Wat is een onrechtmatige daad, en wanneer moet een ander uw schade vergoeden?
In het kort. Wie schade lijdt door toedoen van een ander, kan die schade op grond van artikel 6:162 BW op hem verhalen wanneer vijf dingen vaststaan: de gedraging was onrechtmatig, zij kan aan hem worden toegerekend, er is schade, die schade is door de gedraging veroorzaakt, en de geschonden norm strekt tot bescherming tegen juist die schade. Dat de ander een fout heeft gemaakt, is daarbij zelden het beslissende punt. Vorderingen stranden vaker op het verband tussen fout en schade, op de vraag of de norm uw belang beschermde, en op de onderbouwing van de schade zelf. Wie dat vroeg onderkent, richt zijn dossier anders in.
Heeft een ander u schade toegebracht en weet u niet of hij daarvoor moet betalen?
Leg uw zaak kosteloos voor. U spreekt een advocaat, geen intakeformulier. Bel 035 – 203 11 62 of mail info@vittorialaw.nl.
Bespreek uw zaakEen fout is nog geen aansprakelijkheid
Het Nederlandse recht vertrekt van een regel die vaak wordt onderschat: ieder draagt in beginsel zijn eigen schade. Pech is geen grond voor vergoeding. De schade verschuift pas naar een ander wanneer de wet dat bepaalt, en voor schade buiten een overeenkomst om is artikel 6:162 BW daarvoor de algemene bepaling. Wie jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt die hem kan worden toegerekend, moet de schade vergoeden die de ander daardoor lijdt.
Die bepaling werkt niet met een lijst van verboden gedragingen, maar met een open norm. Daardoor kan zij het verkeersongeval dragen, de burenruzie, de privacyschending en de gevaarlijke situatie op een bouwplaats. Tegelijk is zij nauwkeuriger dan zij lijkt. Er moeten vijf dingen vaststaan: een onrechtmatige gedraging, toerekenbaarheid, schade, causaal verband en relativiteit. Ontbreekt er één, dan wordt de vordering afgewezen, ook wanneer de andere vier onbetwist zijn. De meeste dossiers worden daarom niet beslist op de vraag of er iets is misgegaan, maar op alles wat daarna komt.
Onrechtmatig kan op drie manieren zijn
De wet noemt drie gronden. De eerste is een inbreuk op een recht van een ander: op zijn eigendom, zijn lichamelijke integriteit, zijn eer en goede naam of zijn privacy. Wie andermans zaak gebruikt of vasthoudt, of een ander verwondt, handelt onrechtmatig door de aard van de gedraging zelf. Het begrip moet niet te ruim worden gebruikt. Niet iedere zaakschade of ieder letsel is een rechtsinbreuk in deze zin; waar een gedraging niet zelf in andermans recht ingrijpt maar alleen schade tot gevolg heeft, ligt de beoordeling op het terrein van de twee andere gronden. Waar die grens precies ligt, werken wij uit bij inbreuk op een recht.
De tweede grond is strijd met een wettelijke plicht, een doen of nalaten in strijd met een wettelijk gebod of verbod. Het gaat dan niet alleen om een wet in formele zin, maar ook om andere algemeen verbindende voorschriften, zoals een verkeersregel of een veiligheidsvoorschrift. Een concrete norm is voor de benadeelde aantrekkelijk, omdat de overtreding eenvoudiger te stellen en te bewijzen is dan een schending van een open zorgvuldigheidsnorm. Automatisch gewonnen is de zaak daarmee niet: juist bij wettelijke normen komt de vraag op of de norm ook uw belang beschermde.
De derde grond is strijd met wat volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt. Die grond draagt verreweg de meeste zaken. Zij verplaatst de discussie van de wettekst naar de vraag wat van deze partij, in deze omstandigheden, redelijkerwijs mocht worden verwacht. Bij het in het leven roepen van een gevaarlijke situatie wordt die vraag beantwoord aan de hand van vier gezichtspunten: hoe waarschijnlijk het is dat anderen niet oplettend zijn, hoe groot de kans is dat daaruit een ongeval ontstaat, hoe ernstig de gevolgen kunnen zijn en hoe bezwaarlijk het was om voorzorgsmaatregelen te nemen. Die toets werken wij uit bij gevaarzetting en de Kelderluik-factoren. Overlast tussen buren volgt een eigen maatstaf, die staat bij onrechtmatige hinder. De drie gronden naast elkaar vindt u bij wanneer iets onrechtmatig is.
