Val van trap of ladder op het werk: heeft u recht op schadevergoeding?
Bent u gevallen van een trap of ladder op het werk? Lees wanneer de werkgever aansprakelijk is en welke schade u kunt claimen.
Een val op een trap of van een ladder op het werk lijkt soms een ongelukkige samenloop van omstandigheden, maar juridisch is dat lang niet altijd het einde van het verhaal. Integendeel: juist bij een arbeidsongeval rijst al snel de vraag of de werkgever aansprakelijk is voor de schade van de werknemer. Dat geldt in het bijzonder wanneer de werkomgeving mogelijk onveilig was, bijvoorbeeld doordat een trap glad was geworden door stof, gruis of werkzaamheden op locatie. In dat soort gevallen komt de zorgplicht van de werkgever, zoals vastgelegd in artikel 7:658 BW, centraal te staan. Op onze pagina over werkgeversaansprakelijkheid
leest u hoe die norm in bredere zin wordt toegepast.
Arrest gerechtshof Amsterdam ECLI:NL:GHAMS:2024:2463
In een recente zaak bij het gerechtshof Amsterdam speelde precies die problematiek. De kernvraag was of een trap ten tijde van het ongeval glad was door stof en/of gruis als gevolg van verbouwingswerkzaamheden. Daarmee raakt de zaak aan een klassiek thema binnen het aansprakelijkheidsrecht: hoe ver reikt de verantwoordelijkheid van de werkgever voor de veiligheid op de werkvloer, en wie moet bewijzen hoe de situatie op het moment van het ongeval precies was?
Bewijslast bij een arbeidsongeval
Wie schade lijdt tijdens de uitoefening van zijn werkzaamheden, kan de werkgever onder omstandigheden aanspreken op grond van artikel 7:658 BW. Die bepaling legt op de werkgever een vergaande zorgplicht. De werkgever moet de lokalen, werktuigen en gereedschappen waarin of waarmee wordt gewerkt zodanig inrichten en onderhouden, en voor het verrichten van de werkzaamheden zodanige maatregelen treffen en aanwijzingen geven, als redelijkerwijs nodig is om te voorkomen dat de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade lijdt.
Bij een arbeidsongeval is de bewijslastverdeling van groot praktisch belang. De werknemer hoeft doorgaans niet het volledige aansprakelijkheidsverhaal rond te bewijzen zoals dat in gewone civiele zaken vaak wel wordt gedacht. In de kern geldt dat de werknemer moet stellen en, bij betwisting, aannemelijk moet maken dat hij schade heeft geleden in de uitoefening van zijn werkzaamheden. Wanneer dat vaststaat, komt het vervolgens in belangrijke mate aan op de werkgever. Die moet dan aantonen dat hij aan zijn zorgplicht heeft voldaan. Lukt dat niet, dan ligt aansprakelijkheid in beginsel voor de hand. Alleen in uitzonderlijke gevallen kan de werkgever nog aan aansprakelijkheid ontkomen door te bewijzen dat de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer. De rechtspraak is echter al jarenlang terughoudend met het aannemen van die uitzondering. Wij gaan uitgebreider in op wat een werknemer precies moet bewijzen na een arbeidsongeval en op de bewijslastverdeling bij een arbeidsongeval.
Inhoud van de norm voor de werkgever
Dat is een zware norm. Een werkgever moet niet alleen in algemene zin aandacht hebben voor veiligheid, maar ook concreet anticiperen op voorzienbare risico’s. Denk aan gladde vloeren, onoverzichtelijke looproutes, slecht onderhouden trappen, tijdelijke obstakels of vervuiling door verbouwingen. Zeker als in een pand werkzaamheden plaatsvinden, neemt het risico op gevaarlijke situaties toe. Juist dan moet van een werkgever worden verwacht dat hij extra controle uitoefent, adequate schoonmaak organiseert, werknemers waarschuwt en zo nodig aanvullende veiligheidsmaatregelen neemt. Hoe ver die verplichting reikt, bespreken wij in onze blog over de reikwijdte van de zorgplicht op de werkvloer.
