Wanneer krijg je schadevergoeding bij een onrechtmatige daad?
Wanneer krijgt u schadevergoeding bij een onrechtmatige daad?
De meeste schadevorderingen stranden niet op de vraag of de tegenpartij een fout heeft gemaakt. Zij stranden op alles wat daarna komt. Dat de wederpartij onzorgvuldig heeft gehandeld, staat in veel dossiers binnen een paar weken vast; of uw schade daarmee ook verhaalbaar is, is een heel andere vraag, en die wordt beantwoord aan de hand van vier zelfstandige vereisten die elk afzonderlijk fataal kunnen zijn.
Wie dat vroeg onderkent, richt zijn dossier anders in. Wie het pas bij de conclusie van antwoord ontdekt, is meestal te laat.
De vijf vereisten van artikel 6:162 BW
Voor een toewijsbare vordering uit onrechtmatige daad moeten vijf dingen vaststaan: een onrechtmatige gedraging, toerekenbaarheid, schade, causaal verband tussen de gedraging en die schade, en relativiteit. Ontbreekt één van deze vijf, dan wordt de vordering afgewezen — ook als de andere vier onbetwist zijn.
De eerste horde, wanneer iets onrechtmatig is, is meestal de laagste. De wet onderscheidt daarbij drie categorieën: een inbreuk op een recht, een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht, en handelen in strijd met de maatschappelijke betamelijkheid — waaronder het leerstuk van de gevaarzetting valt. Ontbreekt de onrechtmatigheid door een rechtvaardigingsgrond, dan komt u aan de rest niet toe. Voor de basis van dit leerstuk leest u ons artikel over wat een onrechtmatige daad is.
Hieronder gaat het om wat daarna gebeurt — en daar wordt de zaak in de praktijk beslist.
Toerekenbaarheid: schuld is niet vereist
Toerekenbaarheid betekent dat de daad juridisch voor rekening van de dader komt. Dat kan omdat zij aan zijn schuld te wijten is, maar op grond van artikel 6:162 lid 3 BW ook omdat de wet of de in het verkeer geldende opvattingen dat meebrengen.
Dat onderscheid is praktisch van groot belang. Wie zich verweert met de stelling dat hem persoonlijk niets te verwijten valt, heeft daarmee de aansprakelijkheid nog niet afgeweerd. Het verweer dat sprake was van een ongelukkige samenloop van omstandigheden slaagt zelden zodra de verkeersopvattingen het risico bij de aangesprokene leggen. Datzelfde geldt voor wie wordt aangesproken voor het handelen van een ander: een werkgever kan aansprakelijk zijn voor fouten van een ondergeschikte of zelfs van een ingeschakelde zzp'er, en ouders kunnen aansprakelijk zijn voor schade door hun kind.
Causaal verband: twee vragen, niet één
Het causaliteitsdebat verloopt in twee stappen, en die worden in de praktijk voortdurend door elkaar gehaald.
De eerste stap is het conditio sine qua non-verband: zou de schade zonder de normschending zijn uitgebleven? Is het antwoord nee, dan is de vordering meteen ten einde. De tweede stap is artikel 6:98 BW: vergoedbaar is alleen de schade die in zodanig verband staat met de gebeurtenis dat zij, mede gezien de aard van de aansprakelijkheid en van de schade, redelijkerwijs aan de aansprakelijke kan worden toegerekend. Hoe die twee zich tot elkaar verhouden, werken wij uit in redelijke toerekening en condicio sine qua non uitgelegd.
Bij letselschade wordt ruim toegerekend; bij zuivere vermogensschade van derden juist terughoudend. Blijft het causaal verband onzeker, dan bieden de omkeringsregel, de proportionele aansprakelijkheid en het leerstuk van de kansschade soms alsnog uitkomst. Over de bewijsvoering op dit punt — vaak het zwaartepunt van de procedure — leest u meer bij hoe bewijst u causaal verband en in ons overzicht causaal verband en bewijs.
Relativiteit: waar vorderingen het vaakst sneuvelen
Artikel 6:163 BW bepaalt dat geen verplichting tot schadevergoeding bestaat wanneer de geschonden norm niet strekt tot bescherming tegen de schade zoals de benadeelde die heeft geleden. Het gaat dus niet om de vraag óf een norm is geschonden, maar om de vraag wie en wat die norm beoogde te beschermen.
Het bekendste voorbeeld is het Duwbak Linda-arrest van de Hoge Raad uit 2004. De keuringsvoorschriften voor schepen waren geschonden, maar zij strekten tot bescherming van de veiligheid, niet tot bescherming van het vermogen van willekeurige derden die door het zinken van het schip schade leden. De vordering werd afgewezen ondanks een vaststaande normschending. Zie voor de systematiek achter dit vereiste wat relativiteit bij aansprakelijkheid inhoudt.