Ook niets doen kan onrechtmatig zijn
Onder een daad valt ook een nalaten. Dat betekent niet dat ieder passief gedrag onrechtmatig is. Beslissend is of op de betrokkene in de gegeven omstandigheden een plicht rustte om wél te handelen. Die plicht kan voortvloeien uit de wet, uit een bijzondere verhouding, uit een toezichts- of zorgplicht of uit een eerder eigen handelen waardoor het gevaar is ontstaan.
Het recht is hier terughoudend, omdat anders ieder gebrek aan hulpvaardigheid tot aansprakelijkheid zou leiden. Dat iemand had kunnen ingrijpen, is daarom niet genoeg. De vragen die in de praktijk de doorslag geven, zijn of hij wist of moest weten dat schade dreigde, of hij feitelijk kon ingrijpen, of hij een bijzondere positie van toezicht of verantwoordelijkheid had, en of ingrijpen de schade zou hebben voorkomen. In werkgeverszaken, medische dossiers en burengeschillen is het verwijt vaak precies dit: niet dat iemand schade heeft toegebracht, maar dat hij niet heeft gedaan wat van hem mocht worden verwacht. Die afweging staat uitgewerkt bij nalaten als onrechtmatige daad.
Een rechtvaardigingsgrond neemt de onrechtmatigheid weg
De wet spreekt van een onrechtmatige daad behoudens de aanwezigheid van een rechtvaardigingsgrond. Een gedraging die op zichzelf onder een van de drie gronden valt, is dan toch niet onrechtmatig. Het gaat om noodweer tegen een ogenblikkelijke aanranding, om een noodtoestand waarin een zwaarder belang voorging, om het uitvoeren van een wettelijk voorschrift of van een bevoegd gegeven ambtelijk bevel, en om de gevallen waarin de benadeelde zelf toestemming gaf. De afzonderlijke gronden en hun grenzen bespreken wij bij rechtvaardigingsgronden.
Het is een verweer, en wie zich erop beroept moet het stellen en zo nodig bewijzen. Voor de benadeelde is van belang dat de grens nauw wordt getrokken: een verdediging die verder gaat dan de aanranding vereiste, of een handeling die met een minder ingrijpend middel hetzelfde had bereikt, blijft onrechtmatig. Niet ieder ongeluk is overigens iemands schuld. Soms is werkelijk sprake van een ongelukkige samenloop van omstandigheden, en dan ontbreekt de onrechtmatigheid al zonder dat een rechtvaardiging nodig is.
Schuld is niet vereist
Dat een gedraging onrechtmatig is, betekent nog niet dat zij voor rekening van de dader komt. Daarvoor moet zij hem worden toegerekend, en dat kan op grond van artikel 6:162 lid 3 BW omdat zij aan zijn schuld te wijten is, maar ook omdat de wet of de verkeersopvattingen dat meebrengen. Toerekenbaarheid is daarmee ruimer dan verwijtbaarheid in alledaagse zin. Wie zich verweert met de stelling dat hem persoonlijk niets te verwijten valt, heeft de aansprakelijkheid daarmee nog niet afgeweerd. Hoe de toerekening naar wet en verkeersopvattingen werkt, staat bij toerekenbaarheid.
Twee regels maken dat concreet. Bij iemand van veertien jaar of ouder staat een lichamelijke of geestelijke tekortkoming er niet aan in de weg dat een gedraging als een doen wordt toegerekend, en een kind jonger dan veertien jaar kan een gedraging juist niet worden toegerekend; voor dat kind zijn de ouders aansprakelijk, zoals uitgewerkt bij aansprakelijkheid voor kinderen. Verder maakt het voor de vraag óf iemand aansprakelijk is geen verschil of hij opzettelijk of alleen onvoorzichtig handelde. Opzet, grove schuld en lichte schuld leiden tot dezelfde vergoedingsplicht; de mate van verwijtbaarheid komt pas terug bij de omvang van de schade.
