Aansprakelijk gesteld voor een beroepsfout?
Dit bepaalt uw positie
Er ligt een brief waarin u wordt verweten dat u een fout hebt gemaakt. Uw eerste neiging is uit te leggen hoe het werkelijk is gegaan. Doe dat niet meteen: de eerste weken bepalen vaak de uitkomst, en dat komt zelden door wat u inhoudelijk te melden hebt.
Meld eerst, reageer daarna
U hebt met twee partijen te maken: met de benadeelde en met uw eigen verzekeraar. Die belangen lopen niet vanzelf gelijk op. Vrijwel elke beroepsaansprakelijkheidsverzekering verplicht u een aanspraak, en meestal ook een omstandigheid die tot een aanspraak kan leiden, zo spoedig mogelijk te melden. Die meldplicht volgt ook uit artikel 7:941 BW. Doet u dat te laat, dan kan de verzekeraar zich daarop beroepen, maar alleen wanneer hij daardoor in een redelijk belang is geschaad. Enkel tijdsverloop is dus geen automatisch verval van uw recht op dekking. Dat verweer verliest u wel zodra sprake is van opzet tot misleiding.
Let daarnaast op het karakter van uw polis. De meeste beroepsaansprakelijkheidsverzekeringen werken op claims made-basis: bepalend is niet wanneer u de fout maakte, maar wanneer de aanspraak wordt ingesteld en gemeld. Dat maakt de dekking kwetsbaar rond een kantoorwisseling, een overname, het staken van uw praktijk of een wisseling van verzekeraar. Inloop- en uitlooprisico zijn dan geen technische begrippen maar de vraag of er überhaupt een polis is die deze claim draagt.
Erken tot die tijd geen aansprakelijkheid en doe geen toezeggingen over herstel, creditering of vergoeding. Vrijwel elke polis verbiedt dat, en een goedbedoelde toezegging kan uw dekking raken. Feiten mag u uiteraard bevestigen; het is de juridische erkenning die u aan uzelf en aan uw verzekeraar moet laten.
Vier situaties waarin uw verzekeraar u niet, of niet volledig, helpt
Wie verzekerd is en gedekt is, laat de verdediging in beginsel aan zijn verzekeraar. In vier situaties ligt dat anders, en juist dan staat u er alleen voor.
De eerste is dat er geen beroepsaansprakelijkheidsverzekering is. Voor advocaten, notarissen en medische beroepen is verzekering verplicht gesteld, maar voor een groot deel van de adviespraktijk niet. Zelfstandige consultants, interim-managers, bouwkundig keurders, kleinere makelaars- en administratiekantoren en veel technische dienstverleners staan er zonder polis voor, of hebben een dekking die niet aansluit op de werkzaamheden waarover wordt geklaagd.
De tweede is de claim die binnen uw eigen risico blijft. Dat eigen risico is bij zakelijke polissen vaak aanzienlijk, en tot dat bedrag betaalt u zelf. Uw verzekeraar heeft dan weinig reden om energie in de zaak te steken, terwijl het voor u om echt geld gaat en om uw reputatie.
De derde, en in de praktijk de lastigste, is het dekkingsgeschil. Uw verzekeraar stelt dat u te laat hebt gemeld, dat de werkzaamheden buiten uw verzekerde hoedanigheid vielen, dat een uitsluiting van toepassing is, dat het gaat om onverschuldigd betaald honorarium of om herstel van eigen werk, of dat sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid. U zit dan in twee conflicten tegelijk: één met de benadeelde en één met de partij die u dacht achter u te hebben.
De vierde is de vordering die de verzekerde som overstijgt. Boven dat bedrag draagt u het risico zelf, en dat maakt uw belang bij de hoogte van een regeling een ander belang dan dat van uw verzekeraar.
Wie bepaalt wie uw advocaat is
Bij een aansprakelijkheidsverzekering voert de verzekeraar in beginsel zelf de verdediging en wijst hij de advocaat aan. Het recht op vrije advocaatkeuze dat u kent van de rechtsbijstandverzekering geldt daar niet zonder meer.