Juist bij vorderingen tegen overheden, toezichthouders, keuringsinstanties en andere professionele derden is dit het scherpste verweer dat u kunt verwachten. Een vordering die dat verweer niet vooraf adresseert, is niet af.
Schade: welke posten zijn werkelijk verhaalbaar?
Vergoedbaar is op grond van artikel 6:95 en 6:96 BW de vermogensschade — geleden verlies en gederfde winst — en, voor zover de wet daar recht op geeft, ander nadeel. Onder vermogensschade vallen ook de redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid en ter verkrijging van voldoening buiten rechte. Smartengeld is alleen toewijsbaar in de gevallen van artikel 6:106 BW.
Welke posten dat concreet oplevert, verschilt sterk per zaak: bij letsel gaat het al snel om verlies van arbeidsvermogen, huishoudelijke hulp en verlies van zelfwerkzaamheid, bij ondernemers om gederfde winst en omzetverlies. Voor de systematiek van de begroting zelf verwijzen wij naar hoe bereken je schade.
Twee correcties worden stelselmatig onderschat. De eerste is eigen schuld: artikel 6:101 BW verdeelt de schade naar de mate waarin ieders gedrag daaraan heeft bijgedragen, en een geslaagd verweer op dit punt kan een overigens kansrijke vordering halveren. De tweede is de schadebeperkingsplicht, die van de benadeelde zelf een actieve houding vraagt. Daarnaast kan toekomstige schade op grond van artikel 6:105 BW worden begroot en hoeft dus niet te worden afgewacht.
Een schadeopstelling is daarom geen boekhoudkundige exercitie. Zij moet per post laten zien waarom juist die schade het gevolg is van juist deze normschending en binnen het beschermingsbereik van juist deze norm valt. Dat is waar de meeste vorderingen aan onderbouwing tekortschieten.
Zijn er meerdere aansprakelijken?
Is de schade door meer dan één partij veroorzaakt, dan bent u niet gehouden te kiezen: op grond van artikel 6:102 BW zijn zij hoofdelijk aansprakelijk en kunt u het geheel bij de meest verhaalbare partij neerleggen. De onderlinge verdeling is vervolgens hun probleem, niet het uwe. Zie wie kan ik aanspreken als meerdere partijen aansprakelijk zijn en, voor de vervolgvraag tussen verzekeraars en aansprakelijken onderling, regres.
Let op de verjaring
Een vordering tot schadevergoeding verjaart op grond van artikel 3:310 BW vijf jaar nadat de benadeelde bekend is geworden met zowel de schade als de daarvoor aansprakelijke persoon, en in elk geval twintig jaar na de schadeveroorzakende gebeurtenis. Die termijn loopt door terwijl u nog aan het onderhandelen bent en wordt niet gestuit door een enkele klacht.
Bij medische fouten is dat bijzonder scherp, omdat het moment van bekendheid daar zelden samenvalt met het moment van de behandeling. Ook wie zijn zaak bij een rechtsbijstandsverzekeraar heeft liggen, kan te laat zijn door een te late melding. Wie wacht met juridisch advies, verliest zijn vordering soms zonder dat er ooit inhoudelijk over is geoordeeld.
Wat kost het om dit te laten beoordelen?
Vaker dan gedacht: niets. Staat de aansprakelijkheid vast, dan komen de redelijke kosten van rechtsbijstand op grond van artikel 6:96 lid 2 BW voor rekening van de aansprakelijke partij — de verzekeraar van de tegenpartij betaalt dan uw advocaat, zoals uitgewerkt bij de kosten van een letselschadeadvocaat. Heeft u een rechtsbijstandsverzekering, dan kunt u zich beroepen op de vrije advocaatkeuze en draagt uw verzekeraar de kosten. En bij letselschade is onder voorwaarden ook een resultaatafhankelijke afspraak mogelijk, zoals uitgewerkt in No cure no pay bij letselschade.
Uw zaak laten beoordelen
Wilt u weten of uw schade juridisch verhaalbaar is, welke posten voor vergoeding in aanmerking komen en welke verweren u kunt verwachten? Vittoria Law is gespecialiseerd in aansprakelijkheidsrecht en schade, en beoordeelt uw positie voordat u kosten maakt. Loopt de discussie met de wederpartij vast op één deelvraag, dan is de deelgeschilprocedure vaak de snelste route naar een beslissing.
Neem contact op — aan een eerste beoordeling van uw zaak zijn geen kosten verbonden.
Uw zaak laten beoordelen?
Heeft u schade geleden of bent u verwikkeld in een geschil over aansprakelijkheid, schade of bewijs?
Vittoria Law beoordeelt uw juridische positie, brengt de belangrijkste risico’s in kaart en denkt mee over de meest effectieve vervolgstap.