Het verband tussen fout en schade
Het causaliteitsdebat verloopt in twee stappen, die in de praktijk voortdurend door elkaar worden gehaald. De eerste is de vraag of de schade zonder de fout zou zijn uitgebleven. Is het antwoord dat zij er hoe dan ook was geweest, dan houdt de vordering daar op. De tweede stap staat in artikel 6:98 BW: vergoed wordt alleen de schade die in zodanig verband staat met de gebeurtenis dat zij, mede gezien de aard van de aansprakelijkheid en van de schade, redelijkerwijs aan de aansprakelijke kan worden toegerekend. Bij letsel wordt ruim toegerekend, bij zuivere vermogensschade van derden terughoudend.
Wie stelt, bewijst, en op dit punt drukt die regel het zwaarst op de benadeelde. Het recht kent daarom correcties. Is een norm geschonden die juist tegen dit gevaar moest beschermen, dan kan de omkeringsregel uitkomst bieden; blijft onzeker welk deel van de schade door de fout is veroorzaakt, dan kan de rechter naar proportionele aansprakelijkheid of naar het leerstuk van de kansschade grijpen. Het volledige kader staat bij causaal verband en bewijs.
De norm moet uw belang beschermen
Artikel 6:163 BW bepaalt dat er geen vergoedingsplicht bestaat wanneer de geschonden norm niet strekt tot bescherming tegen de schade zoals de benadeelde die heeft geleden. Het gaat dus niet om de vraag óf een norm is geschonden, maar om de vraag wie en wat die norm wilde beschermen. Dit is het vereiste waarop ogenschijnlijk sterke vorderingen het vaakst onverwacht sneuvelen. Het vereiste zelf werken wij uit bij relativiteit.
Het schoolvoorbeeld is een schip dat was toegelaten ondanks gebreken die bij de keuring hadden moeten worden opgemerkt. De keuringsvoorschriften waren geschonden, maar zij dienden de veiligheid en niet het vermogen van derden die door het zinken van het schip schade leden, en hun vordering werd afgewezen ondanks de vaststaande normschending. Bij vorderingen tegen overheden, toezichthouders, keuringsinstanties en andere professionele derden is dit het scherpste verweer dat u kunt verwachten. Een vordering die dat verweer niet vooraf adresseert, is niet af.
Welke schade wordt vergoed
Vergoed wordt vermogensschade, dat wil zeggen geleden verlies en gederfde winst, en daarnaast ander nadeel voor zover de wet daar recht op geeft. Onder vermogensschade vallen ook de redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid en ter verkrijging van voldoening buiten rechte. Smartengeld is toewijsbaar in de gevallen die artikel 6:106 BW noemt, waarvan lichamelijk letsel en aantasting in de persoon de belangrijkste zijn. Schade die zich nog zal voordoen, kan vooraf worden begroot; zij hoeft niet te worden afgewacht. Hoe die posten worden berekend, staat bij schade berekenen, en welke bedragen de rechter voor smartengeld toekent bij smartengeld.
Twee correcties worden stelselmatig onderschat. De eerste is eigen schuld. Heeft uw eigen gedrag aan de schade bijgedragen, dan wordt zij op grond van artikel 6:101 BW verdeeld naar de mate waarin ieders gedrag heeft bijgedragen, en daarna kan de billijkheid die verdeling nog opzij zetten. Een percentage in een brief is dus een standpunt en geen vaststelling. De tweede is de schadebeperkingsplicht: van de benadeelde wordt verwacht dat hij redelijke maatregelen neemt om zijn schade niet verder te laten oplopen.
Meer dan één aansprakelijke
Is dezelfde schade door meer dan één partij veroorzaakt, dan hoeft u niet te kiezen. Zij zijn op grond van artikel 6:102 BW hoofdelijk aansprakelijk, en u kunt het geheel neerleggen bij de partij die het best kan betalen. De onderlinge verdeling is daarna hun zaak en niet de uwe. Staat niet vast wie van meerdere partijen de schade heeft veroorzaakt, dan kan artikel 6:99 BW helpen; dat werken wij uit bij meerdere oorzaken van schade.
Soms is de partij die moet betalen niet degene die de fout maakte. Naast de aansprakelijkheid voor eigen gedrag kent de wet risicoaansprakelijkheden, waarbij de aangesproken partij zelf niets hoeft te worden verweten: voor ondergeschikten, voor gebrekkige zaken, opstallen en dieren, en voor jonge kinderen. Die regels verplaatsen de discussie van een moeizame schuldvraag naar de veel concretere vraag wie werkgever, bezitter of ouder was. Het overzicht staat bij risicoaansprakelijkheid, en het bredere kader bij aansprakelijkheidsrecht.