Bewijslast bij een val van een trap
Dat maakt een val op een trap juridisch vaak relevanter dan op het eerste gezicht wordt gedacht. Een trap is immers geen neutraal gegeven, maar een onderdeel van de werkplek dat onder verantwoordelijkheid van de werkgever valt. Als achteraf discussie ontstaat over de vraag of die trap vervuild, glad of onveilig was, ligt het bewijsrisico al snel bij degene die de feitelijke zeggenschap had over de locatie. Dat is in de regel de werkgever. Hij heeft immers het beste zicht op de inrichting van de werkplek, op schoonmaakroutines, op interne veiligheidsprocedures en op eventuele verbouwings- of onderhoudswerkzaamheden.
Voor werkgevers schuilt daarin een belangrijk risico. In procedures blijkt regelmatig dat wel wordt gesteld dat de werkplek veilig was, maar dat de concrete onderbouwing ontbreekt. Er zijn dan geen foto’s van de situatie, geen schoonmaakregistraties, geen inspectielijsten, geen heldere instructies aan personeel en geen stukken waaruit blijkt hoe met tijdelijke risico’s is omgegaan. Juist die documentatie kan achteraf het verschil maken tussen afwijzing en toewijzing van een vordering. Veiligheid moet niet alleen feitelijk bestaan, maar ook aantoonbaar zijn.
Val van een ladder: een strenger normenkader
Bij een val van een ladder ligt de beoordeling nog wat scherper. Werken op hoogte is een erkend risico en de wetgever heeft daarvoor afzonderlijke voorschriften gegeven. Artikel 3.16 van het Arbobesluit verplicht de werkgever om bij valgevaar doeltreffende maatregelen te treffen, waarbij vanaf een hoogte van 2,5 meter in beginsel steeds sprake is van valgevaar. De artikelen 7.23 en 7.23a van het Arbobesluit stellen daarnaast eisen aan de keuze en het gebruik van arbeidsmiddelen voor tijdelijke werkzaamheden op hoogte. Uitgangspunt daarbij is dat collectieve beveiliging voorgaat op individuele bescherming en dat een ladder alleen als werkplek mag worden gebruikt wanneer het inzetten van veiliger materieel, zoals een steiger of hoogwerker, gelet op het geringe risico en de korte gebruiksduur niet gerechtvaardigd is.
Die normen zijn geen vrijblijvende richtlijnen. Wanneer een werkgever een publiekrechtelijke veiligheidsnorm heeft geschonden, levert dat in beginsel een schending van de zorgplicht van artikel 7:658 BW op. Voor de praktijk betekent dit dat de discussie na een ladderongeval al snel gaat over de vraag of de ladder wel het juiste arbeidsmiddel was, of hij deugdelijk was en periodiek werd gekeurd, of hij stabiel stond en tegen wegglijden was geborgd, of de werknemer een deugdelijke instructie had gekregen en of hij op de ladder krachten moest uitoefenen of lasten moest dragen die daar niet thuishoren. Ontbreekt op een van die punten de onderbouwing, dan is de positie van de werkgever zwak.
Ook de aard van het letsel speelt mee. Een val van hoogte leidt vaker tot ernstig en blijvend letsel dan een struikelpartij op vlakke vloer, en naarmate de mogelijke gevolgen ernstiger zijn, mag van de werkgever meer worden verwacht. Datzelfde afwegingskader komt terug bij ongevallen met machines op het werk.
Gunstig voor werknemers
Voor werknemers is dat een wezenlijk punt. Wie tijdens het werk ten val komt op een trap, van een ladder of op een vloer, hoeft zich niet te snel neer te leggen bij de gedachte dat sprake was van eigen pech. Als de werkomgeving niet veilig was ingericht of als de werkgever niet kan aantonen dat voldoende veiligheidsmaatregelen zijn getroffen, kan een vordering tot schadevergoeding juridisch goed verdedigbaar zijn. Dat geldt te meer wanneer sprake was van een tijdelijke risicovolle situatie, zoals een verbouwing, renovatie of interne onderhoudswerkzaamheden.