Dat verandert zodra uw belangen en die van uw verzekeraar uiteenlopen. Bij een claim die geheel of gedeeltelijk buiten de dekking valt, bij een vordering boven de verzekerde som en bij een discussie over het eigen risico is sprake van een belangenconflict, en hebt u reden voor een eigen advocaat naast of tegenover de verzekeraar. Beschikt u over een rechtsbijstandverzekering voor uw bedrijfsvoering, dan kunt u daar wel uw recht op vrije advocaatkeuze inroepen zodra een procedure aan de orde is.
Wij lichten die verhoudingen verder toe bij vrije advocaatkeuze en de rechtsbijstandverzekering, wat een rechtsbijstandverzekering dekt, kostenplafond en eigen risico, een belangenconflict met uw verzekeraar, te late melding en verjaring en de klachtroute via het Kifid of de rechter.
De verweren die er werkelijk toe doen
Een beroepsfoutclaim wordt zelden afgewend met de stelling dat u zorgvuldig hebt gewerkt. Zij wordt afgewend op een paar punten, en het loont die in de juiste volgorde te bespelen.
Het begint bij de norm. U hebt geen resultaat toegezegd maar zorg, en uw handelen wordt beoordeeld naar het moment waarop u het verrichtte, niet met de kennis van vandaag. De wederpartij moet bovendien aanwijzen welke concrete verplichting u zou hebben geschonden; een algemene klacht dat het beter had gekund, is onvoldoende. Wat er precies was opgedragen, is daarbij beslissend. Een beperkte opdracht brengt een beperktere zorgplicht mee, al kunt u zich daarachter niet verschuilen wanneer duidelijk was dat de opdrachtgever op uw deskundigheid vertrouwde en voor een wezenlijk risico moest worden gewaarschuwd.
Het zwaartepunt ligt vervolgens bij het oorzakelijk verband. Ook als een fout vaststaat, is er pas schade wanneer de uitkomst zonder die fout anders was geweest. Zou de opdrachtgever dezelfde keuze hebben gemaakt? Had de gemiste procedure kans van slagen gehad? Was de transactie ook bij correcte advisering doorgegaan? Dit is het punt waarop de meeste claims sneuvelen of aanzienlijk in omvang teruglopen. Zie ook hoe causaal verband wordt bewezen en wat kansschade is.
Schade, eigen schuld en de formele verweren
De vergelijking moet worden gemaakt met de situatie bij correct handelen, niet met het gunstige resultaat dat de opdrachtgever voor ogen had. Hebt u een te rooskleurig beeld geschetst, dan is de schade het verschil met een correcte, soberder voorstelling van zaken, niet met het beeld dat is voorgespiegeld.
Ook eigen schuld speelt: onjuiste of onvolledige informatie van de opdrachtgever, het niet nakijken van een toegezonden concept, het niet beperken van de schade. Daarbij maakt het wel uit of het gaat om de kern van de opdracht, die de opdrachtgever nu juist uit handen gaf, of om een bijkomende plicht bij een verder kant-en-klare dienst. Zie wat eigen schuld betekent voor de schadevergoeding.
Tot slot zijn er de formele verweren, die vaak sneller tot een resultaat leiden dan het inhoudelijke debat. De klachtplicht van artikel 6:89 BW verlangt dat binnen bekwame tijd wordt geklaagd, en de vordering verjaart vijf jaar nadat de benadeelde bekend werd met de schade en met u. Daar staat tegenover dat die termijnen tegenover een ondeskundige opdrachtgever later gaan lopen dan men vaak aanneemt, zodat dit verweer zorgvuldige onderbouwing vergt. Zie verjaring van een vordering tot schadevergoeding. Ook een exoneratie in uw algemene voorwaarden hoort hier thuis, mits die voorwaarden aantoonbaar zijn overeengekomen en tijdig ter hand gesteld, en mits uw beroepsgroep exoneratie toestaat.