De tijd loopt
Een vordering tot schadevergoeding verjaart vijf jaar nadat u met zowel de schade als de aansprakelijke persoon bekend bent geworden, en in elk geval twintig jaar na de gebeurtenis. Voor schade door letsel of overlijden geldt die laatste grens niet; daar blijft alleen de termijn van vijf jaar. De termijn loopt door terwijl u onderhandelt, en hij wordt niet gestuit door een klacht of een telefoongesprek, wel door een schriftelijke aanmaning of een ondubbelzinnig voorbehoud. Wanneer dat moet en hoe het moet, staat bij verjaring van schadevergoeding.
Wordt u zelf aangesproken?
Dezelfde vijf vereisten die de benadeelde moet waarmaken, zijn voor de aangesproken partij evenzoveel verweren. Een aansprakelijkstelling is een standpunt en geen vaststelling, en de vraag waar een claim werkelijk op kan stranden, laat zich langs dezelfde lijnen beantwoorden. Wat u in de eerste dagen wel en niet moet doen, staat bij aansprakelijk gesteld.
Wat wij voor u doen
Wij beoordelen eerst op welk van de vijf vereisten uw zaak zal worden beslist, en bouwen het dossier vanaf dat punt op voordat er een standpunt naar buiten gaat. Waar letsel in het spel is, voorzien wij in een medisch oordeel en denken wij mee over de vraagstelling aan de deskundige. Per zaak bekijken wij welke grondslag en welke wederpartij de sterkste positie oplevert, en u spreekt de advocaat die uw dossier ook voert.
Wat het u kost
Het eerste gesprek is kosteloos. Staat de aansprakelijkheid vast of is zij voldoende aannemelijk, dan komen de redelijke kosten van rechtsbijstand op grond van artikel 6:96 lid 2 BW voor rekening van de aansprakelijke partij. Is de aansprakelijkheid nog in geschil, dan maken wij vooraf een heldere afspraak; de tarieven staan op kosten. Met een rechtsbijstandverzekering heeft u vrije advocaatkeuze zodra er wordt geprocedeerd.
Neem contact op
Stuur ons een korte beschrijving van wat er is gebeurd, met de stukken die u al heeft. Bel 035 – 203 11 62 of mail info@vittorialaw.nl; u hoort binnen één werkdag van ons.
Veelgestelde vragen
Wat is een onrechtmatige daad in gewone woorden?
Een gedraging waarmee iemand een ander schade toebrengt en die het recht niet toestaat, buiten een overeenkomst om. Dat kan een inbreuk op iemands recht zijn, het overtreden van een wettelijke regel of een gedraging die in het maatschappelijk verkeer niet betaamt.
Moet de ander opzettelijk hebben gehandeld?
Nee. Onvoorzichtigheid is genoeg, en soms is zelfs geen schuld nodig omdat de wet of de verkeersopvattingen de gedraging voor zijn rekening laten komen. Opzet en lichte schuld leiden tot dezelfde vergoedingsplicht.
De wederpartij heeft een regel overtreden. Is zij dan aansprakelijk?
Niet automatisch. De overtreding maakt de gedraging doorgaans onrechtmatig, maar u moet ook laten zien dat de overtreding uw schade heeft veroorzaakt en dat de regel juist tegen deze schade wilde beschermen.
Wat is het verschil met wanprestatie?
Bij wanprestatie komt de norm uit een overeenkomst tussen u en de wederpartij; bij een onrechtmatige daad bestaat er geen overeenkomst of gaat het verwijt verder dan wat daarin is afgesproken. Voor zakelijke geschillen staat de uitwerking bij contractuele geschillen.
Hoe lang kan ik de ander nog aanspreken?
In beginsel vijf jaar vanaf het moment waarop u de schade en de aansprakelijke kende. Een schriftelijke aansprakelijkstelling met een ondubbelzinnig voorbehoud stuit die termijn, waarna een nieuwe termijn van vijf jaar begint.
Krijg ik mijn advocaatkosten vergoed?
Staat de aansprakelijkheid vast of is zij voldoende aannemelijk, dan komen de redelijke kosten van rechtsbijstand in de buitengerechtelijke fase voor rekening van de aansprakelijke partij. In een procedure geldt een forfaitaire proceskostenveroordeling.