De praktische betekenis van dit soort zaken is groot. Werkgeversaansprakelijkheid gaat namelijk niet alleen over grote industriële ongevallen of complexe machineveiligheid. Ook alledaagse situaties kunnen tot serieuze letselschade leiden: een val van een trap of ladder, uitglijden over stof of gruis, struikelen over materiaal of uitglijden op een vloer die onvoldoende schoon of droog is gehouden. Juist omdat zulke situaties in elk bedrijf kunnen voorkomen, is een goede juridische beoordeling essentieel.
Daarbij geldt dat het debat in procedures vaak niet alleen gaat over de vraag wat er precies is gebeurd, maar vooral over de vraag wie de verantwoordelijkheid droeg voor de veiligheid van de omgeving en wie daarover achteraf voldoende duidelijkheid kan geven. Dat is precies waarom artikel 7:658 BW in de praktijk zo’n krachtig beschermingsmechanisme is. De werknemer verkeert immers vaak in een zwakkere positie als het gaat om bewijs. De werkgever beheert de werkplek, stelt procedures op, laat schoonmaken, geeft instructies en kan in beginsel vastleggen welke maatregelen zijn genomen. Als dat allemaal ontbreekt, komt dat meestal niet voor rekening van de werknemer.
Dossieropbouw werkgever cruciaal
Voor de praktijk betekent dit dat werkgevers scherp moeten zijn op hun dossieropbouw. Niet alleen een RI&E of algemeen veiligheidsbeleid is van belang, maar ook concrete vastlegging van tijdelijke risico’s en feitelijke controles. Zeker wanneer in of rond een pand wordt verbouwd, moet zorgvuldig worden bijgehouden welke delen toegankelijk zijn, hoe vaak wordt schoongemaakt, welke waarschuwingen zijn gegeven en wie toezicht houdt. Bij ladders en klimmateriaal komen daar keuringsrapporten, uitgiftelijsten en aantoonbare werkinstructies bij. Zonder die onderbouwing kan een werkgever in een aansprakelijkheidsprocedure snel op achterstand komen.
Ook voor uitzendkrachten, gedetacheerden en zzp’ers
De bescherming van artikel 7:658 BW is niet voorbehouden aan werknemers met een arbeidsovereenkomst. Op grond van het vierde lid van dat artikel kan ook degene die buiten dienstbetrekking werkzaamheden verricht in de uitoefening van het beroep of bedrijf van een ander, de opdrachtgever of inlener aanspreken. Dat kan gelden voor uitzendkrachten, gedetacheerden, ingeleend personeel en onder omstandigheden ook voor zelfstandigen zonder personeel. Beslissend is wie feitelijk zeggenschap had over de werkzaamheden en de omstandigheden waaronder die werden verricht. Wij bespreken dat in onze blog over de bescherming van zzp’ers, uitzendkrachten en vrijwilligers. Ook de vraag hoe ruim het begrip “in de uitoefening van de werkzaamheden” moet worden opgevat, komt aan bod in deze blog.
Welke schade kunt u vorderen?
Is de werkgever aansprakelijk, dan moet hij de volledige schade vergoeden die het gevolg is van het ongeval. Daarbij gaat het om medische kosten, eigen risico, reiskosten, kosten van huishoudelijke hulp, verlies aan zelfwerkzaamheid, aanpassingen in de woning en de kosten van juridische en medische bijstand. Bij een val van hoogte is daarnaast vaak het verlies aan verdienvermogen de belangrijkste post, zeker wanneer het letsel blijvende beperkingen oplevert. Voor het leed, de pijn en het verlies van levensvreugde kan bovendien smartengeld worden gevorderd.
Wat te doen direct na een val op het werk
De bewijspositie wordt in de eerste dagen na het ongeval bepaald. Laat het letsel vastleggen door een arts, zorg dat het ongeval intern wordt gemeld en in het ongevallenregister komt, en leg de situatie ter plaatse vast met foto’s voordat een trap is schoongemaakt of een ladder is opgeruimd. Noteer wie het ongeval heeft zien gebeuren en wat er die dag aan werkzaamheden gaande was. Wij hebben die stappen uitgewerkt in onze blog een arbeidsongeval overkomen: wat te doen?.
Letsel opgelopen?