Wordt u aangesproken door een derde?
Spreekt iemand u aan met wie u nooit hebt gecontracteerd, dan geldt een strengere maatstaf dan bij uw eigen opdrachtgever. De vordering moet dan worden beoordeeld naar de maatstaf van de onrechtmatige daad, en niet iedere derde wiens belang is geraakt kan u aanspreken: vereist is dat u met zijn belangen rekening had moeten houden.
Die begrenzing is in de rechtspraak uitdrukkelijk aangebracht. Bij een accountantsrapportage buiten de wettelijke taak geldt zij alleen tegenover derden van wie u moest aannemen dat zij hun gedrag mede door uw rapportage zouden laten bepalen. En de advocaat hoeft in beginsel geen rekening te houden met de belangen van de wederpartij van zijn cliënt, tenzij hij redelijkerwijs behoort af te leiden dat gerechtvaardigde belangen op onaanvaardbare wijze worden geschaad. Wie zich als aangesproken professional op die grenzen beroept, doet er goed aan dat vroeg te doen, voordat de discussie zich op de inhoud vastzet.
Uw dossier is nu het bewijs
Formeel draagt de opdrachtgever de bewijslast. In de praktijk verschuift het zwaartepunt naar u, doordat op de aangesproken professional een verzwaarde stelplicht kan rusten. Van u kan dan worden verlangd dat u gemotiveerd uiteenzet wat u hebt gedaan, over welke informatie u beschikte, welke afwegingen u hebt gemaakt en waarvoor u hebt gewaarschuwd, en dat u dat met stukken onderbouwt. Blijft u steken in een algemene betwisting, dan kan de rechter de stellingen van de wederpartij als onvoldoende weersproken aannemen.
Dat betekent dat de kwaliteit van uw dossier nu al bepaalt hoe de zaak afloopt. Zorg dat het volledig blijft en dat er niets uit verdwijnt: opdrachtbevestiging, algemene voorwaarden met bewijs van terhandstelling, e-mails en appberichten, gespreksnotities, concepten, urenspecificaties en de adviezen zoals u ze destijds hebt verzonden. Maak geen aantekeningen achteraf die de indruk kunnen wekken dat zij van eerder dateren; dat kost u meer dan het oplevert. Ontbreekt er iets, dan is het beter dat nu te onderkennen dan er in een procedure mee te worden geconfronteerd.
De tuchtklacht die ernaast loopt
Vaak wordt naast de civiele claim ook een tuchtklacht ingediend. Die twee sporen staan formeel los van elkaar. Een tuchtcollege beoordeelt de kwaliteit van uw beroepsuitoefening in het algemeen belang en kent geen schadevergoeding toe, en zijn oordeel bindt de civiele rechter niet.
Onderschat de wisselwerking desondanks niet. Wijkt de civiele rechter af van een tuchtrechtelijk oordeel over uw handelen, dan moet hij motiveren waarom. Een gegronde klacht werkt daarmee door in de schadezaak, ook al volgt daar geen veroordeling uit. Wat u in de tuchtprocedure schrijft, ligt bovendien in de civiele zaak op tafel. De verdediging op beide sporen hoort dan ook uit één hand te komen, en met één verhaal. Houd er verder rekening mee dat de kosten van een tuchtprocedure niet gelden als redelijke kosten in de zin van artikel 6:96 BW en dus door geen van beide partijen op de ander kunnen worden verhaald.
Aansprakelijk voor uw mensen, uw onderaannemers en uw software
Voor gedragingen van degenen van wie u zich bij de uitvoering bedient, bent u op gelijke wijze aansprakelijk als voor uw eigen handelen (artikel 6:76 BW). Dat geldt voor medewerkers, voor ingeschakelde zzp’ers en voor de collega of het buitenlandse kantoor dat u bij de zaak betrok. Een uitzondering geldt in beginsel wanneer de opdrachtgever zelf heeft voorgeschreven dat die persoon moest worden ingeschakeld.
