdelijk werk op hoogte: collectieve beveiliging, zoals een steiger, hekwerk of hoogwerker, gaat voor op individuele bescherming zoals een harnas, en een ladder mag alleen als werkplek dienen als veiliger materieel gelet op het geringe risico en de korte gebruiksduur niet gerechtvaardigd is.
Dat zijn geen vrijblijvende richtlijnen. Een werkgever die een publiekrechtelijke veiligheidsnorm schendt, schendt in beginsel ook zijn zorgplicht uit artikel 7:658 BW. Na een ladderongeval gaat de discussie daarom over concrete vragen: was een ladder het juiste middel of had een steiger of hoogwerker moeten worden ingezet, was de ladder deugdelijk en gekeurd, stond zij stabiel en geborgd, had de werknemer instructie gekregen, en moest hij op de ladder krachten uitoefenen of lasten dragen die daar niet thuishoren? Op elk van die punten moet de werkgever de onderbouwing leveren.
Een val van hoogte leidt bovendien vaker tot ernstig en blijvend letsel dan een struikelpartij, en hoe ernstiger de mogelijke gevolgen, hoe meer van de werkgever wordt verwacht. Ook een ervaren werknemer die wist hoe het moest, had moeten worden beschermd tegen zijn eigen routine.
Wie wat moet bewijzen
U hoeft alleen aan te tonen dat u tijdens het werk bent gevallen en daardoor schade heeft; hoe de val precies is ontstaan, hoeft u niet te bewijzen. Daarna moet de werkgever bewijzen dat hij aan zijn zorgplicht heeft voldaan, met stukken: de risico-inventarisatie, keuringsrapporten van ladders en steigers, uitgiftelijsten, werkinstructies, toolboxmeetings en schoonmaakregistraties. Gewone onoplettendheid van uw kant telt niet mee; alleen opzet of bewuste roekeloosheid bevrijdt de werkgever, en dat wordt bij een val vrijwel nooit aangenomen. Meer daarover leest u bij de bewijslast bij een arbeidsongeval.
Ook voor uitzendkrachten en zzp’ers
De bescherming geldt niet alleen voor werknemers met een arbeidscontract. Op grond van artikel 7:658 lid 4 BW kunnen ook uitzendkrachten, gedetacheerden, stagiairs, vrijwilligers en zzp’ers die in de organisatie van een ander meewerken, de inlener of opdrachtgever aanspreken. In de bouw, waar ladders en steigers dagelijks worden gebruikt, is dat van groot belang; zie de bescherming voor zzp’ers, uitzendkrachten en vrijwilligers.
Welke schade u kunt verhalen
Alle schade die het gevolg is van de val: medische kosten en eigen risico, reiskosten, huishoudelijke hulp en klussen die u niet meer zelf kunt doen, gemiste overuren en toeslagen, het verschil tussen uw loon en wat u na het ongeval verdient, pensioenschade en smartengeld. Bij een val van hoogte met blijvend letsel is het verlies van verdienvermogen over de rest van uw loopbaan meestal de grootste post.
Wat u nu moet doen
Laat het letsel dezelfde dag door een arts vastleggen. Meld het ongeval schriftelijk bij uw werkgever en ga na of het bij de Nederlandse Arbeidsinspectie is gemeld; bij ziekenhuisopname of blijvend letsel is dat verplicht, en het inspectierapport is vaak het belangrijkste bewijs. Laat foto’s maken van de trap, de ladder of de steiger voordat er is schoongemaakt of opgeruimd, en noteer wie het heeft gezien en welke werkzaamheden er die dag gaande waren. De volledige volgorde staat bij een arbeidsongeval overkomen.
Wat wij voor u doen
Wij beoordelen uw zaak op het punt waarop zij wordt beslist, de toestand van de trap, ladder of steiger en wat de werkgever daarover kan aantonen, voorzien waar nodig in een medisch oordeel en stellen uw werkgever aansprakelijk.
Wat het u kost
Staat de aansprakelijkheid vast, dan komen de redelijke kosten van rechtsbijstand op grond van artikel 6:96 lid 2 BW in de regel voor rekening van de aansprakelijke partij. Wat bijstand verder kost en welke afspraak wij maken zolang de aansprakelijkheid in geschil is, leest u op de pagina over kosten.
Neem contact op
Wilt u weten of uw werkgever voor uw val aansprakelijk is?
Bel 035 – 203 11 62 of mail info@vittorialaw.nl. Het eerste gesprek is kosteloos. U spreekt direct de advocaat die uw dossier ook voert, en u hoort binnen één werkdag van ons.
Bespreek uw zaakVeelgestelde vragen
Ik ben van een gewone huishoudtrap gevallen tijdens het werk. Geldt dit dan ook?
Ja. Ook een trapje van een meter is een arbeidsmiddel dat deugdelijk en geschikt moet zijn. De grens van 2,5 meter bepaalt alleen wanneer zwaardere maatregelen verplicht zijn, niet of de zorgplicht geldt.
De ladder was van mijzelf. Maakt dat uit?
Niet wezenlijk. De werkgever moet erop toezien dat het materieel waarmee wordt gewerkt veilig is, ook als u het zelf heeft meegebracht, en moet beoordelen of een ladder überhaupt het juiste middel was.
Niemand heeft mij zien vallen. Kan ik dan nog claimen?
Ja. U hoeft de toedracht niet te bewijzen, alleen dat u tijdens het werk bent gevallen. De melding bij de werkgever, het bezoek aan de arts en de toestand van de werkplek zijn daarvoor meestal voldoende.
Hoe lang kan ik mijn werkgever nog aansprakelijk stellen?
Vijf jaar nadat u met de schade en de aansprakelijke partij bekend werd. Wacht daar niet op: hoe langer u wacht, hoe minder er van de werkplek en de getuigen over is.
Mijn werkgever zegt dat ik een harnas had moeten dragen. Wat nu?
Dan moet hij aantonen dat hij een harnas beschikbaar stelde, erover instrueerde en op het gebruik toezag. Bovendien gaat collectieve beveiliging, zoals een steiger of hekwerk, voor op een harnas.
Verwante onderwerpen
Uw zaak laten beoordelen?
Heeft u schade geleden of bent u verwikkeld in een geschil over aansprakelijkheid, schade of bewijs?
Vittoria Law beoordeelt uw juridische positie, brengt de belangrijkste risico’s in kaart en denkt mee over de meest effectieve vervolgstap.