Heeft u als werknemer letsel opgelopen tijdens het werk, of wordt u als werkgever aangesproken na een ongeval op de werkvloer? Dan is het van belang om vroegtijdig te beoordelen hoe de bewijslast ligt, welke veiligheidsdocumentatie beschikbaar is en welke juridische positie partijen daadwerkelijk hebben. Bij Vittoria Law adviseren en procederen wij over werkgeversaansprakelijkheid, arbeidsongevallen en letselschade.
Veelgestelde vragen
Wie moet bewijzen dat de trap glad of de ladder ondeugdelijk was?
De werknemer moet stellen en, als de werkgever dat betwist, aannemelijk maken dat hij schade heeft geleden in de uitoefening van zijn werkzaamheden. Staat dat eenmaal vast, dan is het aan de werkgever om te bewijzen dat hij aan zijn zorgplicht heeft voldaan. In de praktijk betekent dit dat het bewijsrisico over de toestand van de werkplek bij de werkgever ligt, omdat hij daarover de zeggenschap en de documentatie heeft.
Ben ik mijn recht op schadevergoeding kwijt als ik zelf onoplettend was?
Vrijwel nooit. De werkgever komt alleen onder aansprakelijkheid uit als hij bewijst dat de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid. Voor bewuste roekeloosheid is vereist dat de werknemer zich onmiddellijk voorafgaand aan het ongeval daadwerkelijk bewust was van het roekeloze karakter van zijn gedrag. Gewone onoplettendheid, haast of routine leveren dat niet op; de zorgplicht strekt er juist toe om tegen die risico’s te beschermen.
Geldt dit ook als ik uitzendkracht of zzp’er ben?
Ja, dat kan. Artikel 7:658 lid 4 BW breidt de bescherming uit tot personen die buiten dienstbetrekking werkzaamheden verrichten voor een ander. Uitzendkrachten, gedetacheerden en in voorkomende gevallen ook zelfstandigen kunnen daardoor zowel de formele werkgever als de inlener aanspreken. Beslissend is wie feitelijk zeggenschap had over de werkzaamheden en de veiligheid daarvan.
Moet het ongeval bij de Nederlandse Arbeidsinspectie zijn gemeld?
De werkgever is op grond van de Arbeidsomstandighedenwet verplicht om ernstige arbeidsongevallen – ongevallen die leiden tot ziekenhuisopname, blijvend letsel of overlijden – direct te melden. Het ontbreken van een melding staat een schadevergoedingsvordering niet in de weg, maar werkt in de regel wel in het nadeel van de werkgever. Is er wel een onderzoek geweest, dan levert het inspectierapport vaak waardevol bewijs op over de toestand van de werkplek.
Welke schade kan ik vorderen na een val op het werk?
Alle schade die het gevolg is van het ongeval. In de praktijk gaat het om medische kosten, eigen risico en reiskosten, huishoudelijke hulp, verlies aan zelfwerkzaamheid, gemist inkomen en verlies aan verdienvermogen, pensioenschade, studievertraging en smartengeld. Ook de kosten van rechtsbijstand en van een medisch adviseur komen bij een erkende aansprakelijkheid in beginsel voor rekening van de aansprakelijke partij.
Hoelang kan ik mijn werkgever nog aansprakelijk stellen?
De vordering verjaart in beginsel vijf jaar nadat u bekend bent geworden met zowel de schade als de aansprakelijke partij. Die termijn kan worden gestuit, maar wacht daar niet op: hoe langer u wacht, hoe moeilijker het wordt om de toedracht en de toestand van de werkplek nog te bewijzen.
Wat kost het inschakelen van een advocaat?
Wanneer de aansprakelijkheid is erkend, komen de redelijke kosten van rechtsbijstand op grond van artikel 6:96 BW voor rekening van de aansprakelijke partij of diens verzekeraar. Daarnaast kan een rechtsbijstandverzekering uitkomst bieden, waarbij u een eigen advocaat mag kiezen. Op onze pagina over de kosten van een letselschadeadvocaat leest u hoe dat werkt.
Uw zaak laten beoordelen?
Heeft u schade geleden of bent u verwikkeld in een geschil over aansprakelijkheid, schade of bewijs?
Vittoria Law beoordeelt uw juridische positie, brengt de belangrijkste risico’s in kaart en denkt mee over de meest effectieve vervolgstap.