Voor zaken die u bij de uitvoering gebruikt, geldt artikel 6:77 BW: u bent aansprakelijk, tenzij dat in de gegeven omstandigheden onredelijk zou zijn. Werd het gebrekkige object door de opdrachtgever aangeleverd, dan ligt dat anders dan wanneer u uw eigen middelen inzette.
Nieuw en in de praktijk onderschat is de inzet van software en kunstmatige intelligentie. Het uitgangspunt is dat u verantwoordelijk blijft voor de kwaliteit van het eindresultaat: fouten van AI komen voor rekening van de professional die ze niet corrigeert. De tijdwinst is de uwe, de zorgplicht blijft ongewijzigd. Alleen wanneer de opdrachtgever uitdrukkelijk om die werkwijze heeft gevraagd, kan dat anders liggen, en zelfs dan houdt u een eigen verantwoordelijkheid die u soms verplicht een instructie te weigeren.
Ligt de oorzaak feitelijk bij een ander, dan is de vraag of u die schade kunt doorschuiven. Zie wanneer u aansprakelijk bent voor fouten van een zzp’er of opdrachtnemer, aansprakelijkheid voor fouten van een ondergeschikte, verhaal op de werknemer en regres.
Wat u deze week het beste doet
Meld de aanspraak bij uw verzekeraar en doe dat schriftelijk, ook wanneer u meent dat de claim nergens op slaat. Bevestig aan de benadeelde dat u de aansprakelijkstelling hebt ontvangen en dat u die in behandeling neemt, zonder inhoudelijk standpunt en zonder erkenning. Zet het dossier stil: geen opschoning, geen aanvullingen, geen bewerkingen aan bestanden.
Zet daarna op een rij welke opdracht u had, wat u feitelijk hebt gedaan en waarvoor u hebt gewaarschuwd, met verwijzing naar de stukken waaruit dat blijkt. Loopt er ook een tuchtklacht, wacht dan met uw verweerschrift tot duidelijk is hoe de civiele zaak wordt gevoerd. En laat uw polis nakijken op verzekerde hoedanigheid, eigen risico, verzekerde som en inloopdekking voordat u met uw verzekeraar in gesprek gaat.
De aanpak van Vittoria Law
Wij beoordelen eerst uw positie tegenover uw verzekeraar en pas daarna uw positie tegenover de benadeelde. Dat is geen formaliteit: de dekkingsvraag bepaalt wie de zaak betaalt, wie erover beslist en hoeveel ruimte er is om te schikken. Vervolgens brengen wij de opdracht, de norm, het causaal verband en de schadeomvang in kaart, formuleren wij het verweer en voeren wij de correspondentie, zodat u zich niet in een e-mailwisseling vastlegt waarop later niet meer valt terug te komen.
Vittoria Law heeft zijn praktijk aan het snijvlak van aansprakelijkheid en verzekering. Dat is precies waar een beroepsfoutclaim zich afspeelt: tussen wat u wordt verweten en wat uw polis daarover zegt. Wij staan ondernemers en beroepsbeoefenaren bij in verweer, in dekkingsgeschillen en in de onderhandelingen die daarop volgen. Zie ook wat u moet doen als u aansprakelijk gesteld wordt.
Laat uw positie beoordelen voordat u reageert
Stuur ons de aansprakelijkstelling, uw polisblad en polisvoorwaarden, de opdrachtbevestiging en de correspondentie met de opdrachtgever. U hoort binnen korte tijd of er dekking is, welke termijnen lopen, welke verweren kansrijk zijn en wat de claim realistisch waard is.
info@vittorialaw.nl
Kantoor
Gevestigd in Hilversum:
Elzenlaan 61 | 1214 KK | Hilversum
Bezoeklocaties:
Amsterdam:
Olympisch Stadion 24 - 28 | 1076 DE Amsterdam
Utrecht
Maliebaan 80A | 3581 CD | Utrecht